Chelodina oblonga (rugosa) / Oostelijke slangennek schildpad - Care

Vorige Artikel 5 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Pleurodira (Halswenders)
Familie: Chelidae
Subfamilie: Chelodininae
Wetenschappelijke naam: Chelodina oblonga
Nederlandse benaming: Noorderlijke slangenhals schildpad
Engelse benaming: Northern snakeneck
Gemiddelde leeftijd: 30-40 jaar
Herkomst: Australie
Leefwijze: Aquatisch
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Chelodina oblonga

Het uiterlijk van deze schildpad is op zijn minst ‘opmerkelijk’ te noemen door hun ‘eivormige’ schild en zeer lange nek. Door deze lange nek hebben deze halswenders hun algemene naam ‘slangenhals schildpad’ zeker verdient. Hun lange nek stelt deze schildpadden in staat zeer snel prooien te vangen en het zijn goede jagers.

 

Uiterlijke kenmerken:  De Chelodina oblonga heeft een vrij vlak gestroomlijnd schild. De vorm is van bovenaf gezien te vergelijken met een ei of peer, de voorzijde is smaller dan de bredere achterzijde. Het schild kan 36-40cm lang worden. Naast hun schildvorm is ook de lange nek zeer opmerkelijk, deze is bij (half) volwassen exemplaren gemiddeld 84% tot 90% van de lengte van het schild. Jonge exemplaren hebben in verhouding zelfs een langere nek. Het plastron vertoont de duidelijk zichtbare ‘intergular’ plaat die alle Pleurodira  (halswenders) bezitten. Het plastron heeft een licht crème kleuring, het carapax heeft een vrij saaie bruine, donkergrijze of grijs/groene kleur. Welke vaak donkerder is bij het uitkomen en lichter en bruiner word naarmate de schildpadden ouder worden. De poten en hals zijn een grijs tot donkergrijs gekleurd, de kop is vaak iets donkerder. De rest van het lichaam is lichter van kleur. De poten zijn krachtig en het is een zeer goede zwemmer welke zich prima handhaaft in wateren en rivieren met sterke stroming. De hals is zeer krachtig en wendbaar waardoor dit zeer goede jagers zijn. Zoals alle halswenders kan de slangenhalsschildpad zijn hals niet in het schild terug trekken. Daarom leggen ze deze gevouwen langs het voorste deel van hun lichaam en voorpoten onder de marginale en nekschilden van het carapax.

 

Natuurlijk verspreidingsgebied:  Chelodina oblonga komt voor in de kust en laagland gebieden van het zuidoosten van Papua en zuidwesten van Papua new Guinea en de noordelijke gebieden van Australië in het noordoosten van Western Australia, het noorden van de Northern Territory en het noord/noordwestelijke deel van Queensland. Ze hebben de voorkeur voor mangroves en stromende rivieren die onder invloed zijn van eb en vloed en in sommige delen zeer onder invloed zijn van de seizoenen, waar de zomers zeer warm en droog zijn en de ‘winters’ koeler en nat wat kan veroorzaken dat delen van hun habitat lange tijd overstromen. Deze schildpad gedijt zowel in zoet als brakwater. De schildpadden zijn overdag actief en zijn veel actief op jacht naar voeding. Bij verstoring verstoppen ze zich onder water tussen vegetatie, gezonken stammen of in de sliblaag op de bodem. Men kan deze schildpadden aantreffen als ze zonnen op een stam of de zandbanken langs de rivieren, maar ze zonnen bij voorkeur hangend aan het oppervlakte in een ondiep deel van de rivier. Vooral jonge exemplaren verstoppen zich veel tussen de vegetatie langs de oevers van het water en komen nauwelijks tot niet uit het water. Ze delen hun voorkomst gebied met onder andere diverse Emydura soorten.

 

Gedrag:  Deze schildpad is zeer actief en een goede jager. In de avond en nacht verstoppen en rusten ze graag tegen een stam, op de bodem of tussen vegetatie. Mannen onderling kunnen zeer agressief zijn maar jegens schildpadden van andere soorten erg tolerant, ook in gevangenschap. Houd er wel rekening mee dat elke schildpad voldoende ruimte heeft zich af te zonderen en de Chelodina zeer actief is, combineren met rustige soorten of minder goede zwemmers is daarmee niet verstandig. ‘Gelukkig’ bijt deze soort nauwelijks tot niet wanneer deze gehanteerd word, want hun lange nek stelt ze in staat om bijna elk deel van hun schild te bereiken. Deze soort er niet van uit het water getild te worden en voelt zich erbuiten zeer oncomfortabel. Om toch hun ‘aanvaller’ af te schrikken zwaaien ze snel met hun hals heen en weer en slaan ze met open bek tegen hun belager aan. Hanteer deze schildpadden daarom zo min mogelijk en verplaats deze in een gesloten container met mos of een vochtige handdoek als substraat.

 

Huisvesting:  Vaak word de schildlengte i.c.m. met de activiteit als graadmeter gebruikt voor het bepalen van het benodigde formaat verblijf voor een schildpad. Maar door de lange nek van deze soort gaat deze stelregel niet helemaal op.  Een tweetal of trio volwassen exemplaren verdienen een aquarium van minimaal 200x75cm met een minimale waterhoogte van 40cm maar bij voorkeur dieper. Pas geboren Chelodina kan men in kleine aquaria of kunststof containers groot brengen, met een ondiepe laag water die de schildpadjes in staat stelt gemakkelijk het oppervlakte te bereiken om te ademen. Gebruik een sponsfilter aangedreven door een luchtpomp om het water in beweging te houden en te filteren. Doormiddel van waterplanten en stukken schors kan u schuilplaatsen creëren en mogelijkheden bieden om uit het water te klimmen. Zodra de jonge dieren goed voeden en enkele weken oud zijn kan men het waterniveau verhogen. Chelodina oblonga is dagactief en verstopt zich in de nacht tussen vegetatie en stammen.

Inrichting:  Deze uitermate goede zwemmers maken dankbaar gebruik van alle zwemruimte die ze geboden word en hun lange nek stelt ze in staat gemakkelijk het oppervlakte te bereiken om kort nieuwe lucht te ademen. Naast enkele schuilplaatsen op de bodem doormiddel van halfronde terracotta potten en een enkele stam om gemakkelijk het oppervlakte te bereiken is een uitgebreide decoratie niet nodig. Probeer de overige inrichting schaars te houden om zoveel mogelijk zwemruimte te bieden. De bodem kan men kaal houden voor gemakkelijke reiniging, de soort graaft nauwelijks tijdens hun zoektocht naar voeding en verschuilt zich net zo makkelijk onder stammen of halfronde schuilplaatsen. Mocht u de kale bodem toch willen bedekken is het een idee om deze te bekleden met natuurlijk uitziende dunne tegels of leisteen. Dit is gemakkelijk te reinigen maar ziet er beter uit dan een kale, glazen bodem.

Deze soort zonnebaad weinig op het land, voor jonge dieren is daarom geen zandbak nodig maar een Turtle Dock of plateau voldoende om sporadisch op te drogen en zonnen. Volwassen exemplaren hebben geen groot landgedeelte nodig maar houd er rekening mee dat een volwassen vrouw ten alle tijd de mogelijkheid heeft haar eieren in een zandgedeelte te leggen. Dat deze schildpadden weinig op het land komen en zonnen betekend niet dat ze niet zonnebaden of thermoreguleren. In het wild word de soort vaak drijvend aan het oppervlakte aangetroffen. Hier maakt het gebruik van de zonnestralen die het wateroppervlakte raken en opwarmen om te thermoreguleren.

Omdat de soort nauwelijks plantaardig materiaal eet is het mogelijk drijvende planten toe te voegen om het verblijf een meer natuurlijk uiterlijk te geven. Daarnaast bieden deze extra schuilgelegenheden en nemen planten afvalstoffen uit het water zodat deze fungeren als extra filter.

Licht en verwarming:  In het natuurlijke herkomstgebied van de Chelodina oblonga heeft het te maken met wisselende omstandigheden. Hierdoor kan de soort redelijk goed omgaan met wisselende temperaturen in gevangenschap. Wanneer er een warme plek word aangeboden doormiddel van warmtespots, waarvan bij voorkeur één boven het landgedeelte en één boven het water met daaronder een aantal stammen waar de schildpadden aan het oppervlakte kunnen rusten is veel additionele verwarming niet nodig. Gebruik een goed beschermde (om breuk te voorkomen) thermostaatverwarmer om het water tot 24-26C te verwarmen afhankelijk van het seizoen. De nachttemperaturen mogen dalen maar bij voorkeur niet onder 20C komen.

Filtratie:  Chelodina oblonga zijn zeer krachtige zwemmers en kunnen een stevige stroming in het water goed tolereren. Hierdoor kan u een goede filtratie toepassen om het water te reinigen. In aquaria met jonge dieren kan men een interne sponsfilter gebruiken om het water van zweefafval te reinigen. Voor aquaria met meerdere volwassen dieren is het verstandig om een externe filter te instaleren die zowel op mechanische als biologische wijze filtert. Vervang minimaal 20% (of meer) van het water elke twee weken tot wekelijks.

 

Dieet:  Chelodina oblonga is een zeer goede jager en heeft een voornamelijk carnivoor dieet. In het natuurlijke habitat bestaat het grootste deel van hun dieet uit vis, kreeftachtige, andere ongewervelden en amfibieën en hun larven.

In gevangenschap voed u deze soort voornamelijk met dierlijke materialen, jonge exemplaren kunnen worden gevoed met stukjes runderhart, (stukjes) worm, meelwormen, bloedwormen, stukken mossel en garnaal of andere kleine waterdiertjes. Jonge Chelodina accepteren nauwelijks tot geen kant en klare granulen/korrels geproduceerd voor waterschildpadden. De Repashy Savory Stew en Meat Pie worden sneller geaccepteerd. Naarmate de schildpadden ouder worden willen deze ook leren de gefabriceerde granules te eten maar dit zullen ze zeker aangewend moeten worden. Deze schildpad reageert sterk op beweging dus de voeding bij de uitvoer van de filtratie of stromingspomp deponeren stilumeert een reactie. Volwassen dieren kan men met grotere stukken worm en runderhart, zoetwatervis (geen goudvissen e.d.), spiering, garnalen en grotere insecten voeden.

Voed pasgeboren, groeiende en dragende slangennekschildpadden bijna dagelijks tot om de dag. Volwassen exemplaren kan men drie maal per week voeden. Let er goed op dat de voeding direct word opgegeten. Als u een uur na het voeden nog reststoffen in het aquarium aantreft is het verstandig deze uit het water te zeven om overmatige vervuiling te voorkomen. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel