Potomotyphlus kaupii / Peruaanse wormsalamander- Care

Vorige Artikel 10 van 10
Specificatie Omschrijving
Klasse: Amphibia
Orde: Gymnophiona
Familie: Typhlonectidae
Wetenschappelijke naam: Potomotyphlus kaupii
Gemiddelde leeftijd: 10+ ?
Gemiddelde lengte: 50-60cm
Leefwijze: Aquatisch
Voortplanting: Vivipaar, levendbarend
Status: onbekend
Cites: non

Potomotyphlus kaupii, (Berthold, 1859)

Er zijn momenteel 205 beschreven soorten wormsalamanders welke onderdeel zijn van een oeroude groep amfibieën waar zeer weinig over bekend is. Dit heeft voornamelijk te maken met hun verborgen leefstijl. De meeste soorten leven ‘op’ het land maar er zijn ook diverse (semi)aquatische soorten waaronder de Potomotyphlus kaupii die onderdeel is van de Familie Typhlonectidae. De Familie Typhlonectidae is verdeelt in 5 genera, 1)Atretochoana, 2) Chthonerpeton, 3) Nectocaecilia, 4) Potomotyphlus en 5) Typhlonectes. Al deze genera komen uitsluitend voor in Zuid Amerika ten Zuiden van de Andes. Van deze 5 genera zijn de Potomotyphlus (kaupii) en Typhlonectes (natans en compressicauda) zo goed als volledig aquatisch. Van deze soorten word de Typhlonectes natans het meest gehouden en soms ook gekweekt en de kennis die met deze soort word opgedaan word vaak als richtlijn gebruikt voor de huisvesting van andere aquatische soorten uit Zuid Amerika. De Potomotyphlus word soms in kleine aantallen aangeboden. Er zijn ons (nog) geen succesverhalen met de kweek van deze soort bekend.

 

Uiterlijke kenmerken:  De algemene benaming wormsalamander geeft al enige indicatie van de uiterlijke kenmerken van dit amfibie, het zijn langwerpige, cilindrisch gevormde pootloze dieren. Over de rug van de Potomotyphlus loopt een platte kam van flexibele huid die helpt bij het zwemmen. Deze kam begint vlak achter de kop in de nek en word steeds hoger naarmate deze de start bereikt. De kop is spits en nauwelijks afgescheiden van de nek. De ogen van deze wormsalamanders zijn klein en lijken onderontwikkeld. De bek is relatief klein en deze dieren eten voor hun formaat ook zeer klein voer. De cloaca bevind zich aan het einde van de staart. Vrouwtjes hebben een spits aflopende staart met een smalle langwerpig gevormde cloaca. Het staarteind van de mannen is breder en ronder en zij hebben een rond gevormde cloaca. Hun lichaamskleur is een licht grijs met soms een blauwige waas. Op hun zijden hebben ze fijne donkergrijs gekleurde dwarsstrepen. De buikzijde is lichter van kleur als de rest van het lichaam. De huid is glad en voorzien van een slijmlaag. In de literatuur word een gemiddelde lengte aangegeven van 30-60cm. Echter zijn er in gevangenschap exemplaren bekend van bijna 75cm.

 

Natuurlijke herkomst en habitat:  De Potomotyphlus kaupii is zeer algemeen in Bolivia, Venezuela, Peru, Ecuador, Colombia en Brazilië (tot 500m). Hier zijn ze te vinden in de rivieren, stromen, meren en moerassen van de Amazone en Orinoco rivier delta’s. Deze omgeving kenmerkt zich door een droog en nat seizoen die invloed hebben op de waterstand en waterkwaliteit (voornamelijk pH waarde). Het water is gevuld met dood blad en hout en heeft daardoor een kenmerkende bruin getinte kleur afkomstig van alle tannine die het blad en hout afgeeft. De P. kaupii die soms verkrijgbaar zijn, zijn voornamelijk afkomstig uit Peru.

 

Gedrag:  Deze wormsalamanders leven een verborgen bestaan. Ze houden zich voornamelijk op tussen de modder en lagen gezonken blad op de bodem van poelen, meren en stromen. De meeste activiteit vind plaats in de avond en nacht wanneer men ze soms ook worden gevonden in ondiepe poelen, tijdens hun zoektocht naar voedsel. Overdag liggen de dieren verscholen en komen ze alleen naar het oppervlakte om adem te halen. Hun zicht is zeer beperkt en ze vertrouwen vooral op hun reuk om voedsel te vinden in het troebele water. In het aquarium blijken het actieve dieren te zijn en ze kunnen snel wennen aan enige beweging voor het aquarium.

 

Voeding:  Aquatische wormsalamanders zijn zowel actieve jagers als aaseters. Ze vertrouwen voornamelijk op hun goede reukzin tijdens hun zoektocht naar voeding die ze op en in de bodem vinden. Het grootste deel van hun dieet bestaat uit allerlei wormachtige, larven van insecten, kleine insecten, garnaalachtigen, larven en eieren van andere amfibieën. Er zijn grote populaties gemeld in de buurt van visverwerking bedrijven waar ze zich voeden met de ingewanden en andere resten die in het water geloosd worden. Men kan aannemen dat deze dieren ook resten van mossels en andere dode materialen in het water eten.

In gevangenschap wilt men de dieren gemiddeld 2 tot 3 maal per week voeden. Pas gevangen dieren eten in het begin vooral levende materie maar lijken al snel te leren om ontdooide voeding tot zich te nemen. Vooral bloedwormen (rode muggenlarve) en (stukjes) wormen zijn de grote favoriet. Andere materialen die u kan voeden zijn fijn gesneden mossel en garnaal, diverse andere soorten muggenlarven, artemia en tubifex. Probeer waar mogelijk te variëren. Zijn uw wormsalamanders erg schuw dan is het aan te raden om deze te voeden wanneer de lampen uit zijn geschakeld. In deze periode zijn de wormsalamanders aanzienlijk actiever en loopt u niet de kans dat er veel voeding ongegeten blijft en het systeem vervuilt.

 

Huisvesting:  Omdat er zeer weinig bekend is over deze wormsalamanders en huidproblemen vaak voorkomen raden wij deze dieren alleen aan voor ervaren personen die zowel ervaring hebben met amfibieën, als een gedegen ervaring met aquaria.

Ondanks hun verborgen leefstijl zijn deze dieren wel degelijk zeer actief en verdienen daarom een ruim aquarium. Voor een drietal exemplaren is een aquarium van minimaal 100x50x50 benodigd. Deze soort is in grotere aquaria in grotere groepen te huisvesten en dieren lijken vaak schuilplaatsen te delen. Dit verhoogd de eventuele kans op kweeksuccessen en grotere aquaria zijn stabieler. De waterstand dient afhankelijk van het seizoen te kunnen variëren. Daarom is een aquarium van minimaal 50cm hoog benodigd. Gemiddeld dient de waterstand 30 tot 40cm diep te zijn en zorg dat er altijd ruimte is boven het wateroppervlakte voor de dieren om te ademen. Zorg ervoor dat het aquarium goed is afgesloten om de kans op een eventuele ontsnapping te voorkomen.

Het water:  De watertemperatuur dient gemiddeld 26C te zijn. Er zijn goede ervaringen met temperaturen van 24C tot 28C. Verwarming kan wanneer nodig geschieden met een aquarium thermostaatverwarmer. Dek deze verwarming goed af om te voorkomen dat de wormsalamanders in direct contact met de verwarmer kunnen komen en zich verbranden. Wanneer u een externe biologische sump filter gebruikt is daar vaak ruimte om ook de verwarmer te plaatsen. Filtratie dient te geschieden met een externe filter (met enige overcapaciteit) om al het vuil dat deze dieren produceren te verwerken. Een goede waterkwaliteit is een must, wanneer het water te vuil is verhoogd u de kans op huidklachten. Let erop dat de dieren niet in de intake van de externe filter kunnen kruipen. Dek deze dus af met een fijn gaas of pre-filter. Zorg voor een gemiddelde stroming van het water. De gemiddelde pH waarde dient 6.5/7 te zijn maar mag dalen tot 5pH. De daling in pH lijkt bij Typhlonectes een van de stimulators te zijn voor voortplanting. Het water moet enigszins ‘zacht’ zijn, wanneer de hardheid 5.0/5.5dH passeert kan dit zeer schadelijk zijn en leiden tot de dood van uw wormsalamanders.

Licht:  Verlicht gemiddeld 12uur per dag voor een natuurlijk dag/nacht ritme. Verlichting kan geschieden met een laag wattage TL verlichting. Denk eraan dat deze dieren zeer verborgen leven en fel licht zullen ontwijken. Zorg daarom voor voldoende schuilplaatsen en inrichting die schaduwrijke plaatsen creëert.

Inrichting:  Potomotyphlus kaupii is voornamelijk actief op de bodem en zwemt alleen naar het oppervlakte om adem te halen. Er word niet actief rond gezwommen maar wel op en om diverse obstakels ‘geklommen’. Richt het aquarium in met vele stukken tropisch wortelhout en planten, zo bied u voldoende schuilmogelijkheden. Door drijfplanten te gebruiken bied u meer schaduw. Laat bij voorkeur enige stukken kurkschors aan het oppervlakte drijven, dit bied nog meer schaduw en hier kunnen de Potomotyphlus wanneer zei dat willen op rusten. Van Typhlonectes natans is bekend dat deze veel tijd op een dergelijke rustplaats kunnen spenderen.

De bodem:  Deze bodembewoner kan het beste een substraat van fijn, zacht zand geboden worden, de dieren graven hier zeer graag in. Eventueel kan u ronde keien en kiezel gebruiken om het verblijf aan te kleden. Let dan wel op dat de dieren hier niet onder kunnen kruipen en stenen kunnen verplaatsen wat kan leiden tot beknelling van het dier of schade aan uw aquarium. Onderschat de kracht van deze dieren niet, ze zien er dan uit als een forse worm maar hun lichaam is zeer sterk en zij verplaatsen stenen en andere inrichting gemakkelijk. Bedek het substraat met dode bladeren, (spahnum) mos en voeg bij voorkeur elzenknoppen toe. Deze materialen verlagen de hardheid en pH van het water en geven het een natuurlijke kleuring. Daarnaast hebben veel bladeren een bacterie en schimmel remmende werking. De bladeren dienen als voeding voor vele micro-organismen die helpen uw aquarium schoon te houden.

Onderhoud:  Om een stabiele waterkwaliteit te bieden en afvalstoffen is een (gedeeltelijk) biologische filtratie zeer aan te raden. Toch is het verstandig om eens per week een gedeelte van het water te vervangen om zo afvalophoping van uitwerpselen en vervellingen te voorkomen. Gebruik bij voorkeur een bodemstofzuiger die gelijk het water uit uw aquarium verwijderd voor een dergelijke verschoning. Zo voorkomt u ophoop van afval in de bodem en verwijderd u gelijk een deel van het water. Vervang gemiddeld 20% van het water per week. Bij voorkeur doet u meerdere malen een klein percentage dan in eens een groot deel van het water, dit voorkomt overmatige fluctuatie in de waterwaardes. Gebruik watertesters om u te garanderen van optimale condities en om tijdig te kunnen reageren op afwijkingen. Gebruik bij voorkeur een watervoorbereider als de Easylife filtermedium om eventuele schadelijke stoffen in kraanwater te neutraliseren alvorens u dit water toevoegt aan het aquarium.

Vissen:  Potomotyphlus voed zich voornamelijk met kleine ongewervelden en aas, is geen actieve zwemmer en heeft een slecht zicht. Daarom is het eventueel mogelijk om diverse vissen in het aquarium te plaatsen. Deze kunnen eventueel restafval en zo nodig algen eten. Het is aan te raden alleen vriendelijke niet territoriale vissen te gebruiken van klein tot middel formaat. Let er tijdens het voeden op dat de vissen niet snel al het eten van de wormsalamanders weg eten. Natuurlijk wilt u alleen vissen gebruiken die ook voorkomen is hetzelfde biotoop en herkomstgebied. Denk bijvoorbeeld aan diverse Apistogramma, tetra soorten, platjes, zwaarddragers en guppy’s. 

 

Hanteren / verplaatsen:  Hanteer amfibieën nooit met uw blote handen. Hier kunnen diverse stoffen opzitten die de dieren via hun huid kunnen opnemen en zo schadelijk kunnen zijn. Gebruik daarom altijd latex handschoenen en vervang die bij het hanteren van andere dieren om kruisbesmetting en de verspreiding van virussen te voorkomen. Potomotyphlus houd er niet van om opgepakt te worden en zal snel wegzwemmen wanneer deze bedreigd worden. Als deze gehanteerd word zal het dier flink heen en weer bewegen en zich zo mogelijk beschadigen. Daarom is het verstandig deze dieren te verplaatsen met een groot fijnmazig visnet. Eventueel kan u een holle, afsluitbare schuilplaats in het aquarium plaatsen die gemakkelijk uit het aquarium te tillen is.

 

Voorplanting:  Er is zeer weinig bekend over de voortplanting in het wild en ook in gevangenschap zijn met de Potomotyphlus kaupii nog geen successen geboekt. Alle aquatische wormsalamanders zijn levendbarend. De dracht duurt gemiddeld 6 maanden waarna een klein nest van 2 tot 5 jongen word geboren. Paring activiteit lijkt voornamelijk voor te komen tijdens het droge seizoen, wanneer de temperatuur stijgt, lichturen toenemen, de waterspiegel daalt en Ph waarde zakt. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel