Lampropeltis t. hondurensis / Hondurese melkslang - Care

Vorige Artikel 11 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Dieet: Carnivoor
Gemiddelde leeftijd: 12+
Herkomst: Zuid Amerika
Habitat: Sub-tropisch
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Lampropeltis triangulum hondurensis, (K.L. Williams, 1978)

De Honduras melkslang is op de Lampropeltis triangulum gaigeae na de langste melkslang soort die er is. Ze hebben een rustig karakter en zoals de meeste Lampropeltis soorten een goede voedselresponse. Dit in combinatie met de tegenwoordig vele verkrijgbare mutaties maakt ze voor veel hobbyisten een favoriet onder de melkslangen.

 

Uiterlijke kenmerken:  Gemiddeld word deze melkslang 130cm lang. Er zijn echter exemplaren in gevangenschap bekend van 150 tot 160cm. Jonge dieren zijn bij uitkomst 25 tot 32cm. De kop is breed en licht afgescheiden van de hals. Er zijn van nature 2 varianten bekend, de wel bekende ‘tri-color’ met de klassieke rood-zwart-wit-zwart bandering en de ‘bicolor’ ook wel  ‘tangerine’ genoemd waarbij de normaal witte bandering nu oranje tot rood van kleur is. Aan het einde van elke schub zit een klein zwart puntje. Vaak neemt bij oudere dieren het gehalte melanine toe. Mocht u een volwassen dier willen met het uiterlijk van een pasgeboren Lampropeltis t. hondurensis dan is het een optie om een van de ‘Hypomelanistische’ varianten aan te schaffen. Deze hebben een verminderd gehalte melanine en behoud daarmee langer zijn jeugdige uiterlijk.

 

Herkomst en habitat:  Van nature komt deze soort voor in de tropische regenwouden van Noord-Oost Costa Rica en bijna geheel Honduras het gebied waar deze slang zijn naam aan ontleend en Nicaragua.

 

Gedrag:  Ze houden zich op tussen de bodembedekking van het woud. Tussen gevallen takken, bladeren en stammen. Wildvangdieren konden erg schuw zijn en bij verstoring wegkruipen. Krijgt een slang hier niet de kans toe en ziet deze geen uitweg of bij fixatie konden ze wel eens bijten. Tegenwoordig zijn zo goed als alle gehouden Honduras melkslangen nakweek vanuit vele generatie in gevangenschap gehouden dieren en deze bewijzen zich actieve, nieuwsgierige en kalme dieren te zijn. Deze soort is het meest actief gedurende de schemer en avonduren.

 

Huisvesting:  Dit zijn echte bodembewoners en houden zich van nature op tussen gevallen bladeren en takken op de bodem van het regenwoud. De temperaturen zijn hier moderaat en er is weinig verschil tussen de dag en nachttemperatuur. De luchtvochtigheid is relatief hoog. Houd hier rekening mee bij het huisvesten van deze slangen. Bied een substraat waarin ze kunnen graven zoals aspenbedding of een aarde op basis van cocos zoals cocopeat of de Exo-terra plantion soil. De gemiddelde luchtvochtigheid zal rond de 60 tot 70% moeten zijn. Een hoge luchtvochtigheid betekend niet een nat onderkomen. Waar cocopeat goed vocht vasthoud en daarmee de luchtvochtigheid makkelijker op een hoger niveau houd doet de Aspen bedding dit minder. Echter is op de Aspenbedding makkelijker vuil te zien en daarmee verwijderen. U kan er ook voor kiezen de bodembedekker iets droger te houden en een schuilplaats aan te bieden gevuld met vochtig mos. Naast dat de dieren dit kunnen opzoeken bij bijvoorbeeld de vervelling is deze plaats ook ideaal om eventuele eieren af te zetten.

Verwarmen kan men met een warmtemat of kabel. Deze warmtebron mag niet meer dan een derde van de bodem verwarmen zodat uw slang altijd ruimte heeft zich van de warmtebron te verplaatsen en zo goed te kunnen thermoreguleren. De gemiddelde temperatuur moet aan de koele zijde 23 a 24C zijn en aan de warme zijde 28C met een hotspot van 30C. s’Nachts mag de temperatuur iets dalen. Observeer uw slang altijd goed. Ligt uw slang continue aan de koele zijde kan dit een indicatie zijn dat het te warm is in de warme zone.

Bied schuilplaatsen in diverse temperatuur zones in het terrarium. Klimmen doet deze soort weinig en is primair een bodembewoner. De hoogte van het verblijf speelt daarmee een kleine rol wat deze soort ook erg geschikt maakt om een in zo genoemd ‘racksysteem’ te huisvesten. Natuurlijk is het altijd mooier om het natuurlijke gedrag van uw slang te observeren in een mooi ingericht terrarium waar een dergelijke rack enorme afbreuk op doet. Huisvest deze soort per individu want zoals vele soorten Lampropeltis kan deze slang kannibalistisch zijn. Jonge dieren kan men grootbrengen in een kleine tub of faunabox zoals de Exo-Terra Faunarium PT2310. Voor volwassen dieren is een minimaal oppervlakte nodig van 100x50. Grote exemplaren verdienen een verblijf met een bodemoppervlakte van 120x50cm of groter.

 

‘Winter’rust:  De Lampropeltis triangulum hondurensis kent van nature een periode van lagere temperaturen. Dit koelere seizoen start in Oktober wanneer men stopt met voeden alvorens 3 weken later de temperaturen gedurende een maand te laten dalen. Tot ongeveer 10 tot 15C. De opvolgende rust duurt gemiddeld 8 tot 12 weken. Alvorens weer de temperatuur naar zijn oude niveau te verhogen.

 

Dieet:  Van nature hebben deze slangen een breed dieet dat bestaat uit kleine zoogdieren maar ook diverse hagedissen en ook slangen. Jonge dieren voeden zich ook wel eens met kleine amfibieën. In gevangenschap doet deze soort het uitermate goed op kleine zoogdieren als muizen en jonge ratjes of veeltepelmuizen.

Voer deze soort liever meerdere in verhouding tot de slang middel tot kleine prooien dan 1 grote prooi per voederbeurt. Niet breder dan 110% van het dikste gedeelte van de slang. Jonge dieren voert met het eerste jaar eens in de 4 a 5 dagen. Halfwas en volwassen Lampropeltis kan men eens per 7 tot 10 dagen voeren. Door het formaat van de jongen als ze uit het ei kruipen zijn van alle Lampropeltis deze soort verreweg het gemakkelijkste op te starten met muizen. Soms kan men al direct kleine fuzzies voeren in plaats van pinkies. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel