Pantherophis guttatus / Rode rattenslang - Care

Vorige Artikel 13 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Pantherophis guttatus, (Linnaeus, 1766)

De Pantherophis guttatus, bij velen nog bekend als de Elaphe guttata is sterk vertegenwoordigd in onze hobby. Door hun kalme gedrag, gemakkelijke verzorging en voortplanting bleek deze soort uitermate geschikt voor de beginnende liefhebber en dankzij deze middelmaat wurgslang hebben veel liefhebbers kennis gemaakt met het verzorgen van slangen en  andere reptielen in het terrarium.

Ondank de taxonomische her indeling in 2002 is deze soort nog steeds bij vele bekend als de Elaphe guttata, de naam deze soort kreeg in 1917 door Stejneger en Barbour. Het geslacht bevatte in die tijd een grote groep soorten die voorkomen in zowel de nieuwe als oude wereld. In 2002 (Urs Utiger) is dit genus opgesplitst. Mede gebaseerd op het feit dat de Amerikaanse soorten genetisch sterk verschillen van de soorten die voorkomen in de oude wereld.

 

Uiterlijke kenmerken:  Er zijn tegenwoordig vele kleur en patroon varianten, mutaties en combinaties en dit is mede als de gemakkelijke verzorging en het kalme gedrag een van de grote redenen voor de populariteit van deze slangen. Diverse types albinos, dieren die al het rood missen of individuen met strepen in plaats van vlekken. Alles lijkt mogelijk, maar de ‘nominaat’ vorm doet met zijn kleur en patroon zeker niet onder aan de vele ‘extremere’ kleurvarianten.

Bij uitkomst zijn Pantherophis guttatus gemiddeld 15-22cm lang. Volwassen rode rattenslangen meten gemiddeld 120-150cm maar grotere exemplaren tot 180cm zijn bekend. De buikschubben, ook wel ventrale schubben genoemd zijn bijna wit van kleur met een zwart ‘schaakbord’ patroon. De algehele lichaamskleur is rood. deze kleur kan afhankelijk van de locatie en individu variëren van dieprood, oranje tot roestbruin/rood. Over de gehele lengte van de rug hebben de dieren een patroon van rode vlekken met een zwarte rand. Op de zijden hebben de slangen een onregelmatig patroon van rode-zwart omrande of zwarte vlekken en lijnen. De kop is nauwelijks afgescheiden van de nek. Voor meer kenmerken verwijzen wij u naar de afbeeldingen aan het begin van dit artikel.

 

Gedrag:  Van nature is deze slang voornamelijk actief in de schemerperiode en gedurende de nacht. Dit kan echter afwijken in de koelere periodes om zo gebruik te maken van de warmte van de zon overdag. Ze zijn voornamelijk te vinden op de grond maar zijn ook uitermate goede klimmers en worden geregeld gevonden in begroeiing of bijvoorbeeld in daken van boerderijen en schuren opzoek naar een mogelijke prooi of om zich te verschuilen. Het zijn actieve jagers die gebruik maken van hun goede reuk. De Pantherophis guttatus is een wurgslang, dit betekend dat hij zijn prooi dood doormiddel van verstikking/verdrukking. Wanneer deze slang zich bedreigt voelt zal deze de klassieke S positie aannemen en soms daarbij het lichaam van de grond tillen om zichzelf groter te laten lijken. Ook trillen ze met hun staart, doordat deze tegen objecten aankomt als bladeren of een stam maakt dit een snel tikkend geluid wat waarschijnlijk is bedoeld om de belager af te leiden. Bijten zal zelfs een wild dier niet snel doen maar wanneer men geen acht neemt van de waarschuwingstekens zal de slang kort en snel bijten om zo hopelijk zijn belager te verjagen om er vervolgens zelf zo snel mogelijk vandoor te gaan.

In gevangenschap ziet men dit gedrag bijna alleen bij jonge dieren. In het wild zijn zij de prooi voor vele soorten roofdieren en dus zullen ze zich verdedigen. Echter neemt met enig geduld en regelmatig (niet overmatig) hanteren dit gedrag snel af en zullen ze bij het hanteren rustig rondkruipen en weinig stress ondervinden. In het terrarium vind de meeste activiteit plaats in de avonden maar ook overdag zullen ze geregeld zonnen of kort rond kruipen. Vooral gedurende de paartijd zijn mannen erg actief opzoek naar een potentiele partner.

 

Herkomst en habitat:  Deze Noord-Amerikaanse rattenslang is zeer algemeen in zijn verspreidingsgebied welke is gelegen in het oosten en zuidoosten van de Verenigde Staten mede omdat de Pantherophis guttatus zich gemakkelijk aanpast. Deze soort komt onder andere voor in grote delen van Florida, New Jersey en Louisiana, Kentucky, Maryland en Mississippi.

Ze kunnen worden gevonden in verschillende habitatten. Van graslanden en bossen, moerassen tot gecultiveerde gebieden waar deze slang zeer verwelkomt word om in de schuren en boerderijen op jacht te gaan naar de knaagdieren die afkomen op de oogst.

De Pantherophis guttatus is op enkele plekken ook invasief. Waaronder op een deel van de Bahama’s, Caymaneilanden, en de Maagden eilanden. Echter is nog niet bekend of het hier om alleen uitgezette dieren gaat of een voortplantende populatie afstammend van geïntroduceerde dieren uit gevangenschap.

 

Huisvesting:  Mede de gemakkelijke verzorging van deze slang maakt het een beginnerssoort bij uitstek. Daarmee betekend dit natuurlijk niet dat men niet zal moeten voldoen aan enkele noodzakelijke eisen. Maar het klimaat waar deze slang een voorkeur voor heeft is zeker met de huidige technieken zeer gemakkelijk na te bootsen.

Jonge Pantherophis guttatus kan men het beste opstarten in een simpel ingericht terrarium van bijvoorbeeld 45x45x45. Bij een goed verzorging zal de slang met gemiddeld 12 maanden te groot worden voor die verblijf en kan deze direct in zijn uiteindelijke verblijf worden geplaatst. Welke minimaal 100x50x50 moet meten voor een enkel dier of klein koppel >130cm. Wilt men een trio gezamenlijk huisvesten of een groot koppel (<140cm) dan is een verblijf van 120x60x60 nodig. Groter mag natuurlijk altijd.

Men zal erachter komen dat deze slang ondanks dat het voornamelijk een grondbewoner is door het gehele terrarium actief zal zijn en veel gebruik maakt van de inrichting als klimstammen. Richt het terrarium hierop in met diagonaal geplaatste stammen zodat de slangen kunnen klimmen. Doormiddel van halfronde kurkstammen of ‘reptile caves’ kan men schuilplaatsen creëren welke men in diverse temperatuur zones plaatst. Doormiddel van (kunst)planten kan men het terrarium verder aankleden. Als substraat kan men aspen bedding, beukensnipper of bijvoorbeeld reptibark gebruiken. Deze substraten zijn stofarm en nemen voldoende vuil op. De rode rattenslang heeft en snelle stofwisseling dus het is verstandig alle uitwerpselen direct te verwijderen en eens per maand het gehele substraat te vervangen.

Natuurlijk dient er ten alle tijden een waterbak met schoon water aanwezig te zijn welke dagelijks word vervangen. Rattenslangen nemen geregeld een bad als ze hier de mogelijkheid toe krijgen, zeker als ze het warm hebben. De gemiddelde luchtvochtigheid mag 50% tot 70% zijn, mede afhankelijke van het seizoen. Sproeien is vaak niet noodzakelijk maar is een goede manier om de luchtvochtigheid te verhogen en stimuleert de activiteit. Men kan ook een box of schuilplaats vullen met vochtig mos. Deze zal tijdens de vervelling geregeld worden gebruikt en kan ook als mogelijke eilegplaats dienen in het voortplantingsseizoen.

Doormiddel van een of meerdere warmtespot lampen kan men de luchttemperatuur verhogen en hotspots creëren zodat de slangen kunnen thermoreguleren. Vaak hangen bij standaard geproduceerde terraria de fittingen in het midden. Dit maakt het zeker in kleinere terraria lastig om een warmere en koelere zone te creëren waardoor een dier bijvoorbeeld niet kan ontsnappen aan de warmte mochten te temperaturen te hoog oplopen. Daarom is het verstandig een fitting meer naar een zijde te verplaatsen, op ongeveer een kwart van de totale lengte. Hierdoor ontstaat een groter verschil tussen de warme en koele zone en kan de slang zich gemakkelijker verplaatsen tussen deze zones om te thermoreguleren. Direct onder de warmtespot welke minimaal 25cm van het dier hangt mag het 31C meten. De algehele warme zijde gemiddeld 26-27C en 22-24C aan de koele zijde. In de nacht mogen de temperaturen dalen tot 15-19C (kamertemperatuur) en is additionele verwarming vaak dus niet nodig. Mocht dit wel nodig zijn dan kan men gebruik maken van een warmtemat of keramische straler. Deze warmtebronnen zijn zeer efficiënt in het verhogen van de luchttemperatuur zonder invloed te hebben op het dag/nacht ritme van de bewoners. Al is UV verlichting bij vele soorten slangen niet noodzakelijk heeft dit een positieve invloed op hun activiteit, gezondheid en natuurlijk gedrag. Wilt u dit bieden aan uw Pantherophis, maak bij deze slangen dan het beste gebruik van volspectrum daglicht TL verlichting of compactlampen inclusief een lage tot gemiddelde UV(A+B) output. Verlicht 10 tot 13 uur per dag afhankelijk van het seizoen.

 

Dieet:  Ondanks de algemene benaming ‘rattenslang’ zal in gevangenschap het ‘leeuwendeel’ van het dieet bestaan uit kleinere knaagdieren als muizen. Waar eendaags muisjes een geschikt item zijn voor pas uitgekomen Pantherophis guttatus zullen volwassen dieren gevoed kunnen worden met volwassen muizen, middelmaat veeltepelmuizen of kleine ratjes (>60/70gr). Voer uw rattenslang met prooien die niet dikker zijn dan 1.2x het dikste deel van de slang zelf. Het is gebleken dat een regelmatig voedingspatroon met middelmaat items een betere groei en ontwikkeling oplevert als die van een voedingsschema waarbij de rattenslang minder frequent maar met in verhouding grote prooien word gevoed.

Voed jonge slangen tot 18 maanden eens per 5 tot 7 dagen. Hierna kan u de slang eens per 7 tot 10 dagen voeden. Veel slangen zullen nog steeds eten als deze in de vervelling zitten al is het vaak minder enthousiast en voorzichtiger omdat de slang zich kwetsbaarder voelt en het zicht verminderd is. Deze vervellingsperiode is echter een mooie manier om een korte pauze in te voeren dus voer wanneer uw slang in de vervelling zit bij voorkeur niet. Mocht u denken dat een enkele prooi te weinig is voor het formaat van de slang is het mogelijk om meerdere prooien te bieden. Voorkom echter vervetting, een rustige gestage groei is beter voor de ontwikkeling en conditie van uw slang dan een die te snel gaat.

 

Winterrust/slaap:  Van nature houd de Pantherophis guttatus een winterrust of winterslaap. Dit is afhankelijk van het gebied waar ze voorkomen en de omstandigheden tijdens het winterseizoen. Wanneer de temperaturen koel maar gematigd blijven zal deze een winterrust houden. Tijdens deze winterrust zal de slang minder actief zijn maar nog steeds soms verplaatsen en wanneer mogelijk gebruik van de zon om op te warmen. Er word in deze periode vaak niet gevoed. Wanneer de temperaturen in de winter onder de 12C dalen gaat deze rattenslang in winterslaap. Deze winterslaap word gemiddeld gehouden bij 7/8C. Tijdens deze winterslaap zijn de slangen volledig inactief en verstoppen zich in een hol met gelijkmatige temperaturen. Hun hartslag daalt, stofwisseling stopt bijna geheel en vele organen functioneren matig tot niet. In deze periode word ook niet gevoed noch gedronken en zullen de slangen zich niet verplaatsen  om soms te zonnen zoals tijdens een winterrust.

 

Voortplanting:  De Pantherophis guttatus is een slang die zich in gevangenschap zeer gemakkelijk voortplant. Mannen kunnen onder de juiste omstandigheden en bij een frequente voeding met 18 maanden al geslachtsrijp zijn en vrouwen na 24 maanden. De vraag is natuurlijk of deze rappe ontwikkeling en kweken met erg jonge slangen op lange termijn goed is voor uw slang. Vooral voor vrouwelijke dieren kan dit ernstige gevolgen hebben. Denk hierbij aan eilegnood en de fysieke impact die het dragen en de ontwikkeling van de eieren heeft op de moeder. Daarom is het verstandig om met vrouwelijke dieren pas te kweken als deze 3 jaar oud zijn. Zodat deze goed ontwikkeld zijn en enige reserves kunnen opbouwen. Daarnaast kan het overmatig voeren om de dieren zo snel mogelijk geslachtsrijp te krijgen zorgen voor vervetting van nier, lever en andere organen wat de levensduur van uw slang zeer verkort.

Er is weinig nodig om de voortplanting bij Pantherophis guttatus te stimuleren. De slangen paren na de winterrust wanneer de temperaturen weer stijgen in de maanden Februari t/m Mei. Tijdens deze periode gaan de mannen actief opzoek naar een vrouw. Als ze deze vinden draperen ze kun lichaam langs die van de vrouw en schokken hevig met hun lichaam langs de hare. Wanneer de vrouw in beweging komt zal de man dat ook doen en continue proberen om de staart van de vrouw omhoog te duwen met de zijne en toegang te krijgen tot haar cloaca. Als het vrouwtje gewillig is zal ze dit toestaan zodat de man een van zijn hemipenissen kan inbrengen.

Gemiddeld 60 dagen na een succesvolle paring kunnen eieren verwacht worden. Aan het begin van de 2e helft van de dracht start het vrouwtje vaak een vervelling cyclus. Deze lijkt vaak langer te duren dan een gewone vervellingsperiode. Gemiddeld 21 dagen na deze vervelling zal het vrouwtje haar eieren leggen. Legsels bestaan gemiddeld uit 10 tot 25 eieren. Dit is vaak afhankelijk van de conditie en het formaat van de vrouw. In de incubator komen de eieren van 28/30C uit na 70-55dagen.

Huisvest u beide geslachten in eenzelfde verblijf dan is het absoluut aan te raden ten alle tijden een legbox gevuld met vochtig mos of zaagsel te plaatsen. Het is niet ongewoon dat de verzorger plots verrast werd door een legsel van zijn rattenslangen en deze slangen paren geregeld wat soms tot meerder legsels per jaar kan leiden. Let daarom goed op de conditie van de vrouw en plaats deze wanneer nodig apart om te rusten en op gewicht te komen.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel