Ceratophrys sp. / Hoornkikker - Care

Vorige Artikel 4 van 10 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Amphibia
Orde: Anura
Onderorde: Neobatrachia
Familie: Ceratophryidae
Nederlandse benaming: Hoornkikker / Pacmankikker
Engelse benaming: Horned frog / Pacmanfrog
Dieet: Carnivoor
Gemiddelde leeftijd: 7-12 (max 15)
Gemiddelde lengte: 8-16cm
Herkomst: Zuid Amerika
Leefwijze: Bodembewoner
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Afnemend

Hoornkikkers, beter bekend als de Pacman kikkers zijn razend populair en met goede reden. Deze kikkers doen vrij weinig maar de verzorging is relatief gemakkelijk, hun uiterlijk is opmerkelijk en de voedselrespons veruit vermakelijk. Vele liefhebbers hebben minstens eens in hun hobby ‘carrière’ de bekende pacmankikker in hun collectie gehad. Voor de beginner is deze kikker een goede keuze omdat ze gemakkelijk voeden, een breed scala aan temperaturen tolereren en zelfs tijdelijk vrij droog gehouden kunnen worden.

 

Soorten:  Aller eerst is het woord 'pacmankikker' een verzamelnaam voor verschillende soorten van het Genus Ceratophrys welke bestaat uit acht erkende soorten . Van deze kikkers zijn de C. ornata en C. cranwellii verreweg het meest gehouden en gekweekt en daarom gaat dit artikel over deze twee soorten. Deze soorten kunnen zeker als jong sterk op elkaar lijken. Meer over het mogelijke onderscheid in een volgend hoofdstuk.

Naast deze 2 soorten worden ook de C. cornuta, C. aurita en soms C. stolzmanii in gevangenschap gehouden en gekweekt. Alle soorten zijn vrij variabel in tekening, cornuta heeft duidelijk hogere hoorns boven zijn ogen. C. stolzmanii blijft het kleinste van deze soorten. Over deze soort kan u meer lezen in onze #terrariumbibliotheek. 

 

Uiterlijke kenmerken:  Pacmankikkers zijn inactieve, grote kikkers met vrij korte poten en een brede bek. Deze grote bek stelt ze in staat grote prooien te verorberen. Eventueel gebruiken ze hun voorpoten om deze naar binnen te duwen en hun beet is voor kikker begrippen krachtig. Na enig onderzoek van deze soort zal men al snel geconfronteerd worden met foto’s van pacman kikkers die aan de vinger van hun verzorger bungelen. 

De C. ornata en C. cranwelli lijken zowel als jong als volwassen dier sterk op elkaar. Daarnaast helpt het niet dat deze soorten soms gekruist worden om zo apartere kleurtjes te verkrijgen. Beide soorten kunnen een diep groene tot bruine kleur hebben en alles wat ertussen zit. Het patroon bestaat uit een reeks van donkerbruine lijnen en (druppelvormige) vlekken. In algemene zin heeft de C. cranwelli een patroon dat uit meer grotere en uitgelopen vlekken bestaat en de C. ornata een meer uitbundig patroon, dat als jong iets duidelijke is afgescheiden van de basis kleur en uit meer kleinere vlekken bestaat. Naarmate de dieren ouder worden neemt het contrast af en zelfs groene dieren kunnen hun kleur verliezen en bruin worden. Beide soorten hebben horentjes op hun ogen. Bij de ornata lijken deze iets minder prominent en ongelijk waar ornata een duidelijke punt boven elk oog heeft. Deze punt is bij verre na niet zo evident als bij de C. cornuta, die aanzienlijk gemakkelijk te onderscheiden is van voor genoemde soorten. De buik is licht tot wit van kleur, hierop is bij de C. ornata vaker een duidelijk patroon van onregelmatige donkere vlekken te zien, vooral op onderzijde van de kin. C. ornata word met maximaal 16.5cm voor vrouwtjes en 11cm voor mannen groter als C. cranwelli met ‘slechts’ maximaal 13.5cm voor vrouwen en 8 a’ 9cm voor mannen. Beide soorten zijn imposante kikkers met een imposant vermogen grote prooien naar binnen de werken.

Zoals gemeld is het lastig om deze soorten te onderscheiden en door het kruizen kan het soms nog lastiger worden. Deze soorten zijn vaak gekruist door onwetendheid en om aparte kleurtjes te verkrijgen. Vooral van C. cranwelli zijn vele kleurvarianten bekend, extra groen, patroonloos en de bekende albino. Vervolgens zijn hierin ook weer vele varianten, albino’s met meer rood, geel, roze. Vaak neemt deze kleur af. Desalniettemin is het een apart gezicht een grote brede kikker met rode ogen en een gele basiskleur.

 

Herkomst en habitat:  C. cranwelli word ook wel de ‘Chacoan Horned frog’ genoemd en komt voor in het Gran Chaco (Grote droge vlakte) gebied dat strekt van zuidelijk Bolivia, Westelijk Paraguay door in het Midden/Noorden van Argentinië en in kleine gebieden in het uiterste zuidwesten van Brazilië. Dit gebied kenmerkt zich door relatief hoge temperaturen, droge periodes en de voornaamste vegetatie zijn graslanden met sporadisch bomen en grote struiken, (tijdelijke) moerassen en bossen van doornbomen, palmbomen en ander struikgewas. Veel van het leven vormt zich rond poelen die ontstaan in het regenseizoen. Deze kikker plant zich voort in het regenseizoen en dit is een van de weinig momenten dat deze actief het water opzoekt. Daarbuiten verschuilen ze zich in de losse bodem tussen vegetatie of onder stammen. Als de temperaturen te hoog worden en de droogte aanhoud gaat deze kikker in een zogenoemde ‘zomerslaap’ in deze fase graven ze zich diep in, ontwikkelen een beschermende slijmlaag en kunnen zo lange periodes inactief blijven en ook niet voeden.

Het verspreidingsgebied van C. ornata ligt ten Oosten van de C. cranwelli, in Argentinië,  (de Pampa regio: Buenos Aires, Cordoba, Entre Ríos, La Pampa, Mendoza en Santa Fe provincies), in Uruguay en het zuiden van Brazilië (Río Grande do Sul) dit gebied is iets vochtiger maar kenmerkt zich nog steeds door een droog en nat seizoen, hier worden de kikkers gevonden rond poelen, in moerasgebieden en soms drainagegebieden.

 

Gedrag:  Het uiterlijk van Ceratophrys verraden hun inactieve levensstijl. Dit is geen actieve jager maar wacht geduldig af tot er een prooi langs komt lopen om deze te vangen. Het zijn daarmee echte opportunisten en eten van alles. In het droge seizoen graven ze zich deels in op de bosbodem tussen aarde, takken en blad. Hier kunnen ze dagen bijna ongeroerd liggen. Als de kikker zich verplaatst (bijvoorbeeld na het vervuilen van hun schuilplaats) dan is dit bijna altijd in de schemer of nacht. In het regenseizoen trekken volwassen dieren met grote aantallen naar ondiepe tijdelijke poelen. Vaak de mannen iets eerder als de vrouwen om hier de dames te roepen met een luide kwaak en vervolgens te paren. Hierna trekken de dieren weer het bos of grasland in om zich onder een stam of tussen de bosbodem te verschuilen. Houd er dus rekening mee dat er naast het voeren weinig 'actie' zit in deze soort.

In verband met hun verborgen levenswijze houd deze kikker er niet van om uit het comfort van zijn schuilplaats gehaald te worden om te worden opgepakt. Dit zorgt voor stress en wilt u als verzorger dus tot een minimum beperken. Als de kikker zich bedreigd voelt zal deze proberen te bijten. De beet in krachtiger dan men zal verwachten van een kikker. Het beste is dus deze te verplaatsen door de kikker in een kleine container te 'jagen'. Dit voorkomt ook dat deze onhandige kikker van uw hand af springt en zich mogelijk bezeert.

 

 

Verzorging:  Ondanks het formaat benodigd deze kikker geen ruim verblijf simpelweg door hun zeer inactieve levensstijl. Jonge dieren kunnen groot gebracht worden in een faunabox maar zullen hier snel uit groeien. Voor een volwassen exemplaar is een terrarium met een bodemoppervlakte van 50*40cm ( of exo terra 45*45) voldoende. Er moet ruimte zijn voor een diepe laag bodem maar verder is de hoogte niet belangrijk aangezien deze kikker niet klimt. Houd de kikkers buiten de paartijd om ten alle tijden apart. Ze kunnen territoriaal zijn en bij een te groot verschil in formaat is de kans aanwezig dat de grootste zijn medebewoner onderdeel van zijn dieet maakt. 

Voorheen hield men deze kikkers vrijwel geheel nat, soms zelfs in enkel een laag water met een schuilplaats. Gezien hun natuurlijke gedrag en het feit dat ze zich ophouden in de strooisellaag van hun gebied is dit af ta raden. Alleen jongen die net uit het water komen mogen op deze manier gehouden worden.

Het substraat kan bestaan uit een dikke laag van cocopeat aarde, turf, een klein beetje rivierzand (help de mix vochtig te houden) en mos. Bij voorkeur plaatst men een drainagelaag bestaande uit een filtermat onder het substraat. Deze laag dient de Ceratophrys de mogelijkheid te bieden zich volledig in te graven en helpt daarnaast bij het onderhouden van een hogere luchtvochtigheid. De bodem mag niet uitdrogen maar bied variatie in de mate van vochtigheidsgraad van de bodem. Maak delen extra vochtige en houd andere droger. Let er wel op dat een te droge bodem in combinatie met hogere temperaturen een zomerslaap kan veroorzaken. Boots de seizoenen na en sproei meer in een deel van het jaar. Jonge dieren kan men beter vochtigere houden als volwassen exemplaren. Jonge dieren hebben de voorkeur aan een vrij natte bodem. In een diepe bodemlaag ziet men dat soms de toplaag iets droger is terwijl onderliggend substraat vochtiger is. De kikker maakt gebruik van deze lagen en zal zich dieper ingraven als de toplaag te droog word. Maar verder naar het oppervlakte blijven als deze dus te nat word. Bied dus voldoende opties. Een deel van de bodem bedekken met een laag blad, het plaatsen van een schuilplaats of door gebruik te maken van levende kruipende planten (Philodendron is een goede optie) helpt hierbij en bied schuilplaatsen aan de pacman. 

Een ondiepe schaal met water waar de kikker geheel in past dient ten alle tijden aanwezig te zijn. Sproei (bijna) dagelijks bij voorkeur vlak voor of nadat de lampen uit zijn maar ventileer en sta het terrarium toe enige mate op te drogen.

Als de kikker op een kamer staat waar het voldoende licht is zijn eventuele lampen niet noodzakelijk. Wel helpen deze een natuurlijke dag/nacht cyclus te stimuleren en is dit benodigd voor eventuele levende planten. Let erop dat dit licht niet te 'fel' is en er voldoende plaatsen zijn waar deze lichtschuwe kikker zich kan ophouden in schaduwplekken. Verlicht gemiddeld 12.5 tot 13.5 uur. Daarmee komen we op het punt verwarming, zoals gemeld is deze soort vrij inactief, leeft op de bodem of deels ingegraven en vrij lichtschuw. Men kan hieruit concluderen dat verwarmen met de bekends spotlampen niet de beste optie is. Bij voorkeur kiest men dus van een verwarmer die alleen warmte uitstraalt en dit gelijkmatig doet in tegenstelling tot het creëren van een hotspot. Daarom is het gebruik van een warmtemat een goede optie. Plaats deze echter niet onder het terrarium. Dit droogt de snel bodem uit en als de kikker het te warm krijgt kan deze, naast door de waterbak te bezoeken, niet afkoelen. Daarom wilt u de warmtemat tegen een zijwand van het terrarium plaatsen. Dit zorgt ervoor dat er door het terrarium een mate van verschil in temperatuur gradiënten ontstaat. Hiertussen kan het dier gemakkelijk kiezen zonder de comfortzone van zijn schuilplaats (bodem) te verlaten. Eventueel kan u met een simpele staaf warmtelamp de luchttemperatuur verhogen. Sluit bij voorkeur de mat (en eventuele lamp) aan op een thermostaat om oververhitting te voorkomen. Deze soort kan het goed doen onder verschillende temperatuur omstandigheden en korte 'extremen' tolereren. Maar wijk bij voorkeur niet af van sub-tropisch temperaturen tussen 25-27C. In de nacht mag de temperatuur dalen maar bij voorkeur niet onder 20C komen. 

 

Dieet:  Naast foto’s van kikkers die aan vingers hangen kent men deze kikker ook van afbeeldingen waar ze een hele muis met gemak verorberen. Dit is waar imposant gedrag en deze kikker is een echte carnivoor. Echter bestaat hun natuurlijke dieet voor meer als 70% uit… andere kikkers. Zelfs kikkervisjes van Ceratophrys eten de kikkervisjes van andere soorten. Daarnaast bestaat een deel van hun dieet uit gevogelte, slechts 7% uit knaagdieren en het andere deel uit reptielen (vooral kleine slangen) en ongewervelden. Het maag/darm kanaal is er dus niet op gebouwd om prooien met zeer veel vacht te verwerken. Als u daarom alleen maar muizen met vacht voert is de kans aanwezig dat uw hoornkikker verstopt raakt. Deze knaagdieren zijn wel een goede bron van calcium en vetten dus als u deze voert geef dan bij voorkeur kale nestmuisjes of ratjes maar laat deze niet het grootste deel van het dieet beslaan om vervetting te voorkomen. Van nature is slechts een heel klein percentage van hun dieet ongewerveld, dit heeft waarschijnlijk te maken met hun leefwijze en bouw. Toch kunnen deze een goed onderdeel zijn van het dieet mits u deze goed bepoederd met een hoge kwaliteit calcium of mineralen supplement. Voedselinsecten die u kan aanbieden zijn diverse soorten kakkerlakken, moriowormen en sprinkhanen of zijderupsen. Ook wormen en wasmotlarven worden gretig verorberd. Het voeden van andere kikkers is vrij onvoordelig en er is kan op het introduceren van een ziekte of parasieten.

Voed jonge dieren dagelijks tot om de dag en volwassen dieren elke drie tot vijf dagen zo veel als ze op kunnen. Let erop dat u de kikker niet strest nadat deze een grote maaltijd op heeft om het uitspugen te voorkomen.

 

Voortplanting:  Bedenk goed of u met deze soorten wilt kweken. Er is een grote afzetmarkt en enige uitval zal er zijn. Maar een enkele vrouw kan honderden tot soms 2000 eieren leggen in een paarperiode. Dit zijn veel jonge kikkervisjes en straks kikkers om voor te zorgen. De roep van een mannelijke hoornkikker is zeer luid. Wat zeer fascinerend aan deze soort is dat zelfs de kikkervisjes al na enkele dagen geluid kunnen produceren wat ook onder water hoorbaar is.

De kweek word aanzienlijk meer gestimuleerd in een groep, met slechts een koppel is deze vaak onsuccesvol. Bedenk u dus dat u zowel meerdere vrouwen als mannen nodig heeft. Mannen zijn te herkennen aan hun duidelijk bredere voorpoten en iets kleinere bouw.

Voortplanting word gestimuleerd door een iets droge periode gevolgd door een warmere natte periode. Vergoot en verleng de sproeibeurten, maak de bodem vochtiger en voed meer. Zodra de kikkers actiever worden en de mannen beginnen te kwaken kan u deze in een zo genoemde regenkamer plaatsen waar het bijna constant druppelt en de luchtvochtigheid 90% of hoger is. Plaats hierin een groep van meerdere mannen en vrouwen in een laag water waar de dieren nog steeds in staat zijn de kop boven water te houden, boven de bodem wilt men een gazen valse bodem spannen waar de kikkers op kunnen lopen. Plaats deze valse bodem in een hoek zodat de kikkers makkelijk de ondiepere delen kunnen opzoeken. Paringen vinden bijna altijd in de avond plaats maar kunnen overdag voortduren. De gazen bodem zorgt ervoor dat gelegde eieren erdoor vallen en zo niet beschadigd raken.

Haal de ouderdieren weg en laat de strengen in het water. Eventueel kan u een kleiune bruissteen plaatsen om het water van iets meer zuurstof te voorzien. De eistrengen komen na enkele dagen uit, dit is voornamelijk afhankelijk van de temperatuur. Kikkervisjes van deze soort zijn zeer carnivoor maar onderlinge kannibalisme is schaars. Kikkervisjes van andere  soorten worden echter gretig gegeten. Om de kikkervisjes groot te brengen kan u ze voeden met visvoeding, onderwater insecten zoals bloodworm (vrij vet) tubifex en artemia of watervlooien.

Zodra de voorpoten doorkomen dient u voldoende ruimte te bieden gemakkelijk het land te bereiken. Zodra de nu kikkertjes aan ‘land’ komen kan u ze enige tijd in slechts een ondiepe laag water met enkele schuilplaatsen en spagnum mos grootbrengen tot hun staart volledig is opgenomen. Voed nu met kleine ongewervelden zoals stofkrekels van diverse soorten en fijn weideplankton. Voed waar mogelijk meerdere malen per dag, de kikkertjes groeien snel. Let erop dat er snel onderling concurrentie kan ontstaan en verwijder exemplaren die achterblijven om te voorkomen dat deze ook voer worden.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel