Emydura subglobosa / Roodbuik spitskopschildpad- Care

Vorige Artikel 8 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Pleurodira
Familie: Chelidae
Subfamilie: Chelodininae
Wetenschappelijke naam: Emydura subglobosa
Nederlandse benaming: Roodbuik spitskop schildpad
Engelse benaming: Red bellied shortneck turtle
Leefwijze: Aquatisch
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Niet bedreigd
Cites: non

Emydura subglobosa, (krefft, 1876)

De roodbuik waterschildpad is een goed voorbeeld van de positieve gevolgen van het produceren van nakweek in gevangenschap en het positieve effect van serieuze hobbyisten die tijd steken in een goede verzorging van hun terrariumdieren. Dit is in land van herkomst een vrij algemene soort en is erg voordelig te vinden op de (Aziatische) voedselmarkt, een plek waar normaal veel goedkope wildvang dieren vandaan komen. Doordat deze soort echter erg makkelijk kweekt in gevangenschap is de behoefte tot import dieren er niet en daarmee worden er nauwelijks nog dieren geïmporteerd.

 

Uiterlijke kenmerken:  De roodbuik kortnek waterschildpad is makkelijk te herkennen aan zijn rode plastron en onderkaak. Vooral bij de mannen is in de paartijd deze rode onderkaak duidelijk te zien. De bovenkaak heeft een lichte tot gele kleur wat een sterk contrast geeft met de rode onderkaak. Van de neus tot achter het oog loopt een gele band. De rest van de kop en het lichaam is donkergrijs van kleur. Het carapax is relatief vlak en een effen bruin van kleur. De rand van het schild heeft een rode rand die vooral zichtbaar is bij jonge dieren. Deze verdwijnt naarmate de dieren ouder worden. Het plastron heeft als basis een lichte tot crème kleur met het rode patroon. De mate van rood kan variëren afhankelijk van leeftijd, geslacht en tijd van het jaar. Gemiddeld word een mannelijk dier 17cm, vrouwtjes 22cm maar kunnen een schildlengte van 26cm bereiken. Zoals bij veel waterschildpadden is het geslachtsonderscheid relatief makkelijk te zien. Mannetjes hebben een duidelijk langere en dikkere staart. De cloaca bevind zich achter het plastron. De staart van de vrouwtjes is ook aanzienlijk dunner en de cloaca is dichter bij de anaalschilden gepositioneerd.

 

Gedrag:  Deze halswender is een dagactieve schildpad. Het zijn actieve zwemmers en constant aan het foerageren naar voedsel. Ze spenderen een deel van hun dag zonnend op een zandbank of stam vlak bij het water. Waar ze snel van af springen bij verstoring, het veilige water in.

In de hobby zijn het dieren die absoluut niet schuw en laten zich constant zien. Ze zullen snel hun verzorger die hun eten levert herkennen. Tegenover andere schildpad soorten lijken ze redelijk tolerant mits er voldoende ruimte is en visuele barrières. Onderling kunnen mannen vooral in de paartijd erg onverdraagzaam zijn. Vrouwen die geen interesse hebben in de constante avances van de man zullen deze proberen weg te jagen. Houd wanneer men een groep samen houd dus goed de onderlinge interactie in de gaten en plaats wanneer nodig de mannen buiten het paarseizoen apart.

 

Herkomst en habitat:  Deze soort heeft een groot verspreidingsgebied. Zoals alle halswenders (Pleurodira) komen ze voor ten zuiden van de evenaar. Ze komen voor door geheel Papua Nieuw-Guinea – Papua en Cape York Australië.  Ze komen voor in diverse biotopen, van rivieren en riviermondingen tot inlandse waterpoelen en kreekjes. Ze liggen geregeld op de rivierbank of uit het water stekende boomstammen te zonnebaden. Altijd in de buurt van water zodat ze bij verstoring snel het water in kunnen springen.

 

Huisvesting:  Dit is een actieve schildpad die veel zwemt. Een verblijf voor 1 tot 3 dieren dient minimaal 150x60x60 te zijn met minimaal 30cm diep water. Dieper water word zeker op prijs gesteld. Zorg voor een zonneplek waar de dieren geheel op kunnen drogen en wanneer nodig voldoende ruimte is om te graven in een zandbank om eieren te leggen. Deze droge zonneplek mag temperaturen bereiken van 35 tot 40C onder de hotspot. De gemiddelde water en luchttemperatuur moet 25C zijn maar mag stijgen in de zomer tot maximaal 30C. De nachttemperatuur mag dalen maar niet langdurig onder de 20C komen. Bied op de zonneplek UVB verlichting voor de aanmaak van vit, D3. Verdere inrichting kan men schaars houden om zo veel mogelijk zwemruimte vrij te houden. Enige gezonken stammen en bijvoorbeeld halve terracotta potten kunnen dienen als visuele barrières en schuilplaatsen. Men kan ervoor kiezen de bodem kaal te houden in verband met hygiëne maar een zandbodem zullen deze schildpadden zeker op prijs stellen om door te wroeten.

De kwaliteit van het water dient hoog en zuiver te zijn. Een goede (externe filtratie) en beweging in het water is een must. Vervang ondanks deze goede filtratie eens per 7 tot 14 dagen een 25% tot 50% van het water om opbouw van afvalstoffen te voorkomen. Tropisch wortelhout, catappa bladeren en eiken blad verlagen enigszins de PH waarde en vooral catappa heeft een anti bacteriële en schimmel reducerende werking. Mannetjes kunnen vrij opdringerig zijn als ze eenmaal geslachtsrijp zijn. Daarom kan u deze soort het beste per geslacht houden omdat de vrouwtjes anders geen rust krijgen.

 

Dieet:  Zoals veel waterschildpadden zijn deze schildpadden voornamelijk carnivoor maar eten ook plantaardig voedsel. Jonge en zwangere dieren voert men bijna dagelijks, volwassen dieren eens per 3 tot 4 dagen in de week. Let op dat waterschildpadden teveel vet binnen kunnen krijgen bij teveel en eenzijdige voeding. Voer daarom gevarieerd. Bloedwormen, tubifex, wormen, garnalen, stukjes vis, mossel, diverse insecten, slakken met huis etc. Deze soort leert ook makkelijk de diverse geproduceerde pellets voor waterschildpadden te eten. Waterplanten, tomaten en wortelen of fruit als mango en appel worden soms ook gegeten.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel