Sacalia sp. / Pauwoog schildpad - Care

Vorige Artikel 19 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Geoemydidae
Subfamilie: Geoemydinae
Wetenschappelijke naam: Sacalia
Nederlandse benaming: Pauwoog waterschildpad
Engelse benaming: Four eyed pond turtle
Herkomst: Azie
Habitat: Bergstroomen
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Bedreigd
Cites: B / II

Sacalia sp.

Het genus Sacalia is onderdeel van de subfamilie Geoemidynea. en bevat slechts 2 erkende soorten. De Scalia bealei, als eerst beschreven door Grey in 1831 en de Sacalia quadriocellata welke als eerst werd beschreven door Siebenrock in 1903. Deze werd eerst geplaatst als een ondersoort van de Sacalia bealei alvorens tot soort te worden verheven in 1979 door Pritchard. Er zijn enige uiterlijke kenmerken die overeen komen en ook een deel van het verspreidingsgebied overlapt. Van beide soorten is weinig bekend over hun natuurlijke gedrag, voeding en voortplanting. De meeste kennis is verkregen met dieren in gevangenschap. Ook hun verzorging komt in algemene zin overeen, vandaar dat beide soorten in dit artikel beschreven zullen worden.

 

Status:  Beide soorten zijn door de IUCN ingedeeld als ‘bedreigt’ en beide soorten zijn geclassificeerd bij Cites als appendix 2. Zorg dus dat u bij de aanschaf van deze schildpadden een overdrachtsverklaring ontvangt met informatie van de verkoper en (herkomst van) de ouderdieren. De voornaamste bedreiging voor deze schildpadden en helaas voor vele andere soorten Aziatische schildpadden is de Aziatische, en dan voornamelijk Chinese vraag naar het schild van deze schildpadden. Deze zijn een onderdeel van de traditionele Chinese medicijnen waarvan veelal de werking discutabel te noemen is. Doordat China steeds rijker word en de populatie groeit lijkt de vraag naar dergelijke materialen alleen maar te vergroten.

 

Uiterlijke kenmerken:   Sacalia sp. zijn relatief kleine waterschildpadden. Mannelijke dieren van zowel de Sacalia bealei en Sacalia quadriocellata krijgen gemiddeld een schildlengte van slechts 12cm, waar de vrouwelijke exemplaren met 15cm schildlengte iets groter worden. Het schild is ovaal van vorm en relatief laag, een typische waterschildpad. De poten zijn sterk en ze hebben vliezen tussen de tenen om te zwemmen. Al loopt deze soort voornamelijk over de bodem van de stromende wateren waar ze in voorkomen. Beide soorten zijn als halfwas en volwassen exemplaren vrij makkelijk te onderscheiden maar jonge dieren kunnen sterk op elkaar lijken. Bij beide soorten hebben de jongen een rondere schildvorm welke in de basis lichtbruin van kleur is. De 5 ventrale en 8 costale schilden hebben bij jonge dieren een rand van fijne donkere lijnen. Soms is een lichtere lijn zichtbaar die over de kiel van de ventrale schilden loopt.

De voornaamste manier om de 2 soorten te onderscheiden is doormiddel van de vlekken waar ze hun algemene naam aan ontlenen. De opvallende oculi boven op de achterzijde van hun hoofd welke zijn opgedeeld in 2 paren. Waar die van de S. quadriocellata alle vier (quad-vier occelata-ogen) duidelijk zichtbaar en afgescheiden zijn. Zijn bij de S. bealei de voorste oculi vaak slecht zichtbaar of gereduceerd en soms gefuseerd met het achterste paar. Deze vlekken hebben altijd een zwarte kern. Bij de jonge dieren en vrouwtjes zijn de vlekken een duidelijk gele kleur, waar die van de mannen een lichtblauw/groene kleur worden.

Het carapax van vrouwelijke Sacalia bealei is in het algemeen donkerbruin van kleur met een onduidelijk patroon van fijne vlekken en lijnen. In de nek hebben ze 3 duidelijk lichte tot gele lijnen. Één centrale en aan elke zijde de andere. De zijkanten van de hals vertonen een minder duidelijk patroon van lengtestrepen. Maar dit patroon is aanzienlijk meer evident als bij de S. quadriocellata vrouwtjes, welke deze lijnen aan de zijkant van de hals vaak missen en alleen de drie lijnen bovenop de nek tonen. Het plastron heeft een licht crème kleuring waarop zwarte vlekken te zien zijn. Het plastron van de S. quadriocellata heeft vaak aanzienlijk meer zwart als de S. bealei. De algemene lichaamskleur van de poten is vergelijkbaar met hun schild en kan een donker grijs, donkerbruin of soms lichterbruin zijn. De rest van het lichaam is vaak lichter van kleur. Denk hierbij aan de huid rond de poten en tussen de hals en voorpoten. Waar de S. bealei vrouwtjes een patroon van fijne lijnen en vlekken in het gezicht en bovenop de kop kunnen hebben is die van de S. quadriocellata vrouwen vaak geheel uniform.

Mannelijke Sacalia quadriocellata hebben een iets langwerpiger schild als die van de vrouwen. Dit schild is in het algemeen donkerbruin van kleur met soms een onduidelijk patroon van donkere vlekken die voornamelijk zichtbaar zijn  op de marginale schilden. Het plastron van de mannen heeft dezelfde kleur als het carapax en is dus niet licht crème als bij de vrouwtjes. Ook hebben ze op het plastron geen duidelijke zwarte vlekken. Maar een onduidelijk patroon van kleine ronde vlekken. De kop is vaak donkerder van kleur en de kaken bijna zwart. Rond de ogen kunnen ze een rode kleuring hebben. De lijnen in de hals zijn bij de mannen (gedeeltelijk) roze van kleuring welke intensiever kan worden in de paartijd. Mannen hebben geen 3 maar 5 duidelijke lijnen in de nek. 1 centraal bovenop en 2 aan elke zijde. De onderzijde van de hals en kin tonen duidelijke lijnen. Een aantal schubben op de voorpoten tonen dezelfde kleuring als de lijnen in de hals en ook de huid tussen de hals en voorpoten kan een roze kleuring krijgen. Waarvan de intensiteit wederom afhankelijk is van het seizoen.

Mannelijke Sacalia bealei hebben een lichtbruin tot donkergrijs carapax en vergelijkbaar plastron. Deze soort heeft een duidelijker patroon van donkere vlekken en lijnen over het gehele schild. De kop is zeer donker. Daarnaast hebben deze meer lijnen over de lengte van hun hals. De ogen worden omringt door een dieprode kleur en vaak is de roze/rode kleuring op het lichaam intenser als bij de mannelijke Sacalia quadriocellata.

De populatie Sacalia quadriocellata die voorkomt in Hainan (‘Eiland’ verbonden aan China) wijkt voornamelijk af in formaat. Mannelijke dieren worden gemiddeld 15cm en vrouwen 18cm. Daarnaast heeft het plastron van de mannen grotere donkere tot zwarte vlekken en die van de vrouw heeft patroon van bruine vlekken. Jongen van deze vorm hebben in tegenstelling tot die van het vaste land een donkergroene kleur op het schild. Deze populatie werd in 2003 door Artner ingedeeld als een ondersoort onder de naam Sacalia quadrocellata insularis (insulensis). Maar deze word niet erkend.

Hybrides:  In 1992 werd er van het eiland hainan door mccord & Iverson een derde soort omschreven. De Sacalia pseudocellata. Maar deze soort werd beschreven van dieren die gevonden werden op markten en in de dierenhandel. In 2006 is gebleken (door Stuart & Parham) dat het hier echter om een hybride gaat tussen de Cuora trifasciata en de Sacalia quadriocellata. Er zijn meerdere hybriden bekend, waaronder kruisingen met de Mauremys reevesii.

 

Gedrag:  Zoals gemeld is er helaas weinig bekend over de natuurlijke gedragingen van deze schildpadden. Dit heeft mede te maken met de ontoegankelijke gebieden waar ze voorkomen. Vaak word deze schildpad omschreven als dagactief. Maar de meeste activiteit is tijdens zonopkomst en ondergang. Overdag rusten ze veel en relatief vaak buiten het water. Schuilende tussen vegetatie of zonnend op een rots maar altijd zeer dicht bij het water. Vrouwtjes blijken actiever als de mannetjes.

 

Herkomst & habitat:  Sacalia bealei komt voor in het zuidoosten van China. Waaronder in Hong Kong, van Fujian tot het oostelijke deel van Quangdong. Het verspreidingsgebied van de Sacalia quadriocellata grenst ten noordwest en westen aan die van de Sacalia bealei in het zuiden van China in de provincie Guangdong. Verder komt deze soort voor in een gefragmenteerd deel van zuid China, op Hainan en het noordelijke deel van Vietnam doorlopend in het (noord)oosten van Laos. Ze komen gemiddeld voor op 200 tot 400 meter boven zeeniveau maar zijn te vinden van 170 tot 500 meter boven zee niveau.

Hun habitat bestaat uit vanuit de bergen gevoede stromen en beken. Vaak omringt met veel vegetatie en bomen van tropische en subtropische wouden. Er zijn veel rotsen, keien en stenen. De dieren kunnen goed zwemmen maar lopen voornamelijk over de bodem van de beekjes. Deze schildpad spendeert ook veel tijd buiten het water en is een zeer goede klimmer. Met gemak verplaatsen zich over de rotsen en stammen op de bosbodem.

 

Huisvesting:  Zoals andere montane soorten heeft deze soort zeer veel behoefte aan schoon, zuurstofrijk water. Bij vervuiling is deze schildpad vatbaar voor huid en schildproblemen waaronder bacteriële infecties, schildrot en schimmel. Beweging in het water en een goede filtratie is daarmee van belang. Gebruik bij voorkeur een externe filter om het aquariumwater te reinigen en verschoon geregeld een deel van het water. Door een pre-filter voor de intake van de externe filter te plaatsen voorkomt u dat grove afvalstoffen als overgebleven voeding en uitwerpselen direct in de externe terecht komen. Hiermee blijft deze filter schoner en is er meer ruimte voor biologische filtratie.

Jonge Sacalia kan u het beste groot brengen in een vrij spartaans ingericht aquarium in verband met controle en hygiëne. Gebruik in dit geval bij voorkeur geen substraat. Bied een watergedeelte dat niet dieper is dan hun schild lang is en bied ten alle tijden mogelijkheden om gemakkelijk het oppervlakte te bereiken. Dit kan met gezonken takken of wortelhout en stukken kurkschors. Met plakken kurkschors kan u schuilplaatsen creëren en mogelijkheden om uit het water te klimmen. Jonge dieren spenderen meer tijd in het water als de volwassenen maar er moet wel degelijk ruimte zijn voor de jonge schildpadjes om op droge gedeeltes te kunnen lopen en verschuilen. Bied een hotspot doormiddel van een warmtelamp gericht op een vlakke steen en verlicht met een UVB TL balk. Door spagnum mos en bladeren in het water te plaatsen bied u onderwater houvast en schuilgelegenheden. Daarnaast verlagen deze de PH van het water en sommige bladen hebben een bacterie en schimmel remmende werking.

Jongvolwassen en volwassen Sacalia kunnen in een groter aquarium geplaatst worden. Een minimaal formaat aquarium dient 100x50x30 te zijn. Met daarnaast een landgedeelte van 50x50cm. Dit verblijf is geschikt voor een enkel exemplaar. Zelfs jonge dieren kunnen zeer onverdraagzaam zijn naar medebewoners en het is daarom verstandig Sacalia buiten het paarseizoen gescheiden te huisvesten. Alleen in een zeer ruim (buiten)verblijf kan men overwegen meedere exemplaren bij elkaar te huisvesten. De waterhoogte mag minimaal hun schildlengte zijn maar diepere plaatsen is mogelijk. Zolang er voldoende mogelijkheden zijn voor de schildpadden om naar het oppervlakte te ‘klimmen’ doormiddel van stukken (azalea) hout en schors. Als substraat kan men fijn filterzand en grote ronde keien gebruiken, deze bootsen de bodem van hun natuurlijke habitat na. Mocht u deze dieren als koppel huisvesten dan moet men er rekening houden dat de vrouw op het landgedeelte de mogelijkheid heeft haar eieren te leggen. Dus bied een diep substraat (minimaal 25cm diep) van zand gemengd met aarde en houd deze licht vochtig. Volwassen dieren kan men bestralen met een UVB HID lamp welke zowel warmte, licht als UVA en UVB afgeeft of maak gebruik van een warmtespot en bestraal het verblijf met een UVB (daglicht) TL balk. Plaats een reflector achter de TL balk om de UVB afgifte beter te concerteren en zorg dat de meeste straling zich boven de hotspot bevind. Houd er rekening mee dat de UV straling het water nauwelijks tot niet penetreert en daar dus geen toegevoegde waarde is als het om het bieden van UVB gaat. Bied ook op het landgedeelte voldoende schuilplaatsen. Dit kan met holle stammen en nepplanten.

De watertemperatuur dient 22-25C te zijn en de (dag) luchttemperatuur gemiddeld 24-27C. De hotspot mag 32-35C meten. Verlicht in de zomer 12.5 uur per dag en 10uur in de herfst. Van nature maken deze soorten koudere nachten mee. Dus de luchttemperatuur mag s’nachts dalen.

 

Dieet:  Ook over het natuurlijke dieet van deze soort is weinig bekend. In gevangenschap zijn het echte alles eters en voeden zich met zowel dierlijk materiaal, waterplanten en soms fruit. Jonge dieren kan men prima groot brengen met de Tetra reptomin of Zoomed Turtle pellets. Maar bied bij voorkeur meer variatie. Jonge dieren kan men voeden met tubifex, bloodwormen, wormen, kleine garnalen, stukjes zoetwatervoer en insecten als krekels, meelwormen, slakken etc. Naarmate de schildpadden ouder worden gaan ze ook waterplanten en soms stukjes fruit als banaan, framboos en mango eten. Sommige groenten als tomaat, komkommer, wortel worden ook gegeten. Naarmate ze ouder worden neemt de inname van groeten en fruit toe. Voer jonge dieren bijna dagelijks. Volwassen exemplaren kan men om de dag voeden met hetzelfde als de jongen alleen in grotere porties en stukken.

 

Winterslaap/rust:  Van nature maken deze soorten een koeler periode mee. Vaak is deze in gevangenschap van November tot (begin) Februari. Introduceer deze periode altijd door een maand voorafgaande de lichturen als temperatuur van 12 naar 8-6 uur te laten dalen. Voer in deze periode niet. De S. quadriocellata kan bij 10-12C overwinterd worden. S. bealei kan tussen de 6-12C overwinterd worden. In deze periode voeden de schildpadden niet en zijn zeer inactief. Hobbyisten die hun schildpadden buiten kunnen houden zien in deze periode hun Sacalia soms wel gebruik maken van de zonnestralen terwijl de luchttemperatuur niet boven de 6C komen. Als de temperaturen boven 16-17 blijven zullen de dieren actief blijven en zich ook voeden.

 

Voortplanting:  Waar in het wild de meeste eieren worden gelegd in Januari. Is dat in gevangenschap voornamelijk in Mei en Juni. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het verloop van de seizoenen. Na de winterslaap zijn de mannen op hun actiefst en opzoek naar een dame om mee te paren. De paring word geïnitieerd door de man welke een vrouw eerst van voren benaderd met uitgestrekte kop en nek. Welke hij soms knikken langs die van de vrouw plaatst. Daarna volgt soms een achtervolging. Waarbij de man de vrouw probeert in te halen en bij haar cloaca te ruiken of deze gewillig is en ovuleerd. Als de vrouw bereid is tot paren ontspant deze zich en zal de man in positie komen om te paren. Dit gebeurd voornamelijk in de ondiepe delen. Helaas hebben wij nog geen verdere informatie kunnen verkrijgen over de ei afzet. Het grote van een legsel en de incubatieperiode.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel