Pelodiscus sinensis / Chinese weekschildpad- Care

Vorige Artikel 18 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Trionychidae
Wetenschappelijke naam: Pelodiscus sinensis
Nederlandse benaming: Chinese weekschildpad
Engelse benaming: Chinese softshell turtle
Dieet: Carnivoor
Gemiddelde leeftijd: 30+
Herkomst: Azie
Leefwijze: Aquatisch
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Kwetsbaar
Cites: non

Pelodiscus sinensis, (Wiegmann, 1835)

Dit is alweer het derde artikel in onze #terrariumbibliotheek over een weekschildpad, waarvan deze en mogelijk de Apalone spinigera ssp (mannen) het ‘meest’ geschikt zijn voor het houden in gevangenschap. De Pelodiscus sinensis is van deze soorten het meest algemeen. Niet omdat deze zeer veel voorkomt in het wild, maar omdat deze in grote getallen (lees, miljoenen) word gekweekt in ‘Farms’ in Azië, Voornamelijk China en Taiwan. Er zijn meer als 1400 van deze farms om te voldoen aan de vraag naar (week)schildpadvlees en onderdelen voor voornamelijk de Chinese en Vietnamese markt.

Geen van de weekschildpadden is een verstandige keuze als men begint met het houden van schildpadden. Dit heeft voornamelijk te maken met hun karakter, formaat en het schild. Toch lijkt deze soort de beste optie voor iemand die de stap naar zijn eerste weekschildpad wilt zetten. In dit artikel vind men enkele punten waar u goed op wilt letten.

 

Uiterlijke kenmerken:  Pelodiscus zijn opmerkelijk goede en actieve zwemmers. Zijn meest opmerkelijke uiterlijke kenmerk is het schild. Weekschildpadden hebben in tegenstelling tot de bekende moerasschildpadden en landschildpadden geen verhoorde platen maar een vrij flexibel ‘leerachtig’ schild. Dit schild is langs de ventebralen onder het schild verbonden aan een benen plaat. Maar deze harde delen missen in verreweg de rest van de carapax. Ook in het plastron zijn de benen platen zeer gereduceerd en niet verbonden. Het plastron is matig gereduceerd maar deze schildpad kan wel degelijk zijn kop, voorste poten en gedeeltelijk achterste poten intrekken. Dit flexibele en afgeplatte schild zorgt ervoor dat deze schildpadden gemakkelijk snel kunnen zwemmen of zich verstoppen in het slib op de bodem van de wateren waar ze voorkomen.

De nek is lang en kan snel uitgerekt worden om zo een prooi te vangen. De kop is zeer spits met een duidelijk uitstekende langgerekte neus. Op deze manier kunnen de schildpadden gemakkelijk ongezien adem halen aan het oppervlakte. De lippen hebben een vlezige rand maar hierachter gaat een zeer scherpe, krachtige bek schuil. De krachtige beet stelt de schildpadden in staat gemakkelijk vissen in stukken te rijten of schaaldieren te verbrijzelen. Het zijn krachtige zwemmers met lange poten en duidelijke zwemvliezen tussen hun tenen. De nagels zijn nauwelijks zichtbaar, behalve die van de voorste tenen op de voorpoten (vooral bij mannen).

Van zowel de man als vrouw is de staart relatief kort. Bij de man is de cloaca echter geheel aan het eind van de staart geplaatst waar die van de vrouw dichter bij het buikschild gepositioneerd is. Het plastron van de man is niet concaaf zoals bij veel moeras en landschildpadden. Volwassen mannen zijn gemiddeld kleiner (20/26cm schild) als de vrouwen (30/33cm schild) maar het verschil is niet zo duidelijk als bij sommige andere soorten zoals de Apalone spinifera.

Het schild en lichaam heeft een onopmerkelijke licht bruine/beige kleuring en het plastron is bijna wit. Op het plastron is bij jonge dieren soms een onduidelijk patroon van kleine stippen te zien. Rond het gezicht en bek is een onregelmatig patroon van lichte vlekken te zien. De ogen hebben een duidelijk gele kleuring.

De Vietnamese vorm heeft een duidelijker patroon van vergrote ronde vlekken op het carapax. Ook op het buikschild zijn deze ronde donkere vlekken te zien. Doordat er grote getallen van deze soort gekweekt worden, worden er geregeld aparte varianten of morphs gevonden. De albino is hierdoor vrij ‘algemeen’ en zeer populair in gevangenschap. Daarnaast zijn er ook melanistische (zwarte), ‘Piebald’, Paradox en Leucistische dieren aangetroffen.

 

Herkomst en habitat:  Deze schildpad heeft een zeer breed verspreidingsgebied en past zich gemakkelijk aan. Hierdoor zijn ze helaas ook invasief in andere gebieden waar ze de inheemse soorten schildpadden verdrijven. Ondanks hun grote verspreidingsgebied en de grote getallen die worden gekweekt lijkt de natuurlijke populatie sterk af te nemen door vervuiling, het verlies van natuurlijk gebied en het stropen van de populaties voor de voedselmarkt.

Hun habitat bestaat van nature uit grote open wateren, rivieren, meren en moerassen. In gebieden waar ze invasief zijn, zijn ze ook te vinden in drainage systemen, traag stromende poelen, vijvers en stroompjes. Ze kunnen in zowel zoet als brakwater aangetroffen worden. Om te overleven in dit brakke water ‘urineren’ de schildpadden via hun bek. In hun bek hebben ze een aantal klieren die afval en uraaten uitscheiden. Door hun bek te openen spoelen ze deze afvalstoffen weg zonder brak of zout water binnen te krijgen. Rond hun cloaca hebben de dieren ook klieren die zuurstof uit water kunnen opnemen waardoor ze langer onder water kunnen blijven.

Deze schildpad komt van nature voor in Zuid, Oostelijk en centraal China en op Taiwan. Volgens een onlangs uitgekomen artikel zijn de populaties in Noordoost China, (Zuidoost) Rusland en de Korea’s nu Pelodiscus maakii. Populaties uit Noordelijke Vietnam worden nu benoemd als Pelodiscus parviformis en de Pelodiscus axenaria in Hunan (China). Populaties in bijna geheel Japan, Maleisië, Sumatra, Kalimantan en Borneo, de Timors en Iran komen historisch voort uit opzettelijke uitzettingen en ontsnapte dieren van voedselmarkten. Buiten Azië komen ze nu ook voor op Hawai, in Spanje, Guam en Florida in de USA waar ze soms de inheemse soorten verdrijven. Deze populaties komen voort uit ontsnapte of opzettelijk uitgezette Pelodiscus. 

 

Gedrag:  Pelodiscus sinensis is een zeer actieve en goede zwemmer die zich zowel in diepe wateren als ondiepe vijvers kan handhaven. Ze lijken de voorkeur te hebben aan enigszins troebel water wat helpt in het besluipen van hun prooi. Het zijn actieve jagers maar kunnen zich ook als sluipmoordenaar gedragen. Door zich te verstoppen in de sliblaag op de bodem van de wateren waar ze voorkomen zijn ze dankzij hun schild en kleur bijna onzichtbaar. Hier kunnen de dieren rustig afwachten met alleen hun ogen die boven op hun kop geplaatst zijn zichtbaar. Zodra er een vis overzwemt strekken ze razendsnel hun nek uit. Door hun lange uitrekkende nek en open bek ontstaat er een vacuüm die als het ware hun prooi naar binnen zuigt. Een zeer effectieve manier van jagen die men in gevangenschap relatief weinig zal zien door onze manier van houden en voeden.

Deze soort is zeer gebonden aan het water maar kan zich op het land vrij snel voortbewegen. In de nacht worden ze na een regenbui soms aangetroffen in natte velden opzoek naar nieuw leefgebied. Verder zijn het voornamelijk dag en schemeractieve jagers die zich in de nacht verscholen houden op de bodem onder stammen of ingegraven in het slib.

Er word veelal de aanname gedaan dat deze en andere soorten weekschildpadden weinig zonnen en er zijn soorten die relatief weinig tot bijna nooit zonnend te vinden zijn. De Pelodiscus sinensis lijkt dit wel degelijk te doen al is het minder als de bekende moerasschildpadden. Voornamelijk op zandbanken vlak langs het water zodat ze snel het water in kunnen duiken bij verstoring. Op plaatsen waar ze niet gemakkelijk een zonnebank op kunnen zullen ze ondiepe wateren opzoeken. Hier hangen ze aan het oppervlakte om zo te zonnen en thermoreguleren gezien ondiepe wateren sneller opwarmen. Mannen komen aanzienlijk minder op het droge als vrouwelijke dieren. Mede omdat de vrouwen meer moeten opwarmen voor de ontwikkeling van hun eieren en natuurlijk voor de eileg zelf.

Een van de mogelijke redenen dat men deze soort minder frequent ziet zonnen komt door hun schild. Deze aanpassing zorgt ervoor dat het zeer snelle zwemmers zijn maar bied aanzienlijk minder bescherming dan de harde schilden van andere schildpadden en is daardoor, vooral als jong, kwetsbaarder en een makkelijkere prooi. Ook lijkt dit schild gemakkelijker UVB ‘door te laten’ waardoor er minder lang en intensief gezonnebaad hoeft te worden om hetzelfde Photo-biosynthese proces in gang te zetten en zo onder andere pre-vitamin D3 aan te maken. Hierdoor kan zonnen aan het wateroppervlakte al voldoende zijn en hoeven ze hiervoor niet de veiligheid van het water te verlaten.

In het natuurlijke habitat delen ze hun leefgebieden met vele andere soorten schildpadden. Dit zijn echter zeer territoriale soorten, voornamelijk tegenover soortgenoten maar ook andere schildpadden. Daarmee zijn het zeer onstuimige en krachtige zwemmers. Het combineren van deze schildpad is daarmee, tenzij u beschikt over een zeer grote troebele vijver, absoluut af te raden. Ziet men groepen Pelodiscus of andere weekschildpadden aangeboden worden op een beurs of in de dierenwinkel dan zal men vaak exemplaren aantreffen met happen uit het schild, vooral langs de achterste zijden. Deze zijn toegebracht door andere Pelodiscus in gevechten of tijdens voedselnijd.

Pelodiscus sinensis is in gevangenschap zeer actief en zit vol karakter. Jonge dieren kunnen schuw zijn maar ze herkennen hun verzorger al snel als een bron van voedsel. Er word hierin geen onderscheid gemaakt tussen daadwerkelijke voeding en een vinger. Pas hier op tijdens de verzorging gezien een beet zeer krachtig kan zijn. Buiten het water voelen ze zich absoluut niet op hun gemak en zullen zich verdedigen zodra ze hieruit getild worden. Daarnaast helpt hun weke, natte schild niet bij het gemakkelijk hanteren. De lange nek stelt ze in staat gemakkelijk hun ‘aanvaller’ te bijten. Hanteer de dieren daarom niet langer als nodig en plaats ze bij voorkeur direct in een container als u deze moet verplaatsen. Het beste pakt u deze schildpad stevig langs de achterzijde met de  ene hand om hem vervolgens te ondersteunen met de andere.

 

Huisvesting:  Er zijn een aantal punten waar men aan wilt denken wilt u Pelodiscus of andere weekschildpadden in goede gezondheid verzorgen. De belangrijkste zijn waterkwaliteit, licht en ruimte. Pelodiscus sinensis is een actieve zwemmer en volwassen vrouwen worden fors. Dit betekend dat u over veel ruimte dient te beschikken voor het huisvesten van deze schildpadden. Wij raden minimaal 150liter water per 10cm schildlengte aan. Dat is dus minstens 450liter water (150*60*50cm) voor een enkele volwassen dame en bij voorkeur groter. Jonge Pelodiscus kan men groot brengen in een aquarium van 100cm lang x 40cm breed en een waterdiepte van 30cm of hoger. Hiermee komen we op een ‘voordeel’ van deze schildpadden boven sommige anderen. Jongen zijn direct al zeer krachtige zwemmers en zwemmen dus gemakkelijk naar het oppervlakte. Daarom hoeft het watergedeelte niet ondiep te blijven en kan u zo dus gelijk al veel zwem en leefruimte bieden. Bied wel voorwerpen aan het oppervlakte waar de schildpadjes kunnen rusten zoals drijvende plateaus, vegetatie en (wortel)hout.

Bied ten alle tijden een plaats waar de dieren kunnen opdrogen en zonnen. Voor jongen en volwassen mannen kan dit een simpel plateau zijn. Ei-leggende vrouwtjes dienen ook toegang te hebben tot een eiafzetplaats met een zand/aarde laag van 20cm of dieper en een oppervlakte van 60x40 of groter.  Ook vrouwelijke exemplaren die altijd apart gehouden worden kunnen eieren ontwikkelen. Deze zijn dan onbevrucht en worden meestal in het water gelegd. Maar sommige vrouwen doen dit niet en hebben ook dan een plek op het land nodig om deze af te zetten. Is deze mogelijkheid er niet dan kan er eilegnood of eibinding ontstaan wat fataal kan worden.

Boven de zonneplaats dient een warmtelamp te hangen waar de schildpadden onder kunnen opwarmen. De warme zone dient een temperatuur van 32C te bereiken. UVB is wel degelijk van belang voor deze schildpadden maar deze moet goed verspreid worden en mag niet te geconcentreerd zijn op een enkele plaats van het schild om verbranding te voorkomen. Hierom kan men gebruik maken van een hoge kwaliteit UVB T5 TL buis boven zowel de zonneplaats als het water. Plaats achter deze TL buis een reflector om zo de UVB stralen over het leefgedeelte te verspreiden. Is de afstand te groot voor het gebruik van T5 verlichting dan zijn HQL of HID lampen met een breder radius dan de gemiddelde spotlamp een goede optie. UVB is zeer belangrijk voor de gezondheid van het schild en de schildpad zelf. De luchttemperatuur dient gemiddeld 25C te zijn en het water 25/26C. Door het grote aanpassingsvermogen van deze schildpad kan deze goed nachtelijke afkoelingen en algemeen koelere periodes doorstaan. Hierdoor kunnen zij ook een gedeelte van het jaar buiten in een ruime vijver gehouden worden (voorkom ontsnapping). Daarmee is vaak additionele verwarming in de nacht niet nodig. Als u gebruik maakt van een thermostaat verwarmer dan dient deze goed beschermd te worden om schade aan de verwarmer of de schildpad te voorkomen.

Pelodiscus sinensis lijkt minder gevoelig te zijn als sommige andere weekschildpadden en ook daarmee een betere keuze  voor iemand die start met het huisvesten van weekschildpadden. Het schild beschadigd echter makkelijker als die van schildpadden met een verhoornd schild. Als er veel bacteriën en vuil in het water zitten kunnen deze beschadigingen niet goed helen en infecteren of er ontstaan schimmelplekken door een slechte waterkwaliteit. Een goede filtratie is daarmee van zeer groot belang. Zorg voor veel commotie en beweging in het water door gebruik te maken van luchtstenen en een krachtige filter uitstroom. Het beste kan u voor externe filtratie kiezen waarin zowel biologische als mechanische filtratie plaats vind. Maak gebruik van een pre-filter om zo te het externe filter langer schoon te houden waardoor de biologische filtratie beter en langer zijn werk kan doen. Verschoon een gedeelte van het water en de prefilter wekelijks.

De inrichting kan men het beste spartaans houden om zo veel mogelijk zwemruimte te bieden. Enige inrichting zorgt echter wel voor verrijking en bied visuele barrières. Het plaatsen van enige stukken hout die ook het oppervlakte bereiken en halve grote terracotta potten als schuilplaats is daarmee een optie. Een laag rivierzand op de bodem is verstandig en bied een natuurlijke schuilplaats voor deze schildpadden. Het beste plaatst men geen zware stenen of keien in het aquarium gezien deze door de krachtige schildpad gemakkelijk verplaatst worden. Ook planten leven niet lang omdat deze continue omgewoeld zullen worden. Plaats daarom diverse drijfplanten in het water. Deze bieden wederom een natuurlijke schuilplaats, geven een natuurlijke uitstraling en de wortelen van deze planten halen afvalstoffen waaronder nitraten uit het water en dienen dus als een extra filter.

 

Combineren van weekschildpadden:  Jonge dieren zou men in kleine groepen kunnen houden mits hier voldoende ruimte en schuilplaatsen voor zijn. Maar het is het beste deze soort buiten de paartijd om absoluut gescheiden te houden van soortgenoten en andere schildpadden. Ze zijn zeer territoriaal en kunnen andere bewoners constant bijten en achterna zitten. Mede omdat men, hoe jammer het ook is, vaak simpelweg te weinig ruimte bied waarin de schildpadden elkaar kunnen ontwijken. Veel kleinere schildpadden worden soms met rust gelaten maar zullen gestrest raken door de het actieve en onstuimige gedrag van de weekschildpad of als prooi gezien worden.

Mocht u toch combineren, wat we niet aanraden, doe dit dan met even grote of grotere, zeer actieve soorten moerasschildpadden die in hetzelfde gebied voorkomen. In alleen een zeer ruim verblijf wat vaak betekend een buitenvijver. Het voordeel van een vijver is naast de grotere ruimte het feit dat hier veel meer visuele barrières zijn. Dit kan zijn door stammen, vegetatie en troebeler water.

 

Weekschildpadden combineren met vissen:   De gemiddelde schildpadliefhebber heeft ook affiniteit met andere dieren, waaronder vissen. Daarnaast zien we steeds vaker dat weekschildpadden aangeschaft worden als ‘gave’ toevoeging in een aquarium met zogenoemde ‘Monsterfish’ (grote roofvissen). Na het lezen van dit artikel hopen we dat men deze keuze goed overweegt. De schildpad word vele jaren ouder als de vissen en al is deze soort zeer aquatisch, er dienen mogelijkheden te zijn om aan het land te komen en te drogen in combinatie met UVB.

Toch lijkt deze soort meer geschikt als sommige andere schildpadden om te combineren met grotere onstuimige roofvissen. Mede omdat het zelf ook een actieve zwemmer is en zich ook goed kan handhaven in diepere wateren. Daarnaast kunnen ze overleven binnen een marge van verschillende temperaturen mits die belangrijke zonneplaats er is. Mocht u deze schildpad willen combineren met roofvissen. Zorg er dan voor dat er ruimte is voor de schildpad om te drogen en zonnen en plaats die belangrijke UVB verlichting. Filtratie zal al op orde moeten zijn in verband met de vervuilende roofvissen. Het beste is dus om het aquarium in te richten op de eisen van de schildpad en hier passende vissen bij uit te zoeken.

Houd er rekening mee dat deze schildpadden zeer goede rovers zijn en ook prooien die te groot voor hun bek lijken zullen (proberen) te overmeesteren. De schade die een weekschildpad kan aanrichten is groot en voor een vis vaak fataal. Houd er ook rekening mee dat sommige meervallen stevige stekels kunnen dragen ter bescherming. Deze kunnen juist de Pelodiscus beschadigen als deze erin bijt. ‘Monsterfish’ worden niet voor niks zo genoemd, ze worden groot en hebben een monsterlijke eetlust en zijn zeer onstuimig, te onstuimige vis tijdens het voeden betekend weer mogelijke stress voor de schildpad. Combineer daarom alleen Pelodiscus met vissen die niet overduidelijk groter en/of onstuimiger zijn en alleen als de Pelodiscus enkele jaren oud is.

Al blijft het een risico zou u deze schildpad mogelijk kunnen combineren met (bij voorkeur Aziatische) roofvissen zoals: (Snakeheads) Channa argus, Channa marulioides en andere grote slangenkopvissen, Hemibagrus sp.  Aziatische Silurus en andere Aziatische meervallen. De wel bekende en actief zwemmende Pangasius sp welke in aquariumzaken wel word aangeboden als de ‘Blauwe haai’, Chitala sp (Clown mesvis), Datnoides (Tijgerbaars), Scleropages formosus (Asian arowana), Oxyeleotris marmorata (Marble goby), of Grote Zilverhaai barbelen (Balantiocheilus melanopterus), al kunnen deze voedsel worden voor een grote Pelodiscus sinensis of wat rustigere karperachtigen. Natuurlijk kan u ook buiten de Aziatische hoek kijken naar vergelijkbare soorten maar als we dan al combineren kunnen we net zo goed trachten een vorm van biotoop na te bootsen. Een andere optie is juist hele kleine visjes zoals Danio’s of guppen, of gewoon geen vissen ?. Sommige vissen kunnen wat vuil ruimen van de voedselresten van de schildpad maar betekenen net zo vaak een grotere belasting van het water en daarmee filtratie. Wat betekend dat een goede waterkwaliteit behouden meer voeten in de aarde zal hebben.

 

Dieet:  De Chinese weekschildpad is bijna volledig carnivoor. Naarmate ze ouder worden kunnen ze seizoenaal ook enkele waterplanten en/of vruchten eten maar het zijn absolute jagers en hebben een dierlijk dieet nodig met veel proteïnen en vetten. Vooral jonge weekschildpadden accepteren niet direct korrelvoeding al lijken ze hier wel mee gevoed te worden in de farms waar ze vandaan komen. Voer gevarieerd, met bij voorkeur hele prooien. Jonge dieren kan men om de dag voeden en volwassen dieren 2’a’ 3 maal per week.

Voed met bloedwormen, tubifex, regenworm, mossel, garnaal, spiering, voorn, krekels, meel en moriowormen, krekels, Dubias en andere grotere insecten. Zodra de dieren korrelvoeding accepteren kan u deze als basis dieet bieden en hierop variëren met voorgenoemde items.

 

Voortplanting:  Ondanks de grote aantallen die worden voortgebracht in farms lijkt er maar weinig te worden gekweekt door hobbyisten. Vooral in Europa waar de soort in grote getallen geïmporteerd word van de bekende farms. Gezien er in de USA geen dieren onder 4 inch (10cm) geïmporteerd of over State lines mogen worden vervoert is het aantal Pelodiscus dat hier voorkomt aanzienlijk lager en zijn de prijzen ook hoger. Hier word in hogere, al nog steeds geen grote getallen, mate wel mee gekweekt. Men kan hier mogelijk uit afleiden dat in Europa simpelweg de ‘moeite’ niet word genomen om deze soort tot voortplanting te brengen. De soort is vrij voordelig en gezien de grote ruimte en kosten die een koppel nodig heeft buiten de paartijd om deze te huisvesten lijkt dit de moeite niet. Daarnaast verlopen paringen zeer ruig en een vrouw kan ernstig verwond worden. Zeker als deze niet in een paarstemming is. Men moet dus de introductie goed timen. In farms worden de schildpadden in zulke grote getallen op zo een klein oppervlakte gehouden dat territoriaal gedrag gedrukt word. Mogelijke verliezen door gevechten worden hierbij op de koop toe genomen. De factor van ‘timing’ is hier dus minder aan de orde.

Beelden van paring (pogingen) laten zien dat er geen enkele vorm van baltsgedrag is. Zodra een man een vrouw ziet gaat hij deze achterna, bijt haar stevig in de nek, een voorpoot of ander deel voor op het schild, houd haar stevig vast met zijn krachtige poten en duwt zijn cloaca tegen die van haar. De vrouw lijkt afhankelijk van haar stemmig hierin stevig te kunnen tegen werken. Zodra de eigenlijke copulatie plaats vind kalmeert de vrouw enigszins. De paring duurt vrij kort en zodra deze voorbij is gaat de man ervandoor, vaak terwijl de vrouw hem wegjaagt. Het is dus belangrijk het koppel direct te scheiden na een paring om gevechten te voorkomen.

Vrouwtjes leggen soms meerdere malen per jaar een legsel van 8 tot 15 eieren, soms meer. Deze eieren kunnen uitgebroed worden bij temperaturen van 26 tot 32C. De gemiddelde incubatie periode bedraagt 65 dagen bij een temperatuur van 31C. Jonge zijn bij uitkomst 25mm lang en direct zeer goede zwemmers al zullen ze in de beginfase van hun leven vooral ondiepere delen van hun wateren bezoeken. Mede omdat deze sneller opwarmen en hier kleine prooidieren leven terwijl ze veiliger zijn voor natuurlijke predatoren zoals vogels, andere schildpadden, grote vissen, Varanus sp of andere reptielen. Volwassen dieren worden voornamelijk gegeten door krokodillen, katachtigen en de mens.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel