Heterodon nasicus / Westelijke haakneusslang - Care

Vorige Artikel 8 van 17 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Squamata
Onderorde: Serpentes
Familie: Dipsadidae
Wetenschappelijke naam: Heterodon nasicus
Nederlandse benaming: Westelijke haakneusslang
Engelse benaming: Western hognose snake
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Heterodon nasicus, (Baird & Girard, 1852)

De westelijke haakneus slang is al jaren erg populair en sinds de verkrijgbaarheid van diverse mutaties lijkt deze populariteit geëxplodeerd. Door hun gemakkelijke verzorging en geringe formaat zijn ze erg geschikt voor de liefhebber die niet de ruimte heeft voor grotere soorten slangen. Het zijn actieve dieren en over het algemeen rustig van karakter. Zeker jonge dieren kunnen echte bluffers zijn.

 

Uiterlijke kenmerken:  Mannen en vrouwen verschillen sterk in formaat. Waar mannetjes gemiddeld 40-50cm worden en vrij slank blijven worden vrouwen erg fors van bouw en 60-80cm lang. Er zijn grote exemplaren bekend van 90-100cm. Maar de meeste vrouwtjes bereiken deze lengte nooit. Zie de bijgevoegde foto’s voor meer info over hun uiterlijk.

 

Gedrag:  Het zijn dag en schemer actieve dieren die altijd actief opzoek zijn naar voedsel. Bij bedreiging kan de haakneusslang een hele show opzetten. Aanvankelijk zullen ze hun aanvaller proberen te overbluffen. Dit doen ze door zichzelf sterk op te blazen om zo hun formaat te vergroten, ze houden hun bek open en gaan hard blazen. Hun nek word afgeplat en ze doen verschillende schijnaanvallen met gesloten bek.

Mocht dit niet werken dan spelen ze dood. Ze keren dan op hun rug, gaan kwijlen en steken hun tong uit de bek en zetten hun muskusklieren open. Veel roofdieren eten geen dode prooien dus zo blijven ze liggen tot hun aanvaller vertrokken is. Alleen bij uiterste nood zullen de dieren bijten.

 

Gebit & gif:  Heterodon nasicus heeft een opistoflyphe gebitstype. De dieren zijn in het bezit van volledig ontwikkelde gifklieren, ook wel de Duvernoy’s klier genoemd. Deze staan in verbinding met tanden. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld Naja (cobras) of Crotalus (rattelslang) soorten zitten deze niet voor in de bek maar meer in het midden onder het oog. Deze tanden zijn vergroot vergeleken met de rest van de tanden maar niet zo sterk ontwikkeld als bij andere gifslangsoorten. De tanden zijn blijken nauwelijks gegroefd en niet gevormd als een injectienaald. Deze tanden zijn bedoeld om een wond te creëren gedurende het vasthouden van de prooi en zo er gif in de wond te 'kauwen'. De potentie van hun gif is laag en heeft vooral effect op amfibieën, welke hun natuurlijke prooien zijn. Waarschijnlijk heeft dit gif bij zowel de vertering en het uiteindelijke doden de prooi nog een kleine rol gezien de kikker of pad vaak levend opgegeten word.

Een andere theorie voor deze vergrote tanden heeft te maken met de natuurlijke prooi van de Heterodon nasicus welke bestaat uit padden. Padden maken zichzelf groter bij bedreiging. Dit maakt het lastig voor een roofdier als de haakneusslang om deze op te eten. De theorie is dat deze gegroefde tanden worden gebruikt om de pad ‘lek’ te prikken. Echter hebben amfibieën luchtzakken aan hun longen welke gevuld worden met lucht. De kans dat een slang deze ‘lek’ prikt lijkt gering en daardoor rest de vraag of deze theorie klopt.

Bij een korte beet zullen deze dieren ook geen gif ‘injecteren’. Hiervoor moeten de dieren kauwen. Mocht dit gebeuren zijn de effecten vaak mild. Van een irritatie tot zwelling die snel weer verdwijnt. Alleen als u allergisch bent kan de reactie aanzienlijk sterker zijn.

 

Herkomst en habitat:  De westelijke haakneusslang komt voor in een groot deel van de Verenigde Staten, in de staten Montana, North Dakota, South Dakota, Nebraska, oostelijk Wyoming, Illinois, oostelijk Colorado, New Mexico, Kansas, Oklahoma, Texas, westelijk Minnesota), zuidwestelijk Canada en Noord West Mexico. Ze worden gevonden op hoogten van 90 tot 2400M boven zeeniveau.

Hun natuurlijke habitat bestaat voornamelijk uit droge gebieden. Veel rotsen en steen en weinig en lage vegetatie. Ze graven graag en lijken daarmee de voorkeur te hebben aan gebieden met veel zand. 

 

Huisvesting:  De Haakneusslang is gemakkelijk te verzorgen in het terrarium. Dit is een soort die met groot succes gehouden en gekweekt word in de wel bekende slangen ’racks’. Echter doet men hiermee veel afbreuk aan het plezier van het houden van deze slang omdat het hierin aanzienlijk lastiger is hun natuurlijke gedrag te observeren. Al lijkt deze soort in groepjes gehouden te kunnen worden raden we altijd aan Heterodon nasicus apart te huisvesten. Dit vergemakkelijkt niet alleen de controle op gezondheid en voeden maar voorkomt ook kannibalisme, wat niet onbekend is bij deze soort.

Als bodembedekker kan men het beste kiezen voor Zoomed Aspen bedding of beukensnippers. Dit substraat is droog en de dieren kunnen er gemakkelijk in graven. Vuil is gemakkelijk te vinden en verwijderen. Bied diverse schuilplaatsen aan zowel de warme als koele zijde. Verdere aankleding kan met kunstplaten en boomstammen. Veel klimmen zullen deze slangen niet doen gezien het voornamelijk bodembewoners zijn.

Bied altijd vers water. Sproeien is vaak niet nodig gezien het droge gebied waar ze van nature voorkomen. Eventueel kan u in de vervellingperiode een hoek van het verblijf licht vochtig sproeien en/of een schuilplaats bieden met vochtig mos.

Wilt u gaan voor een meer natuurlijke inrichting. Dan is een zogenoemde ‘bio-active’ setup een goede optie. In dit geval kan u de bodembedekker vervangen met een mengeling van zand, aarde en boomschors. Welke aan de koele zijde gemakkelijker iets vochtiger te houden is. De haakneuzen graven graag door deze bodembedekker. Voeg kleine pissebedden toe aan de aarde welke een deel van het vuil geproduceerd door de haakneus zullen verwerken. Als levende planten zijn de Aloë vera soorten een goede optie.  

Verwarmen kan doormiddel van warmtespots als warmtematten. Gezien het ook dagactieve dieren zijn is het zeker niet onverstandig gemiddeld 12uur per dag te verlichten. De hotspot mag 35C meten. De gemiddelde temperatuur 28C aan de warme zijde en 26C aan de koele zijde. s’Nachts mag de temperatuur dalen. Deze soort houd van nature een winterslaap van 3 tot 5 maanden.

 

Dieet:  Voer uw haakneuzen met in verhouding kleine tot middelmaat muisjes. Ook volwassen dieren doen het vaak prima op springer muisjes. De stofwisseling van deze slangen gaat relatief snel. Daarom worden jonge dieren elke 4 dagen gevoerd. Dieren van een jaar oud voert met elke 5 dagen en halfvolwassen en volwassen dieren eens per week. Het is niet ongewoon dat zeker de mannetjes geregeld een prooi overslaan. Ook in de vervelling eet deze soort bijna nooit.

Ondanks hun natuurlijke dieet dat voornamelijk bestaat uit padden doet deze soort het prima op een dieet van kleine knaagdieren. Pas uitgekomen haakneusslangen willen echter soms wat moeilijk gelijk opstarten met pinky muisjes. Hierbij helpt het soms om de muizen te ontdooien in tonijnwater of water waar kikkers in hebben gezwommen. Andere mogelijkheden zijn het goed verwarmen van de muis waardoor de geur beter vrij komt of het opensnijden van de hersenpan. Andere opties zijn het aanbieden van spiering. Als de dieren dit eenmaal eten is het overzetten op pinky muisjes erg gemakkelijk door de pinky muis in te smeren met de spiering en de jonge dieren zo over te zetten. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel