Centrochelys sulcata / Sporenschildpad - Care

Vorige Artikel 4 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Testidinidae
Wetenschappelijke naam: Geochelone sulcata
Nederlandse benaming: Sporenschildpad
Engelse benaming: African spurred tortoise
Dieet: Herbivoor
Gemiddelde leeftijd: 50+ jaar
Herkomst: Afrika
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Kwetsbaar
Cites: B / II

Geochelone sulcata, (Miller, 1779)

De sporenschildpad is een van werelds grootste landschildpadden en word in gewicht en grote alleen voorbij gestreefd door de Galapagos schildpadden (Chelonoides nigra complex) en Aldabra reuzenschildpadden (Aldabrachelys gigantea). Ondanks het formaat, of juist dankzij het formaat wat ze kunnen bereiken zijn deze dieren erg populair en vergeleken met de andere grote soorten aanzienlijk makkelijker te verkrijgen en verzorgen. Deze landschildpad doet het in gevangenschap erg goed en word veelvuldig gekweekt. Ondanks dit worden er nog vele dieren geïmporteerd vanuit hun land van herkomst. Mocht u voor deze soort kiezen ga dan altijd voor nakweek. Sporen schildpadden worden oud. Dieren van 80 tot 100 jaar zijn niet ongewoon en door hun formaat verdient deze soort ontzettend veel ruimte.

 

Uiterlijke kenmerken:  Zoals gemeld is de Geochelone sulcata een van de grootste landschildpadden. Gemiddeld bereikt hun carapax een lengte van 65cm maar deze grote landschildpadden kunnen een carapaxlengte van 85cm bereiken. Het gemiddelde gewicht is 60 tot 80kilo. Er zijn berichten van dieren in gevangenschap (dierentuinen) die wel 100-120kilogram wegen. Gemiddeld begint deze soort zich voort te planten vanaf een gewicht van 20kg. Hun schild is van de zijde gezien vrij vlak en van boven gezien rond. De algehele kleur is een licht bruin. Maar er zijn variaties op. Dieren kunnen bij uitkomst heel lichtbruin tot ivoor-geel van kleur zijn. Elke schildrand heeft een donkere kleuring. De gradatie van deze donkere kleur kan variëren. Vaak zal deze donkere kleuring verdwijnen naarmate de schildpad groeit en ouder word. De voorpoten hebben grote stevige schubben. Aan de binnenzijde van de achterpoten zitten 2 vergrote uitstekende femorale schubben die sterk lijken op sporen, waar deze grote schildpad zijn algemene benaming aan ontleent. De keelschilden bij mannen zijn groot en steken ver naar voren vanuit het plastron. Ze gebruiken deze als stortrammen tijdens hun gevechten met andere mannetjes en kunnen hier grote schade mee aanrichten. Het doel is om de tegenstander met deze keelschilden te rammen en zo mogelijk omver te werpen of beschadigen.

 

Verspreidingsgebied en habitat:  De Geochelone sulcata heeft een groot verspreidingsgebied in het noorden van centraal Afrika. Dit verspreidingsgebied loopt als een smalle band van west naar oost Afrika en is slechts 600-700km breed en meer dan 8000km lang langs de zuidzijde van de Sahara. Onder andere in Eritrea, Ethiopie, Sudan, het Oosten van CAR, Tsjaad, Kameroen, Niger, Benin en Mali tot aan Mauritanië en Senegal.

Hun habitat bestaat uit vrij droog, schaars en vlak landschap waar vaak niet meer dan 800mm regen per jaar valt. Dit is een van de weinige schildpadden die kan overleven in de semi-Sahara. De gebieden waar men deze landschildpadden kan vinden zijn graslanden, doornbossen, droge schaars beplante bossen en half woestijnen. Het klimaat is heet en droog, het is niet ongewoon dat de temperaturen 40C bereiken. Gemiddeld komt de temperatuur in de nacht niet onder de 15C. Dit is echter afhankelijk van het seizoen. Zo kunnen nachtelijke temperaturen in plekken als Mali in de nacht onder het vriespunt komen. Gedurende deze koude nachten houden de dieren zich graag op in tunnels waar de temperaturen hoger zijn.

Dieren bewonen vaak een gebied rond hun tunnel totdat ze weer verplaatsen. Ze graven ontzettend makkelijk een tunnel maar zullen zelf ook tunnels occuperen die door andere dieren als wrattenzwijnen en stekelvarkens zijn gegraven. Het is niet ongewoon dat andere dieren gebruik maken van de door de sporenschildpad gegraven tunnels. Dat doen ze om de hitte te ontkomen en koude nachten bij een constantere temperatuur te kunnen verblijven. Ze kunnen ontzettend goed graven met hun grote stevige voorpoten. Deze holen zijn gemiddeld 4-5meter lang maar kunnen wel 15meter lang zijn. Houd hier rekening mee als u de dieren in de zomer buiten plaatst. Deze goede graafmachines hebben vaak meerdere holen. Meestal 2 maar soms zelfs 4. Deze holen hebben vaak 2 ingangen. Grote holen hebben vaak meerdere kamers waar de dieren kunnen draaien en overnachten of overwinteren. De temperaturen in deze holen zijn vaak vrij gelijkmatig en behouden een hogere constante temperatuur in de nacht dan de temperatuur aan het oppervlakte.

 

Huisvesting:  Eigenlijk is de enige manier om deze dieren genoeg ruimte te kunnen bieden een groot binnenverblijf, eventueel verwarmde kas, serre of schuur dat is aangesloten op een buitenverblijf waar de dieren bij de juiste omstandigheden gebruik van kunnen maken. Al leven deze dieren van nature voornamelijk solitair kunnen deze goed in een groep gehouden worden van dieren met een vergelijkbaar formaat. Voor een groep van 3 volwassen dieren is een minimaal binnenverblijf nodig van 15 vierkante meter met een buitenverblijf van 15 vierkante meter. Bij elk toegevoegd dier komt hier minimaal 5M2. bij. Denk eraan dat dit grote en actieve schildpadden zijn en hoe meer ruimte u kan bieden de beter.

Jonge dieren verlangen een iets hogere luchtvochtigheid dan de volwassen schildpadden. Van nature verbergen deze zich tussen grassen en andere vegetatie waar de vochtigheid hoger is als de rest van de omgeving. Door een dikke laag substraat te gebruiken en deze licht vochtig te houden in bepaalde delen van het verblijf, en schuilplaatsen te bieden met vochtig materiaal als mos. Stelt u de jonge schildpadden in staat deze vochtigere delen op te zoeken en zich er in te graven. Dit bevorderd onder andere een gezonde schildgroei.

Warmte:  Deze soort houd van veel warmte en veel licht.  Het binnenverblijf dient verwarmd te worden tot 28C met lokaal warme zones van 37-45C. Plaats diverse HQL lampen en keramische stralers om een groot warmte oppervlakte te creëren en te voldoen aan de hoge UVB behoefte. Bied bij voorkeur minimaal twee van deze zonneplekken zodat de dieren elkaar uit de weg kunnen bij het zonnen. De nachttemperaturen kunnen dalen tot 15C.

Op dagen dat de temperatuur overdag boven de 22C komt kan u toegang tot het buitenverblijf bieden. Plaats de dieren het liefste weer binnen als de nachttemperaturen onder de 15C komen. Bied altijd voldoende schaduwplekken zodat de dieren zich terug kunnen trekken van de warme stralen van de zon. Om te voorkomen dat de buitentemperaturen sterkte invloed hebben op die van het binnenverblijf kan men het beste de twee delen scheiden met doorzichtige rubberen flappen. De dieren kunnen hier doorheen zien en zullen er makkelijk doorheen lopen maar sluiten wel goed af om teveel invloed van buitenaf te voorkomen.

Constructie:  Deze schildpadden zijn bulldozers en kunnen bij een matig geconstrueerd verblijf makkelijk schade aanbrengen en uitbreken. Glazen wanden zijn absoluut niet geschikt. Deze breken gemakkelijk door al het gebonk en geduw van deze kolossen en als ze zien wat er aan de andere zijde is zullen ze daar altijd naartoe proberen te komen. De beste optie zijn wanden van een stevig geconstrueerd hout of steen. Gebruik voor het buitenverblijf ook een volledig gesloten wand. Gaas word gemakkelijk gebogen of beschadigd.

Zoals gemeld kunnen deze soorten erg goed lange tunnels graven en ze doen dit snel en gemakkelijk. Het is dus belangrijk dat er een fundering word aangelegd die voorkomt dat de dieren uit het verblijf kunnen graven. Dit kan doormiddel van een stevig gaas dat minimaal 50cm diep onder het grondoppervlakte geplaatst word of een geheel betonnen fundering. Sporenschildpadden starten hun tunnel vaak waar de bodem oploopt en dus niet op een geheel vlakke bodem. Door dus strategisch heuvels aarde te plaatsen kan men de weg waar de dieren naartoe graven enigszins manipuleren. Laat de bodem nooit geheel uitdrogen maar deze mag zeker niet nat zijn. Een mengeling van aarde en zand is het beste toe te passen bij deze soort.

Verdere indeling:  Kleed het verblijf verder aan met diverse stammen en schuilplaatsen. Deze bieden visuele barrières tussen de bewoners en kunnen de dieren gebruiken als schuil en schaduwplek. Daarnaast breekt het hun leefoppervlakte op waardoor wandelpaden en gangen kunnen worden aangelegd en eens in de zoveel tijd veranderd om een vorm van verrijking te bieden.

 

Dieet:  Piramide vorming bij landschildpadden is vaak het gevolg van twee factoren. Een te droge omgeving en een verkeerd dieet dat of tekorten vormt of juist de dieren te snel laat groeien. Geochelone sulcata komen van nature uit een erg arm gebied met veel gras en droge vlakten. De voeding is dus erg arm en bezitten nauwelijks proteïne en vetten en bestaan vooral uit vezels. Daarom willen we opletten dat we niet teveel en te eenzijdig, voedingsrijk voedsel geven. Een sporenschildpad kan men het beste voeden met een voeding dat rijk is aan vezels, mineralen en sporen elementen maar arm in eiwitten, vetten en oliën. Voor deze soort zijn daarmee vaak de geproduceerde complete brokken voor landschildpadden niet te gebruiken. Tenzij u een aanschaft specifiek voor grazende soorten.

De basis voor deze soorten bestaat voor 70% uit droge grassen, hooi en kruidenhooi. U kan bijvoeden met vele soorten blad en kruiden als hibiscus (incl. bloem) distels, roos, kers, paardenbloem(blad en bloem), kamille, diverse bloesem, rozenbottel, koolrabi, alfalfa, zonnebloem, weegbree, braam, schijfcactus (zonder naalden), klaver etc. Bij voorkeur laat u deze een dag drogen voor het aan de G. sulcata te voeden. Vermijd dierlijke eiwitten, kool, spinazie en gewone en ijsbergsla. Voer weinig tot geen fruit en als u dit doet maximaal eens per week een kleine hoeveelheid. Teveel fruit kan een nadelig effect hebben op de belangrijke darmflora en voor spijsverteringsproblemen zorgen.

Jonge dieren kan men 3 tot 5x per week voeden. Voer volwassen dieren gemiddeld 3x per week. Zeker niet meer als de dieren ook in staat zijn buiten te grazen en snoepen van vele geplante grassen en kruiden. Voeg een calcium supplement toe aan het gegeven groen.

De beste manier om deze dieren te voeden is in doormiddel van een grote trog of ruif die van de grond geheven is. Bij een schaal kunnen deze dieren door en op hun voeding lopen. Een ruif voorkomt dit en houd de voeding droog en schoon.

 

Water:  Deze soort leeft dan wel in een erg karig en droog gebied. Maar dit betekend dit niet dat deze geen behoefte hebben aan water. Ze zijn aangepast om zo veel mogelijk vocht uit hun voeding te halen maar zullen altijd opzoek zijn naar water en zodra ze de kans krijgen veel drinken. Daarnaast is een goede hydratie van belang voor gezonde interne organen als de nieren. Gezien wij onze dieren in gevangenschap een optimale verzorging willen bieden en onnodige trauma aan het lichaam willen voorkomen is het dus belangrijk de dieren altijd van vers water te voorzien. Badderen helpt de dieren met de spijsvertering en ze drinken dan graag. 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel