Oreocryptophis sp. / Bamboe rattenslang- Care

Vorige Artikel 12 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Leefwijze: Bodembewoner
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Oreocryptophis porphyraceus (ssp)

Deze slang word ook wel de bamboe rattenslang genoemd. Het zijn relatief kleine Colubridae die een vrij verborgen bestaan leven. De soorten zijn te herkennen aan hun prachtige kleuren en diverse tekeningen die per ondersoort afwijken. Er zijn momenteel zes erkende ondersoorten van de Oreocryptophis porphyraceus waarvan de nominaat voor het eerste beschreven werd door Cantor in 1839 (type local Mishmi hills, Assam, India). Vier van deze ondersoorten worden veelvuldig in gevangenschap gehouden en gekweekt. Dit zijn de O. p. coxi, De O. p. vaillanti, O. p. laticincta en O. p. pulchra. In dit stuk gaan wij verder in op deze vier ondersoorten.

 

Uiterlijke kenmerken:  Dit zijn relatief kleine slanke rattenslangen, gemiddeld worden ze 50 tot 100cm. Dit is onder andere afhankelijk van de ondersoort en mogelijke herkomst. Het zijn met recht een van de mooiere Aziatische rattenslangen en bezitten vaak een prachtige dieprode kleur. Afhankelijk van de soort bezitten ze diep zwarte lengtestrepen (coxi), fijne lengtestrepen in combinatie met een vaag vlekkenpatroon (vaillanti) of bandering (pulchra & laticincta). De buik en onderkant van de kop is crème tot wit van kleur. De kop is spits en weinig afgescheiden van de nek en de rest van het lichaam. De ogen zijn goed ontwikkeld gezien dit voornamelijk nachtactieve dieren zijn. De beschubbing is erg glad. Er is enige vergelijking te zien in uiterlijk en kenmerken met de zeer giftige  Sinomicrurus die in dezelfde regionen voor kunnen komen.

Jonge Oreocryptophis kunnen in uiterlijk sterk afwijken van het kleed van de ouderdieren. O. p. coxi jongen zijn eigenlijk de enige soort waar de jongen direct het uiterlijk van de ouderdieren hebben. O. p. pulchra word geboren met diep zwarte bandering. De mate van deze bandering en intensiteit neemt als de dieren ouder worden sterk af. O. p. laticincta jongen hebben een rood/oranje bandering welke word gescheiden door fijne zwarte lijnen. Dit oranje verliezen ze en de dieren worden naarmate deze ouder worden een diep rood. Met slechts vage lijnen als bandering. De O. p. vaillanti is bij uitkomst vaak een geel/brons van kleur met twee fijne lengtestrepen over de rug en diep zwarte vlekken/zadels. Deze zadels verdwijnen of blijven slechts vaag zichtbaar en de kleur word dieper (bordeaux) rood van kleur.

 

Gedrag:  Deze schemer en nachtactieve slangen leven een relatief verborgen bestaan. Ze houden zich graag op in koele microklimaten. Verborgen tussen moslagen, gevallen bladeren en in holen gecreëerd door dode stammen etc. Bij verstoring zullen ze altijd eerst proberen te ontsnappen en zich verbergen. Lukt dit echter niet zullen ze een dreigende positie aannemen waarin ze met hun staart trillen en het voorste deel van hun lichaam van de grond tillen en in de klassieke S positie plaatsen. Als een dier bijt zal het daarna direct proberen weg te komen. In gevangenschap blijft een deel van dit verborgen leven aanwezig en ze houden er niet van om gehanteerd te worden.

 

Herkomst & habitat:  Oreocryptophis heeft een breed maar gefragmenteerd herkomstgebied in Azië. Ze leven in montane gebieden tussen de 500 tot 1200M boven zeeniveau. In deze gebieden verkiezen ze vochtig tot natte habitat als secondaire wouden en bamboe bossen. Ze worden ook gevonden in montane Kars gebieden welke gekenmerkt worden door veel rotsen en grotten. Hier verstoppen ze zich tussen gevallen bladeren, takken en andere schuilplaatsen op de bosbodem.

  • Oreocryptophis porphyraceus porphyraceus: (type local Mishmi hills, Assam, India) Vietnam, Laos, Thailand, China, Nepal, India, Buthan.
  • Oreocryptophis porphyraceus coxi (Schulz & Helfenberger 1998): Noord/west een kleine regio tussen Loie en Phatchabun
  • Oreocryptophis porphyraceus kawakamii (Oshima, 1911): Taiwan
  • Oreocryptophis porphyraceus laticincta (Schulz & Helfenberger 1998): Een aantal delen in de Malaise peninsular en het eiland Sumatra.
  • Oreocryptophis porphyraceus vaillanti (Sauvage, 1876): Hong kong, China & Vietnam.
  • Oreocryptophis porphyraceus pulchra (Schmidt, 1995): China.

 

 

Huisvesting:  Bamboe rattenslangen zijn relatief gemakkelijk te verzorgen. Ze hebben weinig ruimte nodig dankzij hun geringe formaat en hoeven vaak niet extra verwarmd te worden. Het belangrijkste punt als het gaan om de verzorging van deze rattenslangen is de temperatuur. Gezien hun montane afkomst tolereren deze slangen hoge temperaturen slecht. De gemiddelde dagtemperatuur waarbij deze slangen gehouden kunnen worden is 22C tot 25C. Oreocryptophis porphyraceus coxi lijkt het beste wat hogere temperaturen te tolereren. Zolang er voldoende vochtige schuilplaatsen zijn kunnen de slangen een enkele temperatuurstijging tolereren. Maar langdurig hoge temperaturen of kortstondig extreem hoge temperaturen kunnen leiden tot stress, het weigeren of uitbraken van voeding en in het ergste geval het sterven van de slang. In de nacht mogen temperaturen dalen tot 15C en zelfs lager.

Gezien de levenswijze van Oreocryptophis zijn deze slangen zeer goed te huisvesten in de bekende ‘slangenracks’. Ze klimmen nauwelijks en leven graag verborgen. Een dergelijke setup geeft de dieren een veilig gevoel. In deze setup kan men kiezen voor cypress bedding or cocopeat aarde als substraat. Een aantal reptile hiding rocks or kurk platen kunnen dienen als schuilplaats. Plaats een box gevuld met vochtig mos zodat de dieren ten alle tijden een vochtige plek hebben om te schuilen, vervellen of eventueel eieren te leggen. Deze setup is gemakkelijk te onderhouden en we raden aan nieuwe aanwinsten altijd eerst op een dergelijke manier te huisvesten (faunabox kan ook) ter controle van de nieuwe aanwinst en om zeker te zijn dat het dier goed eet. Echter doet dit type verblijf enorme afbreuk op de mogelijkheid tot observeren van deze prachtige slangen. Waar een groot deel van het plezier in het verzorgen van deze slangen en de hobby juist zit.

Deze slangen lenen zich uitermate goed voor een meer natuurlijk ingericht, mogelijk bioactief verblijf. In een dergelijke verblijf kan men gebruik maken van diverse stammen en kurk die kunnen dienen als schuilplaatsen en waar het dier tussendoor kan kruipen. Eventueel kunnen bamboe stammen het plaatje afmaken. Door het gebruik van (levende) planten richt u het verblijf natuurlijk in. Daarnaast helpen levende planten met het op peil houden van de luchtvochtigheid welke overdag 70/80% moet zijn welke mag oplopen tot 90% in de nacht. Sproei daarom regelmatig, deze slangen worden vaak extra actief na een regenbui. Mocht u niet gaan voor een bioactief verblijf dan kan u een bodem substraat gebruiken als cypres mulch, reptibark of cocopeat eventueel gemengd met mos en bladeren. Dit substraat dient eens per maand vervangen te worden en verwijder altijd zichtbaar afval als vervelling en uitwerpselen. Bij een bioactieve opstelling is het verstandig om een drainagelaag aan te leggen. Met daaroverheen een dikke laag cocopeat aarde gemengd met schors, cypress bedding, moss en bladeren. De slangen zullen hier zeer graag door graven. Voeg kleine ongewervelden aan het substraat toe zoals springstaarten, wormen en (tropische) pissebedden. Deze zullen zich voeden met een groot deel van het afval dat de slang produceert. Bied ten alle tijden een waterbak met vers water waar de slang in zijn geheel in past, Oreocryptophis baad graag. Gemiddeld is een verblijf van minimaal 60x45x45 afdoende voor een enkel dier of 90x45x45 voor een koppel.

 

Dieet:  Van nature eten deze slangen allerlei kleine soorten knaagdieren en soms amfibieën. Vooral jonge dieren voeden zich ook met amfibieën en kleine hagedisjes als gekko’s en skinken. In gevangenschap doen deze slangen het zeer goed op een dieet van kleine muizen. Oreocryptophis hebben een relatief snelle stofwisseling en zijn actieve jagers. Jonge dieren kan men het besten elke 4 tot 6 dagen voeden en volwassen dieren elke 7 dagen. Let op dat u niet te grote prooien voert. Vaak worden deze niet geaccepteerd en mochten deze wel gegeten worden kunnen deze uitgespuugd worden waarna een dier soms weken niet wilt voeden. Het beste is te voeren met (meerdere) kleine prooien die niet dikker zijn als het dikste deel van het lichaam van de slang. Vaak voeden deze slangen niet als ze in de vervelling zitten. Gebruik deze periode als een korte voederpauze.

 

Winterslaap:  Al lijkt het niet strikt noodzakelijk is het aan te raden deze slangen te overwinteren. Deze overwintering is een onderdeel van hun natuurlijke cyclus en is een periode van rust. Daarnaast stimuleert het de voortplanting. Deze winterslaap dient bij een gemiddelde temperatuur van 5/6C te geschieden. Er zijn reportages van deze slangen die tijdens de overwintering aan temperaturen van slechts 2C werden blootgesteld en nog steeds alert waren en na deze periode in alle gezondheid aten en voortplanten.

Als u deze slangen een winterslaap wilt geven moet deze eerst ingeleid worden. Dit doormiddel van het verkorten van de lichturen (van 12 naar 8/7uur) en verlagen van de temperatuur naar 15-13C gedurende een periode van 4 a 5 weken. Stop 14 dagen voor het inleiden van deze periode met voeren om te voorkomen dat er reststoffen zich in het maagdarmkanaal bevinden tijdens de winterslaap. Plaats de dieren in deze periode in een faunabox of ander kunststof goed geventileerde box. Welke is gevuld met een dikke laag vochtig mos en bladeren. Bied een schuilplaats en een kleine waterbak mochten de dieren willen drinken, wat echter vaak niet gedaan word tijdens de winterslaap. Na deze periode van afkoeling kunnen de dieren in de winterslaap worden geplaatst. Dit kan zijn in een gekoelde kamer of aangepaste koelkast. Deze winterslaap duurt gemiddeld 12 tot 16 weken waarna de dieren rustig opgewarmd kunnen worden tot 15C gedurende 4-5 weken alvorens deze weer in het verblijf te plaatsen.

Let op dat deze dieren uit een zeer koele omgeving komen en Oreocryptophis zijn zelfs bij 8-10graden nog actief. Als men deze slangen met deze temperaturen een winterrust geeft en dus niet voert, blijft hun wel stofwisseling werken en de slangen actief waardoor deze (onnodig) zullen vermageren. Plaats de slangen dus goed koel tijdens de winterslaap.

 

Voortplanting:  Toen deze slangen net beschikbaar kwamen voor de hobbyist waren deze erg hoog van prijs. Dit in verband met de uitvoer verboden in het land van herkomst en de moeilijk begaanbare plaatsen waar deze slangen voorkwamen. Echter is gebleken dat deze slangen zich zeer gemakkelijk voortplanten en soms zelfs meerdere legsels per jaar kunnen produceren. Hierdoor is de prijs sterk gedaald en zijn deze slangen goed verkrijgbaar voor een groot deel van de hobbyisten.

Oreocryptophis kunnen bij 24 maanden al geslachtsrijp zijn, mannen vaak zelfs eerder. Het is echter altijd aan te raden om de dieren goed te laten ontwikkelen tot ze 30/36maand oud zijn voor men overgaat tot een kweekpoging. Vooral vrouwtjes die te jong eieren produceren kunnen complicaties krijgen waaronder ei-binding, ontsteking van de eileiders en legnood.

Voor u de dieren na de winterslaap samen plaatst is het verstandig deze een aantal maal te voeren. Soms gaan de slangen ook nog in de vervelling. Vlak na deze vervelling is de kans op een sterke reactie van de man het grootste. Plaats de man bij de vrouw, de man zal de vrouw proberen over te halen tot een paring door zich over het lichaam van de vrouw te draperen en glijdende en schokkende bewegingen te maken terwijl hij de staart van de vrouw omhoog probeert te duwen. Is de vrouw gewillig dan zal zij dit toelaten en kan de man met een van zijn twee hemipenis de cloaca van de vrouw penetreren. Een paring duurt slechts 30 minuten tot enkele uren.

Na de paring duurt het gemiddeld 505 tot 60 dagen voor een vrouwtje eieren legt. Een goede indicatie is de zogenoemde ‘prelay’ vervelling waar de vrouw in gaat. Deze duurt vaak iets langer dan een gewone vervellingscyclus. Na deze vervelling duurt het gemiddeld 21 dagen voor er eieren worden gelegd. Legsels bestaan gemiddeld uit 2 tot 8 langwerpige eieren. Een vrouw kan meerdere legsels per jaar leggen. Voorkom daarom uitputting van de vrouw, voer goed en verwijder de man geregeld om de vrouw rust te bieden.

De eieren komen na 75-50 dagen incubatie bij 25-29C uit. Jongen kan u tijdelijk individueel huisvesten in kleine kunststof goed geventileerde containers of een faunabox. Bedek de bodem met een laag mos en een aantal bladeren. Bied een kleine schuilplaats en waterbak.  Soms willen net uitgekomen Oreocryptophis niet direct voeden met ontdooide pinkie muisjes. Het kan dan helpen een levende aan te bieden. Het is in het wild niet ongewoon dat jonge bamboe rattenslangen hun eerste winterslaap in gaan zonder gegeten te hebben. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel