Lampropeltis mexicana / Mexicaanse koningsslang - Care

Vorige Artikel 9 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Colubridae
Subfamilie: Colubrinae
Wetenschappelijke naam: Lampropeltis mexicana
Dieet: Carnivoor
Gemiddelde leeftijd: 12+
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Lampropeltis mexicana (&ssp), (Garman, 1884)

De Mexicaanse koningslang is een populaire soort die behoort tot de kleurrijke groep van de koning en melkslangen. Er zijn verschillende ondersoorten waar nog enige discussie over bestaat of dit daadwerkelijk ondersoorten, soorten of lokaliteitvormen zijn.

De in de hobby meest bekende ondersoorten en gebruikte namen zijn de Lampropeltis mexicana mexicana, L. m. greeri en L. m thayeri. De Lampropeltis alterna werd jaren gezien als een ondersoort van de Lampropeltis mexicana maar is vanwege zijn verspreidingsgebied en beschubbing als aparte soort ingedeeld.

 

Uiterlijke kenmerken:  Gemiddeld word deze soort 80 tot 100cm. De basis kleur is verschillende tinten grijs met een patroon van vlekken of banden dat in kleur kan variëren van donkergrijs, zwart tot dieprood.

 

Herkomst en habitat:  Al deze soorten zijn endemisch tot Noordoost Mexico en leven allen in vergelijkbare biotopen. De verzorging is daarmee voor alle varianten gelijk. Hun natuurlijke biotoop bestaat uit droge steppes, heuvels, woestijn en vlaktes met veel rotsen en verdroogde vegetatie. Ook zijn deze dieren gevonden in droge licht beboste eikenbossen en graslanden. Deze soort is het meest actief in de schemer en nacht. Ze prefereren een goede beschutting en zullen zich bij verstoring verstoppen. In gevangenschap bewijst het zich een niet schuwe soort die zich goed laat zien zo lang er maar genoeg schuilmogelijkheden worden aangeboden.

  • - Lamproletis mexicana komt voornamelijk voor in Noordoosten van Mexico.
  • - Lampropeltis mexicana ‘greeri’ vind zijn oorsprong in de bergachtige gebieden van de Mexicaanse staat Durango
  • - Lampropeltis mexicana ‘thayeri’ is endemisch tot de oostelijke delen van het plateau Tamaulipas Mexico. In de staat Nuevo Leon.

Het is niet ondenkbaar dat er in gevangenschap diverse kruisingen zijn van verschillende lokaliteiten en ondersoorten door onwetendheid van de herkomst of de zoektocht naar een aparte kleur of combinatie.

 

Mutaties:  Tegenwoordig word er met diverse mutaties en varianten gekweekt. Vooral de ‘Thayeri’ kent veel varianten. Van bijna patroonloze dieren tot de ‘milksnakephase’. Ook zijn er melanistische dieren.  De meest bekende mutatie binnen de nominaat is de ‘Granite’

 

Huisvesting:  Lampropeltis is een makkelijke soort in gevangenschap aangaande verzorging en voeding. Volwassen dieren kan men het beste net als alle andere Lampropeltis soorten apart huisvesten om kannibalisme te voorkomen.

Volwassen dieren kan men huisvesten in een verblijf met een bodemoppervlakte van 80x40. Gezien het geen klimmers zijn hoeft het terrarium niet hoog te zijn en kan deze soort ook goed gehouden worden in een racksysteem. Al doet dit wel veel afbreuk aan de mogelijkheid ter observatie en het plezier in het verzorgen van deze dieren. Bied een losse droge bodem waardoor de dieren kunnen graven. Al leven ze van nature in gebieden met veel zand en steen vertaald dit zich in gevangenschap meestal in het gebruik van beukensnippers of Zoomed Aspen Snakebedding. Reptibark is ook een goede en meer natuurlijk uitziende optie. Bied voldoende schuilplaatsen. Klimmogelijkheden word weinig tot geen gebruik van gemaakt. Sproeien is niet nodig maar men kan voor de vervelling altijd een doos plaatsen met vochtig mos. Dit maakt het vervellen niet alleen makkijker maar hier kunnen ook eventuele eieren gelegd worden. Verwijder uitwerpselen en vervelling direct. Verschoon eenmaal per maand het substraat.

Verwarmen kan doormiddel van een spot of warmtemat. Van nature zijn dit geen zonnende dieren maar warmen ze zich op door tussen de door de zon verwarmde stenen te gaan liggen. De gemiddelde luchttemperatuur moet 25 aan de koele tot 28/30C aan de warme zijde zijn met een hotspot van 30-35C.

 

Dieet:  Pas uitgekomen dieren kunnen soms lastig zijn met het opstarten op babymuisjes. Dit omdat ze van nature voornamelijk kleine hagedisjes eten. Het wilt dan helpen om een (levende) pinkymuis langs een hagedis te wrijven. Als ze deze eenmaal eten is het overzetten naar ongegeurde muisjes vrij makkelijk. Als deze soort eenmaal goed eet is er weinig wat dit stopt.

Het eerste jaar word eenmaal in de 5 dagen een prooi aangeboden. Voer volwassen dieren eenmaal per week a’ 10 dagen meerdere kleine of een middelmaat prooi. Een te forse prooi word vaak over geslagen.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel