Takydromus sp. / Langstaarthagedis - Care

Vorige Artikel 9 van 13 Volgende

Takydromus sexlineatus (…..) & andere Takydromus soorten.

Langstaarthagedissen zijn al jaar en dag een vast onderdeel van de gemiddelde dierenwinkel met een reptielenafdeling. De soort word hier vaak voor lage bedragen aangeboden en bijna allen zijn wildvang. Deze opmerkelijke hagedisjes word hier al snel aangeschaft door voornamelijk de beginnende hobbyist en helaas vaak om gecombineerd te worden met andere kleine hagedissen, zoals de Anolis carroliniensis (roodkeelanolis) welke ook niet weg te denken is uit het gemiddelde reptiel-verkopende dierenwinkel assortiment. Door verkeerde huisvesting en een lage conditie van deze wildvang hagedisjes heeft men geregeld slechts korte tijd plezier van de langstaarten.

Dit is erg jammer want deze hagedisjes, die soms over het hoofd worden gezien door de ervaren liefhebbers, zijn ontzettend leuke dieren om te huisvesten. Het gehele genus kenmerkt zich door actieve, kleine hagedisjes met een zeer lange staart. De meest bekende en verkrijgbare soort is de Takydromus sexlineatus sexlineatus (uit Indonesie) en Takydromus sexlineatus occelatus (Vietnam), maar er zijn ook andere soorten zoals de T. serpentrionalis, T. smaragdinus en T. dorsalis die men in gevangenschap kan aantreffen. In dit artikel willen we dieper ingaan op deze soort en zo zowel de beginner helpen met de verzorging en hopelijk de meer ervaren hobbyist enthousiast te maken over deze hagedissen.

Uiterlijke kenmerken:  De langstaarthagedissen behoren tot de ‘echte hagedissen’ en hebben een klassieke slanke hagedissen lichaamsbouw. Wat zeer opmerkelijk is, is natuurlijk de erg lange staart. Deze kan wel vijf maal zo lang zijn als hun lichaamslengte. Deze staart gebruiken ze voor de balans tijdens het klimmen door alle dunne vegetatie en grassprieten in hun natuurlijke biotoop. Een volwassen Takydromus sexlineatus heeft een gemiddelde lichaamslengte van 6cm met een staart tot 30cm lang.

In de basis is het een (licht)bruin gekleurde hagedis met een lengtepatroon van zes (sex) lijnen/strepen (lineatus). Deze strepen zijn donker en beginnen bij het puntje van de neus en lopen langs de zijden naar de staart waarna deze vervagen in een uniforme staartkleur. Ook de rug is donkerder gekleurd als de flanken en onderzijde. De donkere lijnen op de flanken en rug worden gescheiden door een duidelijk lichtere lijn. Mate van kleur en contrast kan verschillen tussen ondersoorten en geslacht. De schubben langs de flanken en in de nek zijn duidelijk gekield. Ook de schubben over de zijden van de rug steken af. De staart kan afgeworpen worden. Voor een ‘klimmende’ hagedis hebben ze relatief korte poten maar wel lange tenen.

Vrouwelijke dieren zijn duidelijk lichter en minder contrastrijk als de mannen. Mannelijke T. s. sexlineatus kunnen kleine vlekken hebben op de vlanken, deze zijn echter duidelijker en meer contrastrijk bij de ondersoort T. s. occelaris. Bij deze ondersoort kunnen soms ook de vrouwtjes enkele vlekken tonen maar wederom minder duidelijk of contrastrijk als bij de mannen.

Afhankelijk van de ondersoort, maar ook vanglokatie kan de kleur enigszins verschillen. Pas uitgekomen dieren hebben een kleur die vergelijkbaar is met de vrouwtjes, mannen ontwikkelen hun contrastrijke en donkere patroon pas later. Soms word de T. serpentrionalis aangeboden als T. sexlineatus, deze soort heeft een groene kleur op de zijden en is relatief gemakkelijk te onderscheiden.

 

Herkomst en habitat:  Van alle ‘Echte hagedissen’ komt dit genus het meest Oostelijk voor, de meeste andere soorten komen voornamelijk voor in Europa. De Takydromus sexlineatus komt voor in Zuid-Oost Azie, waaronder in Zuid-China, Cambodja, op Borneo en Sumatra en in Vietnam. De T. s. occelaris komt voornamelijk voor in het zuidelijke deel van dit verspreidingsgebied en de meeste dieren uit Vietnam zijn T. s. occelaris. Dieren uit Indonesië die in gevangenschap aangeboden worden zijn de nominaat, T. s. sexlineatus.

Deze soort komt in verschillende gebieden voor maar lijkt voorkeur te hebben voor grasvelden met hoge vegetatie bestaande uit lage struiken, hoge grassen en kruiden, dan wel of niet gelegen aan bosranden. Overdag kan men ze geregeld zonnend aantreffen om vervolgens op zoek te gaan naar voedsel. De temperaturen schommelen in dit biotoop meer als de dichtbij gelegen bossen en ondanks het subtropisch klimaat is het hier vaak minder vochtig door de verdamping en zon.

Takydromus serpentrionalis komt voor in China, Takydromus dorsalis komt voor in Japan en de Takydromus smaragdinus op de Rio Kiu eilanden keten welke ook onderdeel van Japan zijn.

 

Gedrag:  In veel opzichten lijkt het gedrag van deze subtropische bosbewoner op die van de Europese echte hagedissen zoals Lacerta en Podarcis. Het zijn actieve hagedissen en actieve jagers. Ze maken gebruik van hun zicht en reuk om prooien te vangen. Ze zonnen graag op een stam, rotsen of hoog in het gras. Zodra ze zijn opgewarmd zoeken ze koelere delen op, dichter bij de grond en tussen het gras om opzoek te gaan naar prooidieren. Het zijn geen sociale dieren maar tolereren soortgenoten relatief goed en kunnen daarom ook in groepjes worden gehuisvest. Alleen als een nieuw dier zich in een gebied bevind kan deze vooral door mannen worden verjaagd.

In het terrarium zijn het actieve, alerte, enigszins schuwe hagedissen. Ze kunnen leren om uit de hand of van het pincet te voeden maar zullen altijd op hun hoede blijven. Men kan een groepje samen huisvesten mits er voldoende ruimte is elkaar te ontlopen. Ook mannen tolereren elkaar relatief goed maar bij voorkeur houd u meer vrouwen als mannen in een verblijf. T. s. occelaris lijkt minder tolerant en dominanter als de nominaatvorm. Huisvest deze daarom niet samen om onderdrukking v.d. T. s. sexlineatus te voorkomen.

 

Huisvesting:  Langstaarthagedissen zijn door hun geringe formaat gemakkelijk te huisvesten en verlangen geen groot terrarium. Al wilt men er wel rekening mee houden dat deze hagedisjes zeer actief zijn, ook graag klimmen en vaak in een groep gehuisvest worden. Een terrarium voor 4 dieren dient minstens 60x45x60 te meten, maar bij voorkeur hoger en/of groter zoals 90x45x60 voor 2.4 ( 2 mannen, 4 vrouwen). Men kan meerdere mannen in een groep huisvesten mits er voldoende schuilplaatsen zijn en er bij voorkeur meerdere vrouwtjes per man aanwezig zijn. In de paartijd kan de onderlinge territorialiteit toenemen.

Deze soort word geregeld aangeschaft om gecombineerd te worden met de andere dierenwinkel ‘basissoorten’ zoals de roodkeelanolis. Wij kunnen dit niet meer als afraden, het natuurlijke habitat onderling verschilt sterk en daarmee ook de condities waaronder deze gehuisvest worden, het feit dat ze op een geheel ander continent voorkomen daargelaten. Wanneer men soorten op een zeer beperkt oppervlakte gaat combineren is er altijd een die daaronder leid door bijvoorbeeld verstoring, competitie over voeding en enige territoriale strijd.

Een van de punten waar men op wilt letten is de luchtvochtigheid. Deze is in bijvoorbeeld een zeer vochtig paludarium te hoog voor deze soort. Men hoeft ze niet droog te houden maar de hoge percentages die men associeert met de vochtige wouden waar deze hagedis langs voorkomt is niet noodzakelijk. Zoals gemeld komt deze soort meer voor in de graslanden en struikgewassen. Hier is de algemene luchtvochtigheid aanzienlijk lager door de zon en het gemis van de hoge bomen. Een gemiddelde luchtvochtigheid van 60% tot 80% is afdoende. Bied ten alle tijden een waterbak met vers water en sproei (bijna) dagelijks maar zorg dat het terrarium in elk geval in grote delen rap opdroogt. Ventilatie en warmte hebben hier invloed op.  Door een juiste inrichting, keuze van substraat en het gebruik van levende planten kan men enige vochtige delen behouden. Zo kunnen de hagedissen altijd kiezen in welk deel deze zich ophouden.

Verlicht bij voorkeur met een UVB (daglicht) (T5) TL buis met matige UV afgifte (Forest variant) om een natuurlijk dag/nachtritme na te bootsen en de benodigde UV straling ter bevordering van de activiteit, gezondheid en aanmaak van de belangrijke pre-vitamin D. Dit is een punt wat men vaak over het ‘hoofd ziet’ bij deze soort en men probeert het missen hiervan vaak te compenseren met Vitamine D3 supplementen. Toch heeft dit grote voordelen voor deze hagedissen en wilt u langdurig kweeksuccessen behalen dan lijkt dit een van de noodzakelijke punten te zijn. Met een warmtespotlamp kan men een zonneplek nabootsen, dit zijn echte zonnebaders en wij raden deze spot dan ook zeer aan in plaats van bijvoorbeeld een warmtemat als enige warmtebron. Onder de spot mag de temperatuur 31C meten.  De algemene temperatuur in de warme periode 25-28C. In de nacht mag deze afkoelen tot 20-22C. In de wintermaanden kan u de lichturen reduceren van 13.5 naar 11uur en een iets lager dag/nachttemperatuur. Een winterslaap houden deze hagedissen echter niet.

Deze hagedis leent zich uitermate goed voor een natuurlijk (mogelijk bioactief) ingericht terrarium. Ze verplaatsen zich graag en behendig over en door planten met dunne, lange bladen. Veel takken en twijgjes van verschillende diktes bieden de benodigde klim mogelijkheden. Het substraat kan bestaan uit een die het beste te omschrijven is als bosaarde, een mengeling van zand, reptibark of schors en (cocopeat) plantenaarde of turfstrooisel eventueel bedekt met droog blad. Met krukstammen of reptilerocks en hides kan men op de bodem lagen bieden waartussen de vochtigheid en temperatuur verschilt, vul deze eventueel met mos. Op deze manier is er altijd een koelere plek om te verschuilen, of bijvoorbeeld een geschikte eiafzet plaats. Het aanbrengen van een achterwand vergroot het leef-oppervlakte voor deze lenige hagedisjes aanzienlijk. Voeg springstaartjes, mogelijk wormen en bijvoorbeeld diverse soorten pissebedden aan het substraat toe. Deze houden de bodem schoner en kunnen een goede calciumrijke aanvulling zijn op het dieet van de Takydromus. Pas uitgekomen Takydromus eten ook gretig springstaarten.

 

Dieet:  Alle Takydromus soorten zijn lenige actieve jagers. Deze hagedissen zijn in de basis insectivoor en maken geen onderscheid tussen een spin, krekel, vlieg of bijvoorbeeld de calciumrijke pissebedden. Voed overdag wanneer de hagedissen actief en opgewarmd zijn, Bij voorkeur drie maal in de week voor de volwassen dieren en de jonge exemplaren frequenter. Voor hun formaat vangen deze hagedissen relatief grote prooien maar voed bij voorkeur met prooien niet breder dan de kop. Bepoeder twee maal per week met een calciumpreparaat (zonder D3 als u UVB licht bied) en eens per week een vitamine of mineraal supplement. Deze hagedissen hebben een rappe stofwisseling maar horen er ook slank uit te zien, houd hier rekening mee met de hoeveelheid voer en het aangeboden regime. Voed zo gevarieerd mogelijk, naast krekels zijn vliegen, spinnen en pissebedden absolute aanraders maar ook bladluis, zilvervisjes en ander ‘weideplankton’ gevangen op een schone plaats is een verstandige toevoeging.

 

Voortplanting en kweek:  Kweeksuccessen zijn relatief sporadisch en onregelmatig. Zeker met de Takydromus sexlineatus en Talydromus serpentrionalis. Er worden bij vele verzorgers nog eens geregeld eieren gelegd. Maar deze zijn vaak onbevrucht of de jongen sterven vroegtijdig in het ei. Dit lijkt mede veroorzaakt te worden door tekorten in voeding en/of opname calcium. De Takydromus smaragdinus en Takydromus dorsalis worden minder gehouden, maar hier worden in verhouding meer successen mee behaald. Verzorgers geven aan dat UV licht en gevarieerde voeding een grote schakel is in deze positieve resultaten.

Paringen starten wanneer de lichturen toenemen en de luchtvochtigheid stijgt. Een paring kan er ruw aan toe gaan, de man bijt zich vast in de flanken of nek van de vrouw terwijl hij zijn staart om die van haar wikkelt en zijn hemipenis inbrengt. Schade hiervan is vaak minimaal en hersteld snel, dit gedrag komt veel voor bij hagedissen. 20 tot 28 dagen na een paring worden de eieren gelegd, gemiddeld 3 maar legsels kunnen bestaan uit 2-6 eieren. Een vrouw kan meerdere malen per seizoen een legsel produceren. Leg eieren in een container op een substraat van vermiculiet of mos, de vochtigheid mag schommelen tussen de 80-90% of hoger. Ook bij een (tijdelijk) lagere luchtvochtigheid zijn eieren uitgekomen.

Wat opvalt is de mate waarin de eieren lijken te groeien tijdens hun ontwikkeling. Gemiddeld lagere broedtemperaturen lijkten bevorderlijk te zijn voor de uitkomst en formaat van de jongen. Eieren kunnen uitgebroed worden bij temperaturen van 26C tot 29C. De incubatieperiode kan verschillen maar is relatief kort, 28 tot 40 dagen. Er zijn verzorgers die hun eieren in een bakje in het verblijf van de ouders laten staan.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel