Phelsuma madagascariensis boehmei / Boehmei Madagascar daggekko- Care

Vorige Artikel 4 van 13 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Lacertilia
Infraorde: Gekkota
Familie: Gekkonidae
Wetenschappelijke naam: Phelsuma madagascariensis boehmei
Engelse benaming: Boehme's giant day gecko
Herkomst: Madagascar
Leefwijze: Dagactief
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Declining
Cites: B / II

Phelsuma madagascariensis boehmei (Meier, 1982)

De Madagaskar daggekko is een van de grootste soorten Phelsuma en heeft ook een van de grootste verspreidingsgebieden van het genus Phelsuma. Er zijn 4 erkende ondersoorten namelijk de Phelsuma madagascariensis madagascariensis, P. m. grandis, P. m. kochi en de Phelsuma madagascariensis boehmei. De P. m . boehmei onderscheid zich zowel in uiterlijk als behoeftes als het gaat om temperatuur en luchtvochtigheid van de andere 3 ondersoorten.

 

Uiterlijke kenmerken:  In de basis is de P. m. boehmei vergelijkbaar met de andere Madagaskar daggekkos. Het zijn middelgrote groene hagedissen met een rood vlekken patroon op de rug. Dit patroon is bij de P. m. boehmei vooral zichtbaar vanaf het midden van de rug tot aan het begin van de staart. Over het gezicht loopt een V die begint op de neus en doorloopt over beide ogen. Elk dier heeft bovenop de kop een uniek vlekken patroon.

Een manier waarop de P. m. boehmei goed te onderscheiden is van de andere ondersoorten is hun blauwgrijze buik en de bijna zwarte huid die zichtbaar is tussen de schubben op het lichaam en de staart.  Jonge dieren zien er vrijwel identiek uit als de oudere dieren, alleen de onderzijde van de staart is bij jongen rood en de buik bruinrood van kleur. Volwassen dieren zijn gemiddeld 22 tot 24cm waarvan 11 tot 12cm lichaam.

 

Herkomst en habitat:  De P. m. boehmei komt voor in een klein verspreidingsgebied in het Perinet in midden Oost Madagaskar, Lohariandava en Ranomafana op hoogtes van 800 tot 1300M boven zeeniveau. Er word gedacht dat hun verspreiding ooit veel groter was maar door ontbossing aanzienlijk kleiner is geworden. Hun biotoop bestaat uit vochtig regenwoud. Ze houden zich voornamelijk op tegen de stammen van grote bomen en palmen, ook worden ze gezien zonnende op/tegen de muren van gebouwen. Deze soort is erg territoriaal en word bijna altijd alleen gevonden.

De reden dat de verzorging van deze soort afwijkt van die van de andere 3 ondersoorten Madagaskar daggekkos zijn de temperaturen en seizoenen die dit dier in het natuurlijke habitat meemaakt. De dagtemperaturen zijn bijna het gehele jaar vrij stabiel met een gemiddelde dagtemperatuur in de zomer van 24C en 20C in de wintermaanden die van nature in Juni tot September zijn. Vooral de nachttemperaturen zijn in de winter aanzienlijk lager als in de zomer. Door invloed van de zon en stijging van de temperaturen is de gemiddelde RV overdag slechts 60% waar het in de nacht oploopt tot wel 97%. Het regenseizoen is in December, Januari, Februari en Maart.

 

Huisvesting:  De basis opzet voor een terrarium voor de Phelsuma madagascariensis boehmei is vrij vergelijkbaar met die van andere daggekkos. Bied een enkel dier of volwassen koppel een goed geventileerd terrarium van minimaal 60x45x90. Gebruik als substraat een minimaal 10cm dikke laag cocosaarde eventueel gemixt met bladeren en mos of bark. Deze bodem helpt in het onderhouden van de luchtvochtigheid en neemt goed afval op, daarnaast kunnen levende planten er goed in wortelen. Het is verstandig een drainagelaag aan te leggen onder het substraat om overtollig water op te vangen en te voorkomen dat de bodem te nat word. Door het uitzetten van springstaartjes en kleine tropische pissebedden die afvalstoffen eten ontstaat een bioactief substraat wat grotendeels onderhoudsvrij is. Sproei gemiddeld een maal per dag, bij voorkeur in de avonduren vlak voor de lampen uitgaan. Hiermee bootst u de stijgende luchtvochtigheid in de avond na.

Het zijn klimmende gekko’s dus hier willen we rekening mee houden als het gaat om de inrichting. Naast bamboestammen kan u ook andere houten stammen gebruiken met een glad oppervlakte. Ze rusten graag op diagonale en verticale stammen maar plaats ook altijd diverse horizontale stammen waar de dieren op kunnen zonnen. Boven deze stammen hangt u een warmtelamp die een hotspot geeft van 30-35C. Plaats hiernaast ook een UVB compact / spaarlamp in verband met de Vitamine D3 aanmaak. Plaats ook een fullspectrum daglichtlamp voor de verdere verlichting, dit verhoogd de activiteit en natuurlijke gedragingen en verbeterd de kleur. Daarnaast bevorderd dit de groei van de levende planten in het verblijf.

De dagtemperatuur in de zomer is 26C aan de warme zijde tot 22C aan de koele zijde met 12 tot 14 lichturen. In de wintermaanden is de gemiddelde dagtemperatuur maximaal 26C aan de warme zijde en mogen de nachttemperaturen dalen tot 15C. De daglichturen zijn in deze maanden 10uur waarvan 8uren de hotspot en UVB verlichting aan staan. In de middelste 2 maanden van de 4 koele maanden mag u de hotspot uitschakelen. Sproei in deze koele maanden minder (2 a 3 maal per week).

 

Dieet:  Jonge dieren worden 5 a 6 maal per week gevoerd waar de ouders 3 tot 4x per week gevoerd kunnen worden. Het dieet is hetzelfde als die voor de meeste Phelsuma. Voer als basis kleine krekels en sprinkhanen, wasmotten en krulvliegen 50%. Hierop kan u variëren met fruit als banaan, papaja, mango en peer. U kan dit aanvullen met fruitpapjes voor babies of specifieke gels/diets voor daggekkos.  Bepoeder de voedselinsecten goed met calcium supplementen of multivitamine poeder zonder D3, hiervoor is de UVB lamp. Volwassen dieren worden gemiddeld 2x per week gevoerd met insecten en 1 tot 2 maal per week met fruit of nectar.

 

Voortplanting:  In de koele periode legt het vrouwtje geen eitjes en dit is een goed moment op vet reserves op te bouwen en te herstellen voor het komende voortplantingsseizoen. Al is de natuurlijke winterperiode in Juni tot September kunnen wij deze makkelijker bieden van November tot Februari zodat deze gelijk loopt met onze eigen winter wanneer de gemiddelde nachttemperatuur en lichturen lager zijn. Na de winterperiode worden de lichturen weer verlengt tot 14 daglichturen.

Sproei in April tot Juli vaker, in deze maanden zullen de meeste paringen plaats vinden die er soms ruw aan toe kunnen gaan. Vaak bijt de man de vrouw in haar nek onder het paren, eventuele verwondingen hiervan helen vaak snel. Mocht het nodig zijn zet de vrouw dan apart om haar tijd te geven te herstellen en op krachten te komen. Gemiddeld 25 tot 30dagen na de paring legt het vrouwtje 1 tot 2 aan elkaar klevende eieren die ze verstopt in een holle stam. Dit is vaak een bladoksel van sanseveria of bamboestam. De eieren van deze daggekko worden niet vast gekleefd zoals bij vele andere Phelsuma soorten wat het verwijderen van de eieren vergemakkelijkt. Een vrouwtje legt 4 tot 6 maal per seizoen eitjes.

In de incubator komen de eieren bij een constante temperatuur van 27/28C met 55 dagen al uit. Bij deze temperaturen lijken er echter veel vrouwtjes te worden geboren. Het uitbroeden van de eieren in vergelijkbare omstandigheden als de ouders lijkt hiertoe de oplossing te zijn. Geef ook de eieren een matige daling in de nachttemperatuur van 1C a 2C en houd de gemiddelde luchtvochtigheid iets hoger met een gemiddelde van 90%. Dit vergemakkelijkt de uitkomst en voorkomt dat de eieren uitdrogen. De gemiddelde incubatieperiode met deze methode is 60 tot 75 dagen.

Het grootbrengen van de jongen is probleemloos en u kan ze onder dezelfde omstandigheden huisvesten als de ouders. Kweek alle jongen apart op in een klein terrarium of faunabox. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel