Macrochelys temminckii / Alligator bijtschildpad - Care

Vorige Artikel 11 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Chelydridae
Wetenschappelijke naam: Macrochelys temminckii
Nederlandse benaming: Alligator bijtschildpad
Engelse benaming: Alligator snapping turtle
Dieet: Carnivoor
Herkomst: V.S.
Leefwijze: Aquatisch
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Kwetsbaar
Cites: B / II

Macrochelys temminckii, (Troost, 1835)

De Alligator bijtschildpad spreekt vele liefhebbers van schildpadden en reptielen in het algemeen sterk aan. Hun prehistorische uiterlijk en formaat maakt deze soort erg aantrekkelijk. Echter maakt hun formaat als bijpassende karakter deze grote waterschildpad absoluut NIET geschikt voor een onervaren persoon als het gaat om schildpadden, noch voor hobbyisten met een beperkte ruimte. De Macrochelys temminckii is een van werelds grootste en zwaarste zoetwaterschildpadden. Hun beet is erg krachtig en kan bij verkeerd hanteren voor ernstige fysieke schade zorgen.

 

Status:  Door jaren over gecollecteerd te worden voor voornamelijk hun vlees is de populatie van deze soort in het wild sterk achteruit gegaan tot het punt dat op sommige plekken deze grote schildpad niet meer te vinden is. Sindsdien zijn deze schildpadden als vele andere soorten beschermd door de wet in diverse staten en het collecteren en bejagen is verboden. Hierdoor stabiliseert de populatie nu en langzaam aan vergroot deze zich.

 

Uiterlijke kenmerken:  De Macrochelys temminckii word groot, gemiddeld bereiken deze schildpadden een carapax lengte van 50cm maar grotere exemplaren van 66-80cm met een gewicht van 50-75 kilo of meer zijn bekend. Deze schildpadden worden erg oud, de uiteindelijke leeftijd is sterk onderhevig aan speculaties. Van dieren van wel 100 tot 150 jaar oud en ouder. Ze hebben een grote krachtige kop en kaken bedoeld om prooidieren te overmeesteren. De poten zijn krachtig om zich over de bodem te verplaatsen en tussen obstructies heen te duwen. Het plastron is gereduceerd en het dier is niet in staat om de poten of kop volledig in te trekken. Dit is waarschijnlijk een van de redenen voor hun sterk defensieve karakter buiten het water. Ze zijn niet in staat zich terug te trekken ter verdediging en bescherming zoals men bij vele andere waterschildpadden wel ziet. Dus moeten dit goedmaken met een sterk defensief karakter om roofdieren af te schrikken.

Een van de kenmerken waar deze soort om bekend staat is het wormachtige stukje aanhangsel wat op de tong zit. Deze kunnen ze bewegen en is bedoeld om een hongerige vis te lokken. De schildpad licht gecamoufleerd tussen de gevallen bladeren en takken op de bodem met zijn bek open zodat deze ‘bewegende worm’ op de tong te zien is door de vissen. De schildpadden liggen zo gemiddeld 30-50 minuten per keer tot ze weer naar het oppervlakte moeten om nieuwe lucht te ademen. Daarom verkiest deze soort voornamelijk ondiepe poelen en moerassen zodat ze makkelijk bij het oppervlakte komen. Het zijn echte opportunisten en geen actieve jagers zoals de gewone bijtschildpad die sterk op ze lijkt.

De Gewone bijtschildpad (Chelydra serpentina) lijkt op het eerste gezicht sterk op de Alligator bijtschildpad. Een deel van het herkomstgebied van beide soorten overlapt ook. Er zijn echter een aantal karakteristieken die deze 2 grote soorten waterschildpadden onderscheid.

Het carapax van de bijtschildpad is aanzienlijk gladder waar het schild van de Alligator bijtschildpad sterk gekield is. De Alligator schildpad heeft bij eenzelfde lengte carapax vaak een langere staart. De theorie is dat deze helpt bij het dier te verankeren op de bodem en als hefboom bij het verplaatsen door sterk stromend water. Bovenop de staart van de gewone bijtschildpad loopt een sterk gekielde richel van harde uitstekende schubben waar de Alligator bijtschildpad deze mist. De kop van de bijtschildpad is van boven gezien ovaal van vorm waar die van de Alligator schildpad meer traanvormig is met een smallere snuit. Bij beide soorten zitten de neusgaten op het uiterste puntje van de neus om zo ongemerkt te blijven terwijl ze zuurstof inademen aan het wateroppervlakte. Het lichaam en kop van de alligator schildpad is ook bedekt met uitstekende stukjes huid die helpen bij de camouflage op de moerasbodem. De gewone bijtschildpad bezit deze niet.

 

Herkomst en habitat:  Deze soort komt voor in de zuidelijke delen van de Verenigde staten. In de Staten Illinois, Indiana, Ohio, West Virginia en Texas, Mississippi, Florida, Louisiana Arkansas, Georgia, Oklahoma en Missouri.

De Macrochelys temminckii is volledig aquatisch en is te vinden in vele meren, stromen, poelen, moerassen en vijvers. Ze houden zich bij voorkeur op tussen bladeren, takken en andere onderwater schuilplaatsen en leven een verborgen bestaan. Deze soort komt bijna alleen aan land om eieren te leggen. Soms worden ze gevonden in ondiepe poelen die sneller opwarmen dankzij de zon.

Jonge Macrochelys temminckii zijn voornamelijk te vinden in ondiepe poelen en moerassen. Waar de stroming langzaam is en met veel schuilplaatsen en vegetatie. Grotere exemplaren komen ook in de diepere gedeeltes in meren, moerassen en stromen.

 

Hanteren:  Deze soort verkiest een verborgen levensstijl en is erg schuw. Ze voelen zich het prettigste in troebel water verscholen tussen bladeren en gezonken takken. In het wild zou deze soort in het water alleen bijten als het om een prooidier gaat of bedreigd word. Soms kunnen mensen op deze schildpad stappen zonder iets te merken. De Marcochelys vertrouwt sterk op zijn meesterlijke camouflage. Word de Alligator schildpad echter uit zijn comfort zone gehaald en buiten het water getild door bijvoorbeeld zijn verzorger dan zal de schildpad erg defensief reageren en kan proberen te bijten. Al is het openen van de bek vooral een waarschuwing. De beet van deze schildpad is erg krachtig. Het juist hanteren is dus noodzakelijk bij een goede verzorging. Til de schildpad NOOIT aan zijn staart, dit kan voor serieuze en permanente schade aan de ruggenwervels zorgen. De Macrochelys temminckii heeft niet zo een lange nek als de Chelydra serpentina. Hierdoor kan u deze grote schildpad het beste en veiligste vooraan het carapax recht boven de kop vastpakken. Benader de schildpad hierbij van achter de kop en plaats de andere hand op het carapax boven de staart. Til het dier nooit langer op dan nodig en zorg ervoor dat de afstand die u moet overbruggen minimaal is. Hanteren kan zeker bij de jonge dieren voor erg veel stress zorgen dus probeer dit tot een minimum te beperken.

 

Huisvesting:  De optimale temperatuur om deze soort bij te huisvesten is een luchttemperatuur van 24-26C en watertemperatuur van 25-27C. Lagere temperaturen is mogelijk al heeft u dan vooral bij oudere dieren de kans dat ze in een winterrust gaan. Let op dat een te lage luchttemperatuur voor luchtwegproblemen kan zorgen. Gezien deze dieren niet zonnen is een geconcentreerde hotspot niet nodig. U kan echter wel een warmtespot op een gedeelte van het water stralen om daar de temperatuur iets te verhogen. Hierdoor kan een dier zo nodig thermoreguleren. Zoals ze in het wild zouden doen door ondieper gedeeltes op te zoeken die gemakkelijker verwarmd worden door de zon.

Er zijn diverse opinies over het dan wel of niet gebruik maken van een substraat. Een substraat kan ingenomen worden bij het voeden en bij slecht onderhoud en ophoping van vuil voor een snelle bacterie groei zorgen welke invloed kan hebben op de gezondheid van uw schildpad. In dit geval kiest men voor een kale bodem of bijvoorbeeld leisteen wat gemakkelijk te reinigen is. Van nature is de Alligator bijtschildpad echter een dier dat zich graag op de bodem bevind en verschuilt. Het verzorgen op een volledig kale bodem is dus erg onnatuurlijk en kan voor stress zorgen. Daarom raden wij het gebruik van een dunne laag fijn zacht (rivier)zand aan bedekt met bladeren. Niet alleen ziet dit er natuurlijk uit en heeft het een positief effect op het natuurlijke gedrag en stress niveau van uw schildpad. Ook bezitten veel bladeren zoals amandel blad en elzenknoppen anti-bacteriële stoffen en werken schimmel reducerend. Ook geven deze tannine af welke het water een natuurlijke kleur geeft. Er is enige invloed op de PH waarde (verlagend) maar deze is vaak te verwaarlozen. Spagnum mos kan eenzelfde effect hebben.

Creëer met kienhout, azalea of ander wortelhout schuilplaatsen. Deze dienen ook ter decoratie en visuele barrières. De schildpadden gebruiken deze ook om bij het oppervlakte te komen. Eventueel kan u het verblijf verder aankleden met bijvoorbeeld grote ronde keien. Let er wel op dat deze sterke schildpadden de stenen met hun krachtige poten makkelijk opzij of omver duwen. In een glazen aquarium kan dit voor lekkages zorgen. Verder kan u gebruik maken van drijfplanten voor het creëren van schaduwplaatsen. Daarnaast filteren de wortels van deze planten nitraten uit het water. Door het uitzetten van watervlooien en slakjes creëert u een klein natuurlijk habitat. Al zullen de slakken soms een calciumrijke aanvulling zijn op het dieet van een jonge alligator schildpad. Bij groter dieren is het soms mogelijk om kleine levendbarend visjes toe te voegen. Deze zijn vaak te klein voor de grote schildpad, welke grotere prooien verkiest.

Jonge dieren moeten in staat zijn om al liggende op de bodem met hun nek uitgestrekt bij het wateroppervlakte te komen. Zodra de dieren een carapax lengte bereiken van 20-25cm kan u de waterspiegel verhogen. Zorg dan wel dat er altijd plekken zijn met ondiep water. Zodat de dieren hier gemakkelijk het wateroppervlakte kunnen bereiken om lucht ‘te happen’. Grillig hout helpen hierin als ‘trap’ richting het oppervlakte.

Glazen aquaria zijn eigenlijk alleen geschikt voor jonge alligatorschildpadden. Grote dieren vereisen een grote diepe vijver. Jonge dieren kan men grootbrengen in een aquarium van 80x50/100x50cm. In een gesloten verblijf is het gemakkelijker om de hogere luchttemperatuur te handhaven. Bekleed in elk geval de achterwand om de dieren een geborgen gevoel te geven. Grotere dieren hebben uiteraard veel meer ruimte nodig. Vaak bestaat dit uit een grote kunststof vijver of bijvoorbeeld een betonnen vijver. Een goede vuistregel voor grote exemplaren is een verblijf dat minimaal 5x hun carapaxlengte lang is. En 4x hun carapaxlengte breed. Een waterniveau van minimaal 0.5x hun carapax lengte maar bij voorkeur dieper zolang er maar ondiepe terrassen zijn die de dieren makkelijk kunnen bereiken om makkelijk bij het oppervlakte te komen. Deze terrassen zijn ideaal om een warmtespot boven te hangen voor de dieren om eventueel extra op te warmen en te thermoreguleren.

Let erop dat waterverwarmers die zich in het verblijf van de schildpad bevinden door de schildpadden gemakkelijk beschadigd kunnen raken. Het is daarom verstandig om de verwarmer in het (biologische) filtratiesysteem te plaatsen of deze goed te beschermen met een kunststof buis als bijvoorbeeld een geperforeerde PVC buis.

Een goede filtratie en waterkwaliteit is van essentieel belang om deze schildpadden in goede gezondheid te houden. Het dieet van deze dieren kan erg vervuilen. Vervang ondanks een goede filtratie wekelijks 20-50% van het water. Filter goed over watten om zweefafval in te concentreren en vervang deze wekelijks. Verstandig is om ook te filteren over biologisch materiaal als keramiek, lavasteen en/of bio-ballen. Deze bieden een oppervlakte voor bacteriën die nitraten en ammonia afbreken. Voeg ook actief kool toe aan het filtratie gedeelte. Voor verblijven met jonge dieren is het gebruik van een extern potfilter vaak afdoende. Voor grote verblijven kan men het beste kiezen voor filtratie systemen met een ingebouwde UVC filter die ook bij (koi)vijvers gebruikt worden.

Huisvest deze schildpadden bij voorkeur solitair.

 

Dieet:  Van nature zijn dit echte opportunistische dieren en eten een breed scala aan voedsel. Voornamelijk dierlijk maar ook een deel plantaardig. In het wild eten deze schildpadden vis, garnalen, kreeft en andere schaaldieren en allerlei waterdieren waaronder gevogelte. Maar alles wat in hun bek past kan gezien worden als eten. Ook andere kleine schildpadden en bijvoorbeeld slangen of kikkers.

In gevangenschap kan u jonge dieren opstarten met diverse garnalen, kreeft, zoetwatervis (geen goudvissen), wormen, meelwormen en andere insecten. Dieren wennen er gemakkelijk aan ontdooide vissen te eten en sommige dieren kunnen ook wennen aan speciale schildpadbrokken. Volwassen dieren ken men voeden met grotere prooien als grote zoetwatervis, kreeft en grote garnalen als zoogdieren zoals (dode) rat, muis en kuikens. Wij raden altijd het voeden van hele prooien aan over het voeden van delen als kippenhart, kippenpoot etc. Al zijn dit mooie toevoegingen aan en al compleet dieet. Jonge dieren kan men bijna dagelijks voeren. Volwassen dieren om de dag. Voer divers en gevarieerd.

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel