Lampropeltis nigritis / Zwarte koningsslang - Care

Vorige Artikel 10 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Wetenschappelijke naam: Lampropeltis nigritis
Nederlandse benaming: Zwarte koningslang
Engelse benaming: Mexican black kingsnake
Gemiddelde leeftijd: 12+
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Lampropeltis (getula) nigritus

Deze (bijna) volledig zwarte slang is een lust voor het oog. Ze bieden een mooi contrast tegenover alle rijk gekleurde soorten binnen hetzelfde genus. Ze zijn makkelijk te verzorgen en hebben een eetlust die past bij Lampropeltis.

 

Uiterlijke kenmerken:  Wat natuurlijk direct opvalt bij deze soort is zijn pikzwarte glanzende uiterlijk. Soms is bij pas uitgekomen dieren nog sporen van wit te zien in de vorm van kleine vlekjes tussen de schubben en op de buik maar deze verdwijnen na een paar vervellingen. Ze hebben een typische bouw die past bij dit genus. De kop is vrij kort en sterk en nauwelijks afgezet van het lichaam. Het lichaam zelf is sterk en relatief breed van bouw. Passende bij een slang die kannibalistisch kan zijn. Gemiddeld word deze slang 110-130cm lang.

 

Herkomst en habitat:  Oorspronkelijk komt deze soort voor in het Zuiden van Arizona, West Sonora en Noord/West Sinaloa Mexico. Hun biotoop bestaat voornamelijk uit woestijn, droog, veel rotsen en stenen en schaars beplant.

 

Huisvesting:  Let op; Lampropeltis nigritis is zoals vele koning en melkslangen kannibalistisch. Dit betekend dat wij meerdere dieren samen huisvesten sterk afraden. Er zijn hobbyisten die succesvol dieren samen houden. Helaas gaat dit vaak (uiteindelijk) mis.

Jonge dieren kunnen verzorgd worden in een verblijf van 30x30x30 of platte Exo-terra faunabox( PT2310). Een goed etend dier zal hier snel uit groeien en kan dan direct geplaatst worden in zijn uiteindelijke verblijf van minimaal 80x40x40cm. Als bodembedekker kan men een droog substraat gebruiken. Denk aan Zoomed Aspen bedding of fijne beukensnippers als bijvoorbeeld reptibark. Deze soort graaft graag dus houd hier rekening mee met de dikte van de laag substraat. Bied verschillende schuilplekken aan op de warme en koele zijde. Al is deze slang geen echte klimmer zullen ze er wanneer dergelijke gelegenheid word aangeboden wel degelijk gebruik van maken.

Verwarming kan geschieden doormiddel van een warmtemat of warmtespot. Creëer een koele en warme zone zodat een dier de mogelijkheid heeft te thermoreguleren. Overdag moeten de temperaturen 25C aan de koele zijde zijn en 28 tot 30C aan de warme zijde met een warmere hotspot (35C). s’Nachts is verwarmen niet nodig en mogen de temperaturen dalen. Verlicht in de zomer 13 a 12uur.

Let op dat alle slangen maar zeker Lampropeltis soorten echte ontsnap kunstenaars zijn. Heeft u dus een terrarium met schuiframen. Dan kan de ruimte tussen deze ramen al voldoende zijn voor de slangen om door te ontsnappen. Het is daarom verstandig om een silicone afsluit strip tussen deze ramen te doen om zo ontsnapping te voorkomen.

 

Winterrust:  Van nature houden deze slangen een winterrust. Wilt u deze aanbieden laat de slangen dan minimaal 2 weken vasten om zeker te zijn dat er geen overgebleven voedsel in het darmkanaal achter blijft. Dit kan namelijk bij te lage temperaturen en een stil liggende stofwisseling voor rotting in de darmen zorgen. Gedurende deze periode kan u de lichturen inkorten van 12 naar 8 uur. Daarna kan de slang in winterrust geplaatst worden bij 15 tot 10C. Deze winterrust is niet noodzakelijk maar is wel onderdeel van hun natuurlijke proces en bevorderd voortplanting. Vaak slaat men de winterrust in hun eerste levensjaar over.

 

Dieet:  Jonge Lampropeltis nigritis start gemakkelijk op met ontdooide pinky muisjes ook al zijn dit van nature voornamelijk hagedis eters. Bij dieren die niet direct pinky muisjes eten kan men proberen om de schedel van de babymuis open te snijden of de muis in te smeren met tonijnwater of een hagedis. Met deze techniek zijn bijna alle voedselweigeraars te overtuigen en daarna snel over te zetten. Als deze soort eenmaal eet dan blijven ze dat doen.

Jonge dieren kunnen elke 5 dagen een prooi geboden worden. Vanaf een jaar oud is een prooi per week voldoende. Gezien hun formaat kunnen ook volwassen Lampropeltis nigritus het beste gevoerd worden met volwassen muizen of baby/weaner ratjes. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel