Gonyosoma oxycephalum / Roodstaart rattenslang - Care

Vorige Artikel 7 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Wetenschappelijke naam: Gonyosoma oxycephalum
Nederlandse benaming: Groene roodstaart rattenslang
Engelse benaming: Redtail racer
Dieet: Carnivoor
Gemiddelde leeftijd: 12+
Herkomst: Azie
Leefwijze: Arboreal
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Gonyosoma oxycephalum, (Boie, 1827)

Deze prachtig groene en elegante slang behoort tot de colubridae en valt onder de verzamelnaam 'rattenslangen'. Het is een tamelijk forse slang die een groot verspreidingsgebied kent binnen Azië. In dit stuk beschrijven wij wat algemene informatie en gaan we in op een aantal punten om op te letten bij de aanschaf en verzorging.

 

Let op:  Nakweek van deze soort is te verkrijgen, er zijn minder successen mee als andere soorten rattenslangen maar vooral de Thaise en Maleise vorm zijn vrij goed te verkrijgen. Wij raden absoluut aan om eventueel enig geduld te hebben en nakweek of dieren die al lang in gevangenschap zijn aan te schaffen. Er word nog met enige regelmaat in kleine aantallen Gonyosoma oxycephalum geïmporteerd maar deze slangen passen zich zeer slecht aan. Deze wildvang slangen zijn vaak zeer uitgedroogd, gestrest, hebben soms wonden door het vangen of van de kooien waarin ze bewaard worden tot ze door een handelaar opgekocht worden van de lokale voedselmarkt of kampen en leiden onder diverse parasieten, zowel in als uitwendig. Teken en mijt is tegenwoordig goed te behandelen maar ook deze kunnen schade aanrichten. Behandeling tegen wormen in de darm, hart of longen is aanzienlijk lastiger. Ook kunnen deze behandelingen door de stress nog grotere impact hebben op de gezondheid en vooral hart en longworm kunnen permanente, uiteindelijk fatale gevolgen hebben. Het is dus zeer verstandig, ook voor een ervaren liefhebber om wildvang uit de weg te gaan. Mocht u opzoek zijn naar een alternatief, ga voor nakweek of informeer eens naar de Gonyosoma boulengeri, een minstens zo actieve mooie groene slang met een enigszins opvallende neus. Van deze soort is aanzienlijk meer nakweek te verkrijgen. Let er wel op dat pasgeboren jongen moeilijk opstarten wat betreft zelfstandig voeden.

Deze slangen zijn niet beschermd en niet bedreigd in hun natuurlijke gebied. Wel zijn de wouden waar deze slangen voorkomen kwetsbaar door de toenemende houtkap. In tegenstelling tot veel andere rattenslang soorten vind men deze slang weinig in de buurt van mensen.

 

Uiterlijke kenmerken:  De algemene naam is ‘groene roodstaartslang’ en deze beschrijving vat al een groot deel van hun uiterlijk samen. Gonyosoma oxycephalum is een lenige, lange groene slang met een roodachtige staart. De schubben zijn glad, de kop is vrij spits en de ogen zijn prominent en hebben bij de groene vorm een blauwe kleur. Binnen het grote verspreidingsgebied is echter veel variatie te vinden. Zo hebben sommige varianten duidelijker gele onderlippen, is de staart niet roodachtig maar grijs of zijn ze totaal anders van kleur. Veel exemplaren van Java lijken ook ‘Zilvergrijs’ of geel van kleur te kunnen zijn. Ook in andere delen van Indonesië zijn andere varianten te vinden. Gemiddeld word deze slang 200cm lang maar kan lengtes bereiken van 240cm of langer.

 

Verspreiding en natuurlijk habitat:  Het natuurlijke habitat van deze soort bestaat voornamelijk uit vochtige wouden, open bossen, langs woudranden en in mangrove. Ze komen nauwelijks tot niet op de grond en zijn uitermate goede klimmers. Hun verspreidingsgebied bevind zich in een groot deel van Tropisch Azië aan de Golf van Thailand en Java zee op Java, Sumatra, de Filippijnen, Borneo, in Laos, Cambodja, Vietnam en in Thailand, Maleisië en het zuiden van Myanmar.

 

Gedrag:  Van nature is dit een dag actieve slang. Ze houden zich voornamelijk op boven de grond in dikke struiken, vol begroeide bomen en mangroves. Hier jagen ze actief op allerlei soorten vogels en kleine zoogdieren waaronder vleermuizen. Bij verstoring zal deze soort eerst weg proberen te komen maar bij provocatie staat deze zeker 'zijn mannetje'. In dit geval zal de slang wild met de staart heen en weer slaan of tikken, waarschijnlijk een manier om de aanvaller af te leiden. Hun nek zetten ze verticaal uit waardoor de zwarte huid tussen de briljant groene schubben te zien zijn. De blauwe tong steken ze langzaam en dreigend uit en soms is een sissend geluid te horen. Wilt dit niet werken zullen de slangen diverse (schijn)aanvallen, vaak naar het gezicht, doen en als ze zich ertoe gedwongen voelen ook bijten.

Zoals we wel vaker merken heeft dit naast de lastig te houden reputatie ook een reputatie opgeleverd van enigszins defensieve slang. Vooral ten tijden van wildvang dieren was dit zeker niet misplaatst. Ook nakweek kan nog een mate van defensief karakter behouden. Vooral jonge dieren, wat te verklaren is aan de kwetsbaarheid. Zodra deze ouder worden raken de slangen gewend aan activiteit in de kamer en zullen ze hierdoor niet meer verstoort worden. Er blijft enige nervositeit maar bij een kalme manier van hanteren zal dit vaak niet leiden tot overmatig defensief gedrag. Het is ook daarmee geen slang voor beginnende liefhebbers. 

 

Andere soorten:  Heeft u interesse in de Gonyosoma oxycephalum maar beschikt u niet over de ruimte die deze soort bemind of voelt u zich prettiger bij een slang van kleiner formaat?

De Gonyosoma prasinum en iets minder bekende Gonyosoma frenatum hebben een vergelijkbaar prachtig groen uiterlijk en blijven aanzienlijk kleiner. Houd er wel rekening mee dat deze slangen beter gedijen maar gematigde tot lagere temperaturen. 

Gonyosoma boulengeri bereikt een formaat dat hiertussen valt en is waarschijnlijk de meest actieve van alle Gonyosoma. Ook heeft deze een opvallende neus. Jongen hiervan kunnen lastiger opstarten wat betreft zelfstandig voeden maar een dier dat eenmaal eet stopt niet snel.

Gonyosoma jansenii uit Sulawesi is een zeer opvallende soort en van alle Gonyosoma lijkt deze zich het lastigste aan gevangenschap aan te passen. Veelal aangeboden exemplaren zijn wildvang en nakweek is schaars. Hiermee alleen een soort voor de ervaren hobbyist. 

 

Huisvesting:   Het lijkt ons bijna onnodig te melden dat deze slang een ruim, hoog en goed beplant terrarium verdient. Ze zijn actief, worden lang, zijn actieve klimmers en voelen zich soms snel in het nauw gedreven. Dit is dus geen soort voor een rack systeem of klein terrarium. In een wel geventileerd terrarium van 150*60*80 kan u een koppel of trio goed huisvesten en bied u ruimte alle gedragingen te tonen. Heeft u echter de mogelijkheid dan zal u met een ruimer en vooral hoger terrarium de slangen zeker een plezier doen en laten we hiermee ook niet uzelf vergeten. In een hoog, vol beplant en ingericht terrarium kan u de elegantie van deze soort goed waarnemen. 

Deze grote ruimte dient natuurlijk wel gevuld te worden. Een kale bak van dit formaat leid tot stress en vaak stoppen de slangen dan snel met eten. Begin met een dikke laag substraat, deze vangt niet alleen de vele afval die deze rattenslangen produceren op, het helpt ook bij het onderhouden van een hogere luchtvochtigheid. Dit substraat kan in de basis bestaan uit cocopeat aarde maar meng hier bij voorkeur turf, blad, boomschors of iets als reptibark en wat mos doorheen. Plant hierin bij voorkeur levende planten. Afgezien van het natuurlijke aanblik helpen deze in het behouden van een hogere luchtvochtigheid en ontstaan tussen al het blad meerdere microklimaten, extra klim en schuilmogelijkheden. Goede opties zijn Ficus benjamina, binnendijkii en elastica, kleinere soorten Musa (bananenplant) en Asplenium. Epipremnum en Scindapsus zijn echte woekeraars die gemakkelijk alle wanden en klimtakken bedekken. Plaats vele lianen en takken van verschillende diktes op diverse hoogtes. Tussen deze takken kan u met kurk plateaus en schuilplaatsen maken. Door een natuurlijk vogel nestblok op te hangen bied u een extra schuilplaats in de hogere delen van het terrarium. Vul dit blok met vochtig spagnum mos zodat de dieren zich hier kunnen ophouden tijdens een vervelling of om eieren af te zetten.

Deze dagactieve slang heeft zeker baat bij het bieden van daglichtlampen met eventueel een mate UVB. Dit bevorderd de activiteit. Omdat het geen uitgesproken zonnebadende slangen zijn kan u het terrarium verwarmen met zowel warmtespotlampen, als keramische stralers aangesloten op een thermostaat. Denk er hierbij wel aan dat u deze straler goed afdekt met een beschermkooi om verbranding te voorkomen. De luchttemperatuur mag overdag tussen 25C tot 27C liggen. Met een warmere deel van 29C en hotspot van 31C. Men zal echter opmerken dat hier buiten de dracht of het verteren van een grote prooi weinig gebruik van zal worden gemaakt. Deze soort tolereert langdurig hogere temperaturen slecht. De nachttemperatuur mag dalen maar bij voorkeur niet onder 20C komen. Op enkele gebieden na ervaart deze soort in zijn natuurlijk habitat geen sterke dalingen of verschil in temperaturen tussen de seizoenen. 

De vochtbehoefte van de Gonyosoma oxycephalum is hoog. Ze leren uit een waterbak drinken maar doen dit alleen als het water vers is. Omdat de slangen ook geregeld in de waterbak baden betekend het dus dat deze regelmatig gereinigd moet worden. Regelmatig sproeien is benodigd om een luchtvochtigheid van 70/80% (90% in de nacht) te waarborgen en de slangen te laten drinken. Besproei daarom de inrichting en slangen zelf goed. 

 

Dieet:  Het dieet van deze soort in het wild is in gevangenschap vrij gemakkelijk na te bootsen (op de vleermuizen misschien na dan…). Hier voeden ze zich met allerlei soorten kleine zoogdieren en vogels en men vermoed ook de eieren. Toch is het niet ongewoon dat een wildvang exemplaar veelal weigert te voeden. Dit heeft vaak meer met stress en slechte gezondheid te maken dan de prooien die wij aanbieden. Wilt een dier niet voeden met de bekende ontdooide of levende muizen dan is het bieden van (zo nodig levende) klein gevogelte een goede optie. Denk hierbij aan eendagskuikens en kwartelkuikens of wanneer noodzakelijk zebravinkjes o.i.d. Kijk vooral ook goed naar uw manier van huisvesten en doe een mestonderzoek.

Als de Gonyosoma eenmaal eet zal deze niet snel stoppen behalve als deze in de vervellingcyclus zit of binnenkort eieren zal leggen. Omdat deze soort naast op reuk zeer veel op het zicht jaagt is het vaak nodig de prooi te bewegen met een voederpincet of levende prooien aan te bieden. Voed bij voorkeur geen grote prooien in verhouding tot de lichaamsbreedte van de slang maar wanneer nodig meerdere middelmaat prooien. Volwassen muizen voor een volwassen exemplaar izjn vaak voldoende. Ook kan u met eendagskuikens gerbils, weaner of fuzz ratten of bijvoorbeeld kwartelkuikens voeden. Observaties van ei-etende Gonyosoma in gevangenschap zijn ons niet bekend. Voed jonge dieren eens per 5 a 7 dagen, de stofwisseling van deze slangen is zeer efficiënt. Ook volwassen dieren kan men eens per 7 tot 10 dagen voeden.

 

Voortplanting: over de voorplanting van deze soort kunnen wij nog geen persoonlijke meldingen doen. Deze soort legt grote legsels van relatief lage aantallen (3-10). Deze eieren incuberen bij een gemiddelde temperatuur van 28/29C gedurende 110 dagen maar kan afhankelijk van de incubatie temperaturen 91 tot 145 dagen duren. Bij uitkomst zijn de jongen al 45cm lang en voeden gemakkelijk met eendaags tot 10 dagen oude babymuisjes.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel