Indotestudo elongata / Geelkop landschilpad - Care

Vorige Artikel 10 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Testudinidae
Wetenschappelijke naam: Indotestudo elongata
Nederlandse benaming: Geelkop landschildpad
Engelse benaming: Elongated tortoise
Dieet: Herbivoor
Herkomst: Azie
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Bedreigd
Cites: B / II

Indotestudo elongata, (Blyth, 1853)

Het genus Indotestudo bevat slechts drie soorten, de Indotestudo forstenii die uitsluitend voorkomt op het eiland Sulawesi, de Indotestudo travancorica die word gevonden in het zuidelijke deel van India. In de regio’s Karnataka, Tamil Nadu en Kerala (Western Ghats) en de Indotestudo elongata. De I. forstenii en I. elongata komen voor in onze hobby waarvan de Indotestudo elongata het meeste gehouden en gekweekt word.

 

Status:  Indotestudo elongata word in het land van oorsprong ontzettend veel uit het wild gevangen, voornamelijk voor het gebruik als voedsel. Hierdoor staat de wilde populatie sterk onder druk. Des te belangrijk om als hobbyisten altijd te kiezen voor nakweek en ons best te doen zo veel mogelijk informatie te vergaren en delen. Ook de populatie Indotestudo forstenii staat erg onder druk. Dit voornamelijk door het verlies van habitat vanwege landbouw door de mens. Gezien het hier om een eiland populatie gaat is deze soort hiermee extra kwetsbaar. De vraag naar deze schildpad als ‘huisdier’ helpt helaas ook niet mee.

 

Uiterlijke kenmerken:  Deze schildpad dankt zijn naam aan het langwerpige relatief smalle schild die volwassen dieren hebben. Vooral de voorste marginale (nek)schilden op het carapax steken over de nek relatief ver vooruit, wat vooral duidelijk is bij de mannen. Het schild van jonge dieren is juist vrij rond, bijna breder als lang. Het schild van jonge dieren is ook erg laag waar die van volwassen dieren vrij hoog is. Het is een schildpad van middelmatig formaat dat een carapax lengte bereikt van 30cm. Gemiddeld weegt een volwassen dier 2.5 tot 3.5kg.

Het carapax is lichtbruin tot geelbruin van kleur. De hoornschilden kunnen geheel licht van kleur zijn met een donkere kern tot bijna geheel zwart. Het plastron is overwegend licht tot crèmekleurig met donkere vlekken. De lichaamskleur is licht. De kop is licht van kleur tot geel. Dit geel is het duidelijkste bij mannen in het paarseizoen. Mannetjes hebben een duidelijk langere staart en een concaaf plastron. Zowel bij de man als de vrouw heeft de staart een puntige schub op het einde. Daarnaast is de cloaca van de man verder buiten het schild op de staart gepositioneerd waar die van de vrouw vlak bij de anale schilden zit.

 

Herkomst en habitat:  De Indotestudo elongata heeft een groot verspreidingsgebied in Azie. Ze komen voor in het zuiden van China, grote delen van Vietnam, Laos, Maleisië, Thailand en Cambodia, in Nepal, India, Birma en Bangladesh.

Deze soort is vooral actief bij zon opgang en ondergang. Bij hoge temperaturen zijn ze niet actief en veel zonlicht word ontweken. Ze verkiezen de schaduw van veel vegetatie boven open zonnige gebieden. Ze lijken de voorkeur te geven aan hoger gelegen koele bergwouden met veel vegetatie en zo mogelijk in de buurt van water. Dit is echter erg variabel door hun grote verspreidingsgebied. Ze worden namelijk ook gevonden in warme tropische laagland bossen, bosranden en open velden. Al lijkt de populatie dichtheid hier lager wat onder invloed kan zijn van de omstandigheden of omdat deze populatie gemakkelijker te stropen is. Deze dieren ervaren in hun herkomstgebied 2 seizoenen. Een warm droog seizoen en een koeler regenseizoen. Vooral in deze laatste periode lijken de dieren langer en het meeste actief.

De omstandigheden waarbij deze dieren voorkomen kunnen dus erg verschillen. Probeer daarom altijd uit te vinden uit welk gebied uw dieren hun oorsprong vinden om de juiste omstandigheden in het verblijf na te bootsen.

 

Huisvesting:  Er zijn berichten dat de Indotestudo elongata onderling geregeld onverdraagzaam gedrag vertonen. Dit kan zich uiten in duwen en stoten tot bijten in ledematen als de poten en ook de kop. Dit gedrag mag niet verward worden met paargedrag. Dit gedrag uit zich tegen soortgenoten maar ook soorten schildpadden en niet alleen tussen mannen maar ook tussen vrouwen. Let dus goed op de onderlinge interactie als u de dieren in een groep huisvest. Zorg voor meerdere schuilplaatsen en maak gebruik van inrichting als boomstammen en turtle caves om visuele barrières te creëren. Plaats dieren zo nodig apart. Een enkele Geelkopschildpad verlangt minimaal 2 vierkante meter en voeg hier voor elke extra schildpad één tot twee vierkante meter aan toe.

Zoals gemeld is deze soort voornamelijk actief in de schemerperiode en verkiest de schaduw boven veel zonlicht. Dit betekend dat bij het bieden van teveel licht de activiteit afneemt en de dieren zich veel gaan verschuilen. Een secondair gevolg zijn tranende ogen bij de schildpadden. Dit is dus een belangrijk punt bij het kiezen van de verlichting en type verwarming. Warmte spotlampen bootsen de stralingswarmte van de zon na. Deze wilt men dus ontwijken gezien deze schildpadden van nature niet zonnen. Het beste kan men kiezen voor het verwarmen van een zijde van het verblijf met een of meerdere keramische stralers. Deze geven geen licht af maar verwarmen erg goed een grote zone. Een ander voordeel is dat deze ook s’nachts gebruikt kunnen worden om te lage temperaturen te voorkomen. Leg onder deze keramische infraroodstralers vlakke stenen die de warmte absorberen en langzaam weer af geven. Verlicht gemiddeld 12 uur per dag met een in verhouding kleine daglicht TL buis met gemiddelde tot lage UVB afgifte. Verwarm de warme zijde tot gemiddeld 28C met een koele zijde van 25-24C. De hotspot mag hogere temperaturen meten maar moet door de dieren altijd ontweken kunnen worden. De Nachttemperatuur mag niet onder de 20C komen ongeacht het seizoen. In de nacht stijgt door de dalende temperatuur de luchtvochtigheid. In deze tijden extra verwarmen kan ervoor zorgen dat de luchtvochtigheid daalt. Om dit te voorkomen kan u voordat de lampen uitgaan nogmaals sproeien. Zorg doormiddel van schuilplaatsen dat de dieren zich altijd kunnen verschuilen.

Geef een dikke laag substraat van cocosaarde die eventueel word gemengd met droge bladeren en mos of schors. U kan ook kiezen voor bijvoorbeeld reptibark of cypres mulch. Al deze substraten nemen goed vocht op en geven dit ook weer af om de luchtvochtigheid op peil te houden. Graaf diverse stammen en keien in ter inrichting en verrijking. Een fitte schildpad heeft geen probleem zich over deze barrières te verplaatsen. Dit is een goede training voor de spieren en onderdeel van de verrijking. Let wel op dat schildpadden die omvallen niet ergens klem komen te zitten.

Sproei geregeld en zorg voor een luchtvochtigheid van 80% welke toeneemt in de nacht. Bied een ondiepe waterschaal waar de dieren ten alle tijden beschikking hebben tot vers water en zo mogelijk geheel in passen om te badderen en zo nodig af te koelen. Let op dat schildpadden vaak uitscheiding in hun waterbak dus reinig deze geregeld.

Men kan deze dieren in een buitenverblijf plaatsen als de temperaturen dit toelaten. Dit kan als de temperatuur niet onder de 15 graden komt en men ten alle tijden een verwarmd (nacht)verblijf aanbied. Denk goed aan de plaatsing van die buitenverblijf vanwege de zon. Het liefste beplant u dit verblijf met (fruit)bomen. Deze bieden schaduwplekken en geeft de schildpadden de mogelijkheid zich van de zon af te zonderen. Daarnaast eten de dieren graag van eventueel gevallen vruchten en zijn dus een goede aanvulling op een gevarieerd dieet.

 

Dieet:  Bied uw schildpadden altijd voeding vanaf een lage voederschaal of vlakke steen. Dit voorkomt dat er teveel bodembedekker mee gegeten word. Variatie is waarschijnlijk het aller belangrijkste bij het voeden van uw schildpad. 80% bladgroenten, kruiden en een lage hoeveelheid peulvruchten en 10-2-% fruit. Eventueel aangevuld met een kleine mate dierlijke materialen. In de basis staan diverse bladgroenten als witlof, paksoi, andijvie, wortel en siersla. Daarop kan u variëren met onder andere tomaat, wortel, vijgen, courgette, diverse eetbare paddestoelen en zwammen, paprika, schijfcactus zonder stekels, palmblad, paardebloem (blad en bloem) alfalfa, klaver, aardbei, weegbree en een kleine mate peulvruchten als sperziebonen. Blad en bloemen van fruitbomen en hibiscus en fruit als aardbijen, bosbessen, appel, mango etc. Ontwijk citrusvruchten en geef het liefste geen kool soorten in verband met gasvorming in de darmen. Hoogstens een lage mate Chinese kool.

U kan deze dieren bijvoeden met in kleine mate dierlijke materialen. Denk eraan dat schildpadden geen goede jagers zijn. Dus het dierlijke wat ze eten zijn langzaam kruipende ongewervelde als wormen, meelwormen en gelijke of bij toeval delen van kadavers. Naast de wormen en meelwormen kan u ook materiaal voeren als slakken met huis, runderhart stukjes, wasmotlarve, moriowormen, sprinkhaan en (stukken) kuiken of muis.

Bepoeder het voer geregeld met een calciumsupplement. Geef in verbant met het lage UVB gehalte waar deze dieren aan worden bloot gesteld een calcium preparaat waar vitamine D3 aan toegevoegd is. Voer jonge dieren 4 tot 6 maal per week. Voeg aan deze voeding twee maal per week een calcium preparaat toe en eens per week en vitamine preparaat specifiek voor schildpadden. Volwassen dieren kan men gemiddeld 3x per week voeden. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel