Chelonoidis carbonarius / Kolenbrander landschildpad- Care

Vorige Artikel 6 van 23 Volgende
Specificatie Omschrijving
Klasse: Reptilia
Orde: Testudines
Onderorde: Cryptodira
Familie: Testudinidae
Wetenschappelijke naam: Chelonoidis carbonaria
Nederlandse benaming: Kolenbranderschildpad
Engelse benaming: Red Footed Tortoise
Dieet: Herbivoor
Gemiddelde leeftijd: 30+ jaar
Herkomst: Zuid Amerika
Habitat: Tropische wouden en bossen
Leefwijze: Dag actief
Voortplanting: ovipaar / eierleggend
Status: Kwetsbaar
Cites: B / II

Chelonoidis carbonarius (Geochelone carbonaria), (Spix, 1824)

De kolenbrander schildpad of roodvoet schildpad is een van de grootste soorten landschildpadden van Zuid Amerika. Ze zijn erg populair in gevangenschap door hun mooie kleuren en nieuwsgierige karakter. Deze soort word geregeld gekweekt binnen de hobby waardoor import en aanschaf van farmbred of wildvang eigenlijk niet nodig is, helaas gebeurd dit nog veel waardoor de populatie in het wild onder druk staat. Deze soort is sterk verwant aan de geelpoot woudschildpad, Chelonoidis denticulata die voorkomt in het Amazone Basin.

 

Status:  De Chelonoidis carbonarius word door de IUCN geclassificeerd als ‘kwetsbaar’. Ondanks het grote verspreidingsgebied zijn de grootste bedreigingen verlies van het habitat. Daarnaast raken populaties steeds meer gefragmenteerd door de ontbossing, wat migratie binnen de populatie en het mengen van genen benadeelt. Daarnaast word deze schildpad vaak gevangen door de lokale bevolking om geslacht en gegeten te worden.

 

Uiterlijke kenmerken:  Door het grote verspreidingsgebied kent deze soort per populatie en ook binnen deze populaties variatie in kleur als formaat. De kolenbranderschildpad dankt zijn naam aan de donkere tot zwarte lichaamskleur met duidelijk rode kleuring op de poten als brandende kolen. Het is een stevig gebouwde landschildpad die een carapax lengte kan bereiken van gemiddeld 30-35cm. Er zijn grote exemplaren van wel 50cm bekend. Hun carapax is donker van kleur met in het midden van elke rugplaats een lichte vlek. Deze is duidelijk zichtbaar bij jonge dieren en neemt in hoeveelheid af in vergelijking met de donkere kleur als ze ouder worden. Hun plastron is in algemene zin crème van kleur met donkere vlekken. Het lichaam heeft een donker grijze tot zwarte kleuring. Op zowel de voorpoten als achterpoten hebben de uiteindes van de schubben een rode kleuring. De mate kan variëren. De voorpoten zijn voorzien van zeer harde, stevige schubben die voorkomen dat het dier zich beschadigd terwijl deze langs en door struikgewas loopt op de bosbodem.

Zoals gemeld is er tussen de verschillende locaties verschil. De twee meest voorkomende varianten binnen onze hobby zijn de ‘Yellowhead’ / ‘Orangehead’ vanuit Suriname en de ‘Cherryhead’ vanuit Guyana. De Surinaamse dieren herkent men aan de vaak gele of oranje schubben op de kop. Deze locatie kan echter ook rode schubben op de kop hebben. Het verschil met de Cherryhead is dat deze Guyaanse vorm intensiever rood heeft en deze een grote aaneengesloten kleuring geeft. Waar de Surinaamse vorm de kleuring per schub is, niet aaneengesloten. Jonge dieren van de “Yellowhead” variant kunnen bij de geboorte rode kleuring in het gezicht en op de kop hebben welke later verkleuren naar geel of oranje. Daarnaast onderscheiden de zuidelijke vormen zich van de noordelijke door het bezitten van een vergrote, uitstekende schub aan de binnenzijde van de voorpoten. Ook blijven de Cherryhead vaak kleiner dan de noordelijke varianten. Een andere indicator is de bijna geheel donkere tot zwarte plastron van de Guyaanse vorm. Door foute informatie over de herkomst en onwetendheid zijn er diverse kruisingen tussen beide en andere varianten.

Het schild van deze landschildpad is vrij hoog maar heeft een vlakke bovenzijde. Hierdoor lijkt de algemene vorm vrij rechthoekig. Bij volwassen mannetjes kunnen in het achterste deel de zijdes ingedeukt zijn. Mannetjes zijn van de vrouwen te onderscheiden door de vaak intensievere kleuring en zijn in de regel iets groter. Ook omsluit het plastron de staart. Waar bij de vrouwtjes een bredere meer afgeronde opening is. De staart van de mannen is gezetter en langer. De cloaca van de vrouw zit dichter bij haar anale schilden waar die van de man verder buiten het carapax is geplaatst.

De rode schubben op poten zijn geen duidelijk onderscheid vergeleken met de C. denticulata welke gele tot licht oranje schubben op de poten heeft omdat er ook kolenbranderschildpadden zijn met oranje of gele kleuring op de poten. Men kan C. carbonaria en C. denticulata onderscheiden op de volgende punten: De keelschilden (Gularia) van de D. denticulata steken voorbij het rugpantser naar voren waar die van de C. carbonaria nooit voorbij de rand zullen steken. De pre-frontale schubben op de kop van de C. denticulata reiken tot aan de neus, zijn langwerpig en hoger. Die van de C. carbonaria zijn korter, vlakker en liggen meer naar achter. Het schild van de C. denticulata is meer eivormig, met een bredere achterzijde als voorzijde dan het rechte schild van de kolenbrander. C. denticulata kan aanzienlijk groter worden (tot 70cm) en bij deze soorten zijn de vrouwtjes vaak groter als de mannetjes in tegenstelling tot de C. carbonaria waar de mannen vaak groter worden dan de vrouwtjes. Daarnaast heeft de C. denticulata vaak een lichter carapax. Jonge C. denticulata en C. carbonarius te onderscheiden. De C. denticulata is bijna geheel donkerbruin van kleur met lichte vlakken waar de C. carbonarius als jong aanzienlijk donkerder en kleurrijker is.

 

Gedrag:  Kolenbrander schildpadden zijn dagactief en spenderen een groot deel van hun dag door foeragerend naar allerlei soorten eten. Het zijn kalme wandelaars. In gevangenschap zijn het dieren die erg veel interactie met hun verzorger kunnen hebben. Ze zijn niet schuw en komen graag kijken of er een lekker maal te houden valt. Ze zijn gemakkelijk in groepen te houden.

 

Herkomst en habitat:  Deze landschildpad kent een groot verspreidingsgebied in Zuid Amerika. De dieren in de hobby vinden hun oorsprong voornamelijk in Suriname en Guyana. Echter komt deze ook voor door geheel Venezuela, Zuid Panama, Ten zuiden van de Andes in Colombia, Peru, Ecuador en Bolivia tot het oosten van Brazilië.

Door het grote verspreiding kan het verkozen habitat variëren maar bij voorkeur kiest deze soort vochtige bossen, bosranden en aangrenzende graslanden waar de temperatuur hoog is en niet onder de 20C daalt.

 

Huisvesting:  De kolenbrander schildpad is een forse en actieve schildpad die veel ruimte verlangt. Ook lijkt deze soort het beste in een groep te worden gehouden. Dit betekend veel vierkante meters.

Jonge dieren kan men het beste groot brengen in een verblijf met een bodemoppervlakte van 100x50cm. Geef de dieren een dikke laag vochtige bodembedekker. Piramidevormig van het schild komt vaak door het te droog houden van vooral jonge schildpadden en/of een slecht dieet. Een hoge luchtvochtigheid is dus van belang. De jonge dieren graven zich graag deels in deze vochtige bodem. Plaats een aantal half ronde kurkstammen of de Exo-Terra Turtle cave als schuilplaats. Verdere inrichting als stammen half ingegraven in de bodem breken het leefoppervlakte op en bieden een vorm van verrijking en training. Sproei dagelijks om de luchtvochtigheid op peil te houden.

Volwassen dieren verlangen een vergelijkbare opzet. Voor een koppel is een minimaal oppervlakte nodig van 2.5 vierkante meter en met elke additioneel dier dient u een anderhalve vierkante meter toe te voegen. Bij volwassen dieren dienen de schuilplaatsen en inrichting als stammen ook als visuele barrières. Plaats deze dus op diverse plekken in het verblijf met elk een eigen temperatuurzone zodat de dieren altijd voor een passende schuilplaats kunnen kiezen en medebewoners kunnen ontwijken. C. carbonarius is ontzettend actief en niet schuw, wanneer deze zich veilig voelt zal de schildpad dan ook veel te zien zijn. Tegen het vallen van de avond gaan ze opzoek naar een schuilplek waar ze zich in de nacht ophouden.

Zorg voor een gemiddelde luchttemperatuur van 28C. met 25C in de koelere zone. De hotspot mag 35C of hoger meten. Een kleine koeling in de avond is mogelijk maar voorkom dat de dieren langdurig aan temperaturen onder 20C. worden bloot gesteld. Geef deze dieren een groot warm oppervlakte om op te warmen, keramische stralers zijn hiervoor de beste keuze. Voorkom uiteraard dat de schildpadden met deze stralers in contact kunnen komen. Leg een aantal platte stenen onder de hotspot zodat deze goed de warmte opnemen. Het voordeel van de keramische stralers is dat deze geen invloed hebben op het dag/nacht ritme van de schildpadden, hierdoor kan u ten alle tijden een optimale temperatuur bieden. Landschildpadden waaronder ook deze bosbewonende soort hebben een gemiddelde UVB behoefte. Bied dus een UVB straler om hier aan te voldoen. U kan bijvoorbeeld bij de hotspot een keramische straler vervangen voor een HQL UVB lamp.

Houd de gemiddelde luchtvochtigheid op 70-80% welke zal stijgen in de avond. Bied een diep substraat dat goed vocht en afval opneemt zoals cocopeat aarde. Hierdoor kan u bark, boomschors en bijvoorbeeld bladeren vermengen. Deze soort houd ervan een bad te nemen dus een water gedeelte waar de dieren geheel in kunnen word zeer op prijs gesteld. Houd er rekening mee dat dit watergedeelte niet te diep is en de dieren er makkelijk in en uit kunnen lopen. Een goede vuistregel is een waterdiepte die de dieren in staat stelt altijd hun kop boven het water uit te steken. Kolenbrander schildpadden drinken veel dus ververs het water dagelijks. Bied een tweede waterbak waar de dieren niet in passen zodat er altijd schoon water aanwezig is om van te drinken.

De meest optimale UVB afgifte komt van de zon. Daarom laat men graag bij mooi weer de dieren in een goed afgezet deel in de tuin lopen. Kolenbranderschildpadden kunnen naar buiten als de gemiddelde dagtemperatuur 25C is. Bied altijd een plek waar de dieren kunnen zonnen en een schaduwplek waar het koeler is. In de avond kan u ze het beste weer naar binnen plaatsen in verband met te lage nachttemperaturen.

 

Dieet:  Een gevarieerd, vezelrijk dieet is voor alle landschildpadden erg belangrijk, zo ook voor de Chelonoidis carbonarius. In de basis bestaat dit dieet uit diverse groentes zoals witlof, andijvie, tomaat, bloemkoolblad, paprika, paksoi, radijs, wortel, siersla, courgette, komkommer, romaine, De soorten fruit die u kan geven zijn onder andere banaan, appel, aardbei, meloen, ananas, kiwi, peer etc. Als toevoeging kan u diverse types samengestelde brokken speciaal voor landschildpadden geven. Geef gemiddeld 70/80% groen en 30/20% fruit.

Het is bekend dat de kolenbranderschildpad graag dierlijke materialen eet. In het wild zullen jonge dieren zich voeden met allerlei ongewervelden als wormen en slakken. Volwassen dieren voeden zich wanneer mogelijk met een gevonden kadaver. In gevangenschap zullen ze zonder twijfel een muis, rat of kuiken opeten. Dierlijke materiaal is in verband met de hoge calcium waarde een goede aanvulling op het dieet van deze schildpadden. Let erop dat veel dierlijke vetten in zoogdieren moeilijk verwerkt worden door landschildpadden. Voer daarom maximaal eens per week met dierlijk voedsel. Voedseldieren die u kan bieden zijn: wormen, meelwormen, slakken (hoge calcium waarde) en (stukjes) runderhart, muis, rat of kuiken.

Voed jonge dieren gemiddeld 4 a’ 5 maal per week en volwassen dieren gemiddeld 3 maal per week. Bepoeder de voeding geregeld met een calcium preparaat. Voeg eens per week een compleet vitamine supplement toe aan de voeding.

 

© 2015 - 2022 Het Terrarium | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel